Juist deze dagen denken wij terug aan een tijd die duister was. Vooral natuurlijk omdat vreemde machten ons leven beheersten. Maar ook duister omdat de bezweer verbood om licht te laten schijnen. Alle licht moest uit of de rolluiken moesten dicht. Als er maar een streepje licht op straat zichtbaar was kwamen ‘ze’ aanbellen voor de verduistering. Natuurlijk moest ook de kerk daarin mee. Maar stroom was er nauwelijks en ook kaarslicht was schaars. Maar ja, helemaal zonder kun je niet, dat is gevaarlijk.

Om te voorkomen dat mensen zich zouden bezeten, of erger, had de pastoor voor een klein beetje licht een kaars in het kerkportaal gezet. Maar het waren duistere tijden en op een avond was zelfs die kaars met dat kleine lichtje in die grote kerk verdwenen, meegenomen. Dat ging dus ook niet meer.. Maar betere tijden kwamen, dat hebben wij deze week gevierd.
Ook nu ervaren wij duisternis en maken wij toch ook donkere tijden door. In de verte is een klein lichtje, een sprankje hoop: er komen weer andere, betere tijden. Laten we daarvoor bidden en dat vasthouden.

Gerard van Dijk