Mijn oom had een boerderij, niet ver hier vandaan, maar toch helemaal buiten de stad. Aan de voorkant de boezem en aan de andere kant van de polderweg wat land en sloten. Een doodlopende weg, dus veel verkeer was er niet. Op een dag ontdekte hij een grote snoek in een van de slootjes. Dat was raar, want er was geen verbinding met ander water, dan alleen de uitloop van een kleine gresbuis. En omdat snoeken niet vliegen of lopen was er maar een mogelijkheid: als jong snoekje was ie met de waterstroom meegekomen en had ie zich in leven kunnen houden met wat er in die sloot te vinden was. Maar er was geen weg terug. De snoek had blijkbaar alles om in leven te blijven, maar zat gevangen in een kleine ruimte. Heel alleen, geen andere snoek in de buurt. Een normaal leven leiden (als snoek) was er niet bij. Lekker zwemmen, plannen, projecten uitvoeren, het zat er allemaal niet in.

Ik moest er sterk aan denken, nu wij in de crisis thuis zitten, min of meer opgesloten, geen plannen, geen projecten, alles bijstellen wat we van plan waren. We overleven, maar toch.. Tijd voor reflectie, zou je denken, maar dan nog wil je weleens op pad, even de ruimte nemen, gewoon met iemand praten. Ik troost me maar met de gedachte dat we het voor elkaar moeten over hebben. Rustig uitzitten en wachten op betere tijden. En misschien heeft het dan toch nog iets goeds gebracht..

Gerard van Dijk