Pastoraal woord: Jezus in de woestijn

Direct nadat de stem uit de hemel had geklonken, “Jij bent Mijn geliefde Zoon”, nadat Jezus was gedoopt in de Jordaan, door Johannes, is het de Geest die Hem op weg zet, de eenzaamheid in, veertig dagen lang, om door Satan beproefd te worden. Het verblijf van Jezus in de woestijn, doet ons ook denken aan het volk van God dat veertig jaren lang door de woestijn op weg is naar het beloofde land. Op die weg begeleiden engelen hen. En dat volk van God onderweg dat zijn wij. De tijd is vervuld en het rijk Gods is nabij, met andere woorden: het is zover, het staat te gebeuren. Jezus wordt veertig dagen de verlatenheid van de woestijn ingestuurd.
Is Jezus bestand tegen de verleidingen van macht, prestatie en aanzien? Hij wordt getest om te achterhalen of hij wel de verleidingen van de duivel, van invloed en van macht, kan weerstaan? Jezus wordt op de proef gesteld om te zien of hij zijn roeping waardig is. Zijn roeping is het om van alle mensen zonder onderscheid te houden, om mensen te verzamelen, bijeen te brengen en in vrede met elkaar te leven.
Niet alleen Jezus wordt getest. Beproefd worden is voor velen van ons een realiteit. Door de liefde van God, voor onszelf en de medemens, zijn we in staat mee te werken aan het uitvoeren van het verbond van God met ons. Dan zal er vrede zijn, hier en overal. Wij leven nu in onzekere tijden. Onze bewegingsvrijheid staat onder druk, we moeten voorzichtig zijn met contacten, ons gedrag aanpassen om uit de pandemie te komen die de wereld in haar greep houdt. We kijken uit naar bevrijding van het virus en ons wordt verteld door de overheid dat we het zelf in de hand hebben.
‘Alleen samen komen we er uit.’ Uitkijken naar verandering is niet voldoende, er moet wat voor gedaan worden, door iedereen. We weten hoe het was, en ook al wordt het anders, het is altijd beter dan het nu is.
Het lijkt voor de hand liggend hier een parallel te zien met het koninkrijk van God. We koersen af op een nieuw normaal. In het evangelie worden we opgeroepen in zee te gaan met een nieuwe situatie, door God de Schepper zelf ondersteund, in de kiem al aanwezig in de persoon van zijn geliefde Zoon. Deze situatie is aangebroken. Wil je er deel aan hebben, geloof dan en bekeer je. Omdraaien dus! Opnieuw krijgen we veertig dagen de gelegenheid om ons daarop te bezinnen.
We staan aan het begin van de veertigdagentijd: tijd om ons opnieuw toe te vertrouwen aan de woestijn, opnieuw onderzoeken welke ‘wilde dieren’ in onszelf en rondom ons onze aandacht vragen. God vraagt ons om ons gedrag aan te passen, namelijk gerechtigheid te beoefenen, recht staan naar Hem, naar onze medemens en naar onszelf. De weg van Jezus blijven zoeken in woord en daad; het is niet eenvoudig, maar toch is dat de weg waarin wij mogen geloven.
De komende veertigdagentijd kan ons helpen, om meer helder te krijgen wat wij zelf kunnen doen, op de plek waar wij ons bevinden, om daar het koninkrijk van God te doen groeien door liefde. Mogen Gods Geest en Jezus zijn Zoon ons daartoe blijven inspireren. Bij alles wat er gebeurt en bij alles wat ons overkomt, mogen we weten dat ons leven bij God in goede handen is en dat Hij niet zal toelaten dat ook maar één haar op ons hoofd gekrenkt zal worden.

Paul Kuhlmann, diaken