Januarius 19 september

Op de muren van een kapel bij de ruïnes van een machtig antiek amfitheater in het Romeinse Pozzuoli bij Napels is te lezen dat daar in 304 of 305 Januarius, bisschop van Benevento samen met meerdere geloofsgenoten terecht gesteld werd. Ze waren veroordeeld in de arena door wilde dieren verscheurd te worden, maar de roofdieren lieten de heilige mannen  onaangeroerd. De legende wil dat de dieren zich aan zijn voeten legden en zijn handen gingen likken. Boos liet de Romeinse prefect hem onthoofden. Dat was op 19 september. Naar men zegt, ving een vrome vrouw het bloed op dat van het schavot afdroop.
In Napels zelf staat de Januariuskerk met daarnaast de ingang tot de Januarius catacomben, waarin eens een urn stond met zijn relikwieën. Deze zijn in de middeleeuwen overgebracht naar de Dom van Napels.

Op de verjaardag van zijn onthoofding – 19 september 305 – gaat jaarlijks het bloed van de heilige Januarius, dat bewaard wordt in een reliekhouder te Napels, weer vloeien.
Al meer dan zeshonderd jaar lang geldt het vloeibaar worden van het bloed als een zegen voor Napels. Mocht het bloed in een bepaald jaar namelijk niet vloeibaar worden, dan staat de stad een ramp te wachten. Het wonder bleef bijvoorbeeld uit bij de inval van Napoleon in Napels. Ook werd het bloed niet vloeibaar als de pest of een andere epidemie was uitgebroken. In 1978 liet Januarius verstek gaan nadat de Napolitanen een communistisch stadsbewind hadden gekozen. Gelukkig voor de Napolitanen vloeit het bloed meestal wel.

Op 17 augustus 1389 voltrekt zich tijdens een processie voor het eerst het wonder. Later gebeurt dat regelmatig twee keer per jaar: op 19 september, de dag van de onthoofding van Januarius en op de zaterdag voorafgaande aan de eerste zondag in mei, waarop de overbrenging van de stoffelijke resten van Pozzuoli naar Napels wordt herdacht. Weer later kwam daar nog een derde dag bij: 16 december. Op die dag werd het bloed namelijk ook vloeibaar, toen in 1631 een processie werd gehouden om de bescherming van Januarius (San Gennaro) af te smeken. Na vijf eeuwen van rust was de Vesuvius opnieuw uitgebarsten. Boven de ingang van de dom is te lezen: De heilige Januarius, patroon en beschermer van Napels, door het wonder van zijn bloed werden zijn inwoners gespaard van honger, oorlog, pest en brand door de Vesuvius.