Pastoraal Woord: Van corona tot kruis, van kruis naar bekroning

In deze Goede Week staan wij nog eens stil bij het lijden van onze Heer Jezus Christus. In Zijn lijden komt al het lijden in de wereld, van zovele mensen, ver weg en dichtbij, samen. Het lijden van alle mensen die met ziekte, eenzaamheid en dood worden geslagen brengen wij stamelend in gebed tot de Heer. Velen onder ons ervaren Zijn lijden aan het kruis als een persoonlijk lijden. We worden overrompeld door verdriet en onmacht tegenover een ziekte die steeds verder om zich heen grijpt. Het coronavirus slaat diepe wonden. Ook bij diegenen die zelf niet ziek zijn, maar wel een familielid, een vriend of vriendin, een kennis of collega hebben die besmet is geraakt. Dan komen angst en zorgen heel dichtbij. Ze dreigen ons vast te houden in een wurggreep. Ze dreigen ons te verlammen en te beroven van elk hoopvolle perspectief. Maar juist te midden van al het lijden, kunnen en mogen wij terugvallen op een God die naar ons omziet, die van ons houdt. Een God die redt en bevrijdt. Een God ook, die ons in en door Jezus leven schenkt.

Onlangs sprak paus Franciscus de wereld toe vanaf een lege Sint-Pietersplein in Rome tijdens het Urbi et Orbi, om niet bang te zijn. ‘Wees niet bang’, zei hij, verwijzend naar de angst die de leerlingen om de hals greep bij de storm op het meer. Wees niet bang voor het lijden van het kruis dat velen van ons op dit moment ervaren. Want, ‘[D]oor zijn kruis zijn we gered.’ Deze woorden hebben voor ons een diepe betekenis. Ze herinneren ons eraan dat er een antwoord is op het lijden dat wij ervaren. Een antwoord dat vervlochten is met een hoopvolle belofte. De belofte van onze redding. In klassieke termen verwoord als ‘de zalige vreugde van onze verlossing.’
Daar waar het coronavirus en alle andere ziektevormen tot een persoonlijke kruisiging leiden, ontkiemen er in deze Goede Week zaden van hoop. Over enkele dagen, op Paaszondag lezen wij uit het Johannes evangelie over ‘het bezoek’ aan het lege graf. ‘Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen, het was nog donker, bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold (Joh. 20,1).’ Maria Magdalena heeft de moed om nogmaals kruisiging en dood in de ogen te kijken. Niet zonder betekenis vermeldt Johannes dat het nog donker was. Maria Magdalena gaat het donker in. Ze gaat naar het lege graf in de veronderstelling daar een tastbaar teken van het donker van de kruisiging aan te treffen. In plaats hiervan treffen zij en de andere leerlingen andere tekens aan: een weggerolde steen, zwachtels en een opgerolde zweetdoek. Tekens van verrijzenis. Tekens van de overwinning op de dood. Tekens van bekroning!

Ons leven eindigt niet met of bij het coronavirus. Ons leven vindt zijn voltooiing in Christus. In Zijn verrijzenis. Dat is ons geloof. Dat is onze hoop. Dat is onze bekroning.

‘Heer –
ik geloof, ik hoop, ik heb lief.
Ik geloof in uw goedheid,
ik hoop op uw barmhartigheid,
ik houd van uw aanwezigheid.
Ik weet: alles is een mysterie –
liefde, geloof en hoop.
Maar ik kan niet leven zonder hoop
en ook de liefde kan ik moeilijk missen:
de liefde van mensen.
En zonder het geloof in het hiernamaals
zou het leven toch maar leeg zijn.
Ik geloof in U en ik houd van U
want U geeft me elke dag weer hoop.
Ik dank U voor het geschenk van de hoop.
Hoop doet leven.’

(Uit: A. L. Balling, ‘Sporen van God in mijn leven’, Altiora Averbode, 2001:77)

Duncan Wielzen, pastoraal werker, namens het Pastoraal Team