Van de week, toen ik in de kerk was, klonk er zo’n vreemd geluid, ik moest echt even kijken waar het vandaan kwam. Soms laag, soms hoog, soms voorin bij het orgel, soms bij het raam van de doop. Ik hoorde een zacht piepje en zag op één van de kroonluchters een koolmees zitten. Een vogel in de kerk, rond Pinksteren misschien niet vreemd, maar een koolmees… Zong hij ter ere van de Heer? Ik denk dat ie meer vrijheid zocht, een uitweg uit de benauwenis, ruimte.

Een heel ander geluid hoorde ik even later, weer vóór in de kerk. Het was Jozef. Zachtjes speelde hij op zijn mondharmonica wat Maria liedjes, het was tenslotte meimaand. Het klonk best wel vrolijk in die bijna lege kerk. In gedachten ging ik terug naar ‘vroeger’, een jaar of twintig geleden. Het leek net alsof er af en toe een verkeerde noot in het orgelspel zat. En het orgel was nog wel net gerestaureerd.. Maar het kan natuurlijk, wie is immers zonder fouten? Maar dit was meer dan zomaar één valse/foute noot… Bij het uitgaan van de kerk zag ik het. Ergens in de zijbeuk pakte iemand zijn Melodica in. Hij had af en toe even meegespeeld met het orgel. Vanuit zijn eigen rustige plekje een bijdrage geleverd met zijn gebed in muziek. Een nieuw lied, een ander lied, hij genoot ervan, zijn manier om mee te vieren en aan te sluiten bij de gebeden van al die andere mensen in de kerk.
Ieder bidt op eigen wijze en naar eigen vermogen. Ieder draagt op eigen wijze bij aan de lof voor de Heer. Gelukkig dat wij elkaar die ruimte geven!

 

Gerard van Dijk