Israël: de tweede dag in het Heilig Land

Dinsdag 23 oktober stonden we op met een onweersbui. ‘s Nachts had het behoorlijk gewaaid. We ontbeten om 7.00 uur. De koffers waren gepakt voor de reis naar ons volgende hotel. Om 8.00 uur reden we naar de berg van de Zaligsprekingen om daar de dag te beginnen met een woord- en communieviering. We lazen natuurlijk uit de Bergrede van Jezus de passage die gaat over de Zaligsprekingen. Na de viering liepen degenen die dat wilden naar de kerk van het primaatschap van Petrus, de plaats dus waar Jezus de leiding over zijn eerste volgelingen overdroeg aan deze apostel. Het is een klein kerkje aan het Meer van Gallilea. Een grotere kerk is gebouwd op de plaats waar we vervolgens naartoe liepen: Tabgha, de plek van de wonderbare broodvermenigvuldiging. Wij lezen in de Bijbel over vijf broden en twee vissen, maar op afbeeldingen in de omgeving zijn vaak maar vier broden te zien. De verklaring voor het ontbreken van het vijfde brood is dat Jezus zelf dat vijfde brood is. Hij noemde zichzelf immers het Levende Brood. Daarna was het tijd voor koffie. Daarop werden we getrakteerd door twee pelgrims, Hedy en Henk, die vandaag hun achtjarig huwelijk vierden. Die koffie dronken we trouwens in  Kafarnaüm. De niet-koffiedrinkers kregen thee of frisdrank. Na de koffie bezochten we de plaats waar het huis van Petrus en onder andere de synagoge van Kafarnaüm hebben gestaan. De onderste laag donkere stenen zijn de overblijfselen van de gebouwen uit Jezus’ tijd.
Na ons bezoek aan deze plaats, waar Jezus een tijd lang woonde, gingen we naar kibboets Ein Gev om daar eerst met de boot het Meer van Galilea op te gaan. Vlak na de afvaart werd de nationale driekleur gehesen en zongen we het Wilhelmus. Een stukje verder op het meer werd de motor uitgedaan en lagen we dus stil. We hielden een stilte- en meditatief moment rondom de lezing uit het evangelie volgens Mattheüs waarin Petrus net als Jezus over het water wil lopen, maar dat zijn angst, vanwege de storm, hem in de weg zit. We dachten na over de vraag hoe het met ons geloof is gesteld? Laten wij ons door stormen in het leven van ons geloof afdrijven, of durven wij ook dan ons leven in de handen van onze Heer te leggen? Is ons geloof misschien niet bedoeld om juist dan ons leven in zijn handen te kunnen en durven leggen?
Toen we weer aan wal waren, gingen we naar het restaurant van de kibboets. Daar kregen degenen die wilden Petrusvis als lunch geserveerd. De anderen kregen pasta of pizza. Na de lunch werden we in een ‘treintje’ rondgeleid door de kibboets. Interessant om te zien en te horen hoe de ca. 300 bewoners hier samen leven en werken. De kibboets achter ons latend, reden we met de bus naar Bethlehem. Onderweg passeerden we het checkpoint naar het gebied van de Westelijke Jordaanoever, een Palestijns gebied waar Joden, wonend in Israël niet toegelaten worden. We reden een stuk langs de grens met aan de andere kant Jordanië. Ook stonden we even stil in Jericho. Onze gids gaf in de bus weer een mooie les (Bijbelse) geschiedenis en uitleg over de omgeving. Hij trakteerde ons op kleine banaantjes van één grote tros die hij mee in de bus genomen had.
Om ongeveer 19.45 arriveerden we bij ons hotel. We kregen de instructie om snel de koffers op de kamers te zetten en ons even op te frissen, zodat we om 19.30 aan tafel konden voor het diner, maar……. helaas……. de meeste pasjes om de deuren van onze kamers open te krijgen, werkten niet. Het duurde een tijd voordat dat probleem was opgelost. En als je vermoeid bent na een lange, warme reisdag, valt dat wel even tegen. Toen we uiteindelijk aan tafel zaten, konden we genieten van een heerlijk warm en koud buffet met ruime keuze. Na het diner nog gezellig samen in onze privézaal een kopje koffie en thee gedronken. En toen naar bed, want de volgende dag zou het weer vroeg opstaan zijn.