Pastoraal woord: Emmausgangers in deze tijd

De Emmausgangers is een heel bekend en heel geliefd verhaal over twee diep ontgoochelde leerlingen die onderweg zijn van Jeruzalem naar hun dorp Emmaus, en dan ontmoeten ze Jezus. Maar om verschillende redenen is het ook een heel merkwaardig verhaal. Allereerst heeft men nooit kunnen achterhalen over welk dorp het gaat. In het verhaal ligt Emmaus op ruim elf kilometer van Jeruzalem, maar daar is nooit een dorp geweest dat die naam draagt. Merkwaardig is ook dat de leerlingen Jezus onderweg niet herkennen, maar dat ze Hem wel herkennen bij het breken van het brood. Waren ze dus ook aanwezig op het Laatste Avondmaal? En ten slotte: een van beiden heet Kléopas, maar de andere wordt niet bij naam genoemd.

Misschien wijst dit alles erop dat de evangelist Lukas hier een verhaal vertelt over iedereen en overal. Het niet-bestaande dorp Emmaus zou dan het synoniem zijn van ‘overal’, en de niet bij naam genoemde tweede leerling staat dan voor ‘iedereen’. Dus ook voor ons. En dan kunnen we ons afvragen waar wij staan in het verhaal.

De ontgoochelde Emmausgangers passen helemaal in de wereld van vandaag. Vandaag zouden Kléopas en zijn metgezel verpleegkundigen kunnen zijn die doodvermoeid naar huis gaan, diepbedroefd omdat er, ondanks hun inzet, weer enkele patiënten zijn overleden. Of het zouden kinderen kunnen zijn die hun dementerende vader of moeder in het woonzorgcentrum niet meer kunnen en mogen bezoeken. Of geneesheren die coronazieken niet kunnen helpen. Of arbeiders en bedienden vol zorgen omdat ze hun schulden niet kunnen betalen door werkloosheid. Of ondernemers die hun bedrijf  van vandaag op morgen moeten sluiten. Of leerlingen die niet naar school kunnen. Of twee van de miljoenen mensen die in veel landen ineens geen inkomen meer hebben, die zo arm geworden zijn dat ze niet weten of ze morgen eten zullen hebben voor hun gezin. Emmausgangers zijn er niet alleen vandaag, ze zijn er elke dag.

En moet Jezus misschien ook tegen ons, net als tegen de Emmausgangers, zeggen dat we ‘onverstandigen’ zijn? Geen ‘ongelovigen’, maar ‘onverstandigen.’ Want in Hem geloven, dat deden de  Emmausgangers, en dat doen wij ook. Zij zeiden dat ze ‘leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen.’  Voor hen is dat dus de Messias: de redder die Israël zou bevrijden van de Romeinen, en daarom noemt Jezus hen ‘onverstandigen’. Want Hij is helemaal niet de Messias van wereldlijke macht, integendeel, Hij is de Messias van goddelijke liefde, vrede en barmhartigheid. Is Hij dat ook in onze ogen, of is Hij voor ons dezelfde Messias als voor de Emmausgangers: de redder dus die ons van ongeluk, ziekte, ellende en dood zal bevrijden, en die ons zal vertroetelen op onze weg van egoïsme en eigenbelang? Zijn ook wij zulke: ‘onverstandigen’ ?

Als ze in hun dorp aankomen, nodigen de leerlingen Jezus uit om bij hen te blijven, ‘want het wordt al avond en de dag loopt ten einde’.  En die dag, dat is de dag dat hun wanhoop weer hoop, en hun moedeloosheid weer geloof werd. Is dat ook zo voor ons? Nodigen ook wij na moeilijke dagen en moeilijke tijden Jezus uit in de donkerte van ons leven? Vragen ook wij dat Hij bij ons zal blijven, zodat we in het breken en delen van het brood een teken van zijn aanwezigheid onder ons zullen herkennen? Het breken en delen van het brood van liefde, van vrede, van gerechtigheid, van oprecht geloof.  Moge het zo zijn: dat we Jezus altijd opnieuw in ons leven zullen uitnodigen, zodat we niet verdwalen in de donkerte die ons leven en dat van onze medemensen soms kan zijn.

Paul Kuhlmann, diaken