Maaltijd in Emmaus

Lucas verhaalt uitvoerig hoe, kort na Pasen, twee van zijn leerlingen bedroefd op weg zijn naar het dorp Emmaüs. Terwijl ze lopen te praten over alles wat er gebeurd is, voegt een derde zich bij hen. Deze wendt voor dat hij geen idee heeft van wat er de afgelopen dagen in Jeruzalem is gebeurd, maar als de twee leerlingen hem dat vertellen, begint Hij hun uitvoerig uit te leggen wat er door Mozes en de profeten over de Messias was voorspeld. Als ze tegen de avond in Emmaüs aankomen, dringen de leerlingen er bij Jezus op aan dat Hij bij hen blijft overnachten. Aan tafel herkennen zij de reiziger als Jezus, de Verrezene.

De miniatuur uit het getijdenboek van Johanna van Kleef toont het gezelschap samen aan tafel. Jezus zit in het midden en breekt het brood. De man rechts is Cleophas, wiens naam in het evangelie wordt genoemd. De ander blijft anoniem, maar een aureool, want men veronderstelt dat de tweede leerling de evangelist Lucas zelf was. Zijn mes in de hand, neemt hij een stuk gebraad van de tinnen schotel. Tegen de muur leunt zijn pelgrimsstaf, die hem als reiziger kenmerkt. Ook Jezus draagt een pelgrimshoed, waarop een jakobsschelp is genaaid, als teken van pelgrimage. De tekst geeft het moment weer dat in de miniatuur is voorgesteld, namelijk dat de twee leerlingen Jezus herkennen aan het breken van het brood (Lc. 24:35).