Archief “pastoraal woord”

Hier vindt u een overzicht van de eerder op de startpagina gepubliceerde “pastoraal woord” teksten.


Pastoraal woord: Blijf op Hem vertrouwen, Hij is de Weg!

Meer dan een maand doen we veel activiteiten thuis vanwege dit coronavirus. De regering gaat nu proberen om de maatregelen soepeler te maken. We willen dat ons leven weer normaal wordt en dat de economie niet onder deze pandemie lijdt. Maar iedereen wordt verzocht om attent te blijven, want er zijn nog geen geneesmiddelen noch een vaccin voor dit virus. Ook al verwachten
we allemaal dat het aantal besmette slachtoffers niet zal toenemen.

Daarom wordt ons gevraagd om de maatregelen te blijven volgen. Doe dat met hart en ziel. Soms worden we uitgedaagd door het mooie weer. Wij willen weer bij elkaar komen, ergens anders naar toe gaan, naar het strand, naar de camping, naar de recreatieplaats, voor gezelligheid, voor ons plezier. Deze pandemie is nog niet voorbij en het is niet eenvoudig met dit virus om te gaan.
Maar we mogen niet vergeten dat God nooit heeft beloofd dat de lucht altijd blauw is en de zee altijd kalm. Hij heeft ook niet beloofd dat het pad altijd vlak en recht is. Maar Hij belooft om er te zijn met ons, in ons leven. Hij gaat met ons mee in elke situatie. Hij vraagt dat wij niet ongerust zijn, maar standvastig blijven geloven. ”Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij.” Dat heeft Jezus gezegd tegen zijn leerlingen bij het laatste avondmaal. We zullen het horen in het evangelie van komende zondag.

Wees niet ongerust betekent op dit moment: niet overdreven bang zijn, optimistisch blijven, hoop hebben dat deze storm van het virus zal eindigen, dat God ons niet verlaat. Het betekent ook dat we elkaar vertrouwen, dat we zorgen voor elkaar. Iedereen heeft een rol om de verspreiding van dit virus te doorbreken. Vertrouw op God, vertrouw ook op elkaar.

In het evangelie zullen we de vraag van Filippus horen: “Laat ons de Vader zien”. Misschien stellen wij dezelfde vraag: Laat ons de Heer zien, waar is Hij op dit moment van deze pandemie? Dan zal Hij ons eraan herinneren dat Hij er is. Hij is aanwezig in de artsen, de verpleegkundigen en de verzorgers, die voor patiënten met Covid 19 zorgen. Hij is aanwezig in de mensen die kaarten
naar de ouderen sturen of die naar de alleenstaanden bellen. Hij is aanwezig in de vrijwilligers die voedselpakketten bezorgen voor degenen die dat nodig hebben; kortom: Hij is aanwezig in iedereen die iets zinvols doet voor anderen in deze tijd van het coronavirus.

En Hij herinnert ons eraan dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. Daarvoor moeten we ons leven op Hem richten. Niet alleen toont Hij de weg die we moeten volgen, maar Hijzelf is de Weg. Hij heeft ons een goed voorbeeld gegeven. Hij is gekomen om de wil van Zijn Vader en onze Vader uit te voeren, om de mensen te redden, om hulp te bieden vooral aan mensen in nood. Laten wij Zijn weg volgen, de weg van solidariteit en samenwerken, door niet aan ons zelf te denken maar aan anderen voor hun redding, ook in deze situatie van de pandemie.

Klemens Hayon

Pastoraal woord: Emmausgangers in deze tijd

De Emmausgangers is een heel bekend en heel geliefd verhaal over twee diep ontgoochelde leerlingen die onderweg zijn van Jeruzalem naar hun dorp Emmaus, en dan ontmoeten ze Jezus. Maar om verschillende redenen is het ook een heel merkwaardig verhaal. Allereerst heeft men nooit kunnen achterhalen over welk dorp het gaat. In het verhaal ligt Emmaus op ruim elf kilometer van Jeruzalem, maar daar is nooit een dorp geweest dat die naam draagt. Merkwaardig is ook dat de leerlingen Jezus onderweg niet herkennen, maar dat ze Hem wel herkennen bij het breken van het brood. Waren ze dus ook aanwezig op het Laatste Avondmaal? En ten slotte: een van beiden heet Kléopas, maar de andere wordt niet bij naam genoemd.

Misschien wijst dit alles erop dat de evangelist Lukas hier een verhaal vertelt over iedereen en overal. Het niet-bestaande dorp Emmaus zou dan het synoniem zijn van ‘overal’, en de niet bij naam genoemde tweede leerling staat dan voor ‘iedereen’. Dus ook voor ons. En dan kunnen we ons afvragen waar wij staan in het verhaal.

De ontgoochelde Emmausgangers passen helemaal in de wereld van vandaag. Vandaag zouden Kléopas en zijn metgezel verpleegkundigen kunnen zijn die doodvermoeid naar huis gaan, diepbedroefd omdat er, ondanks hun inzet, weer enkele patiënten zijn overleden. Of het zouden kinderen kunnen zijn die hun dementerende vader of moeder in het woonzorgcentrum niet meer kunnen en mogen bezoeken. Of geneesheren die coronazieken niet kunnen helpen. Of arbeiders en bedienden vol zorgen omdat ze hun schulden niet kunnen betalen door werkloosheid. Of ondernemers die hun bedrijf  van vandaag op morgen moeten sluiten. Of leerlingen die niet naar school kunnen. Of twee van de miljoenen mensen die in veel landen ineens geen inkomen meer hebben, die zo arm geworden zijn dat ze niet weten of ze morgen eten zullen hebben voor hun gezin. Emmausgangers zijn er niet alleen vandaag, ze zijn er elke dag.

En moet Jezus misschien ook tegen ons, net als tegen de Emmausgangers, zeggen dat we ‘onverstandigen’ zijn? Geen ‘ongelovigen’, maar ‘onverstandigen.’ Want in Hem geloven, dat deden de  Emmausgangers, en dat doen wij ook. Zij zeiden dat ze ‘leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen.’  Voor hen is dat dus de Messias: de redder die Israël zou bevrijden van de Romeinen, en daarom noemt Jezus hen ‘onverstandigen’. Want Hij is helemaal niet de Messias van wereldlijke macht, integendeel, Hij is de Messias van goddelijke liefde, vrede en barmhartigheid. Is Hij dat ook in onze ogen, of is Hij voor ons dezelfde Messias als voor de Emmausgangers: de redder dus die ons van ongeluk, ziekte, ellende en dood zal bevrijden, en die ons zal vertroetelen op onze weg van egoïsme en eigenbelang? Zijn ook wij zulke: ‘onverstandigen’ ?

Als ze in hun dorp aankomen, nodigen de leerlingen Jezus uit om bij hen te blijven, ‘want het wordt al avond en de dag loopt ten einde’.  En die dag, dat is de dag dat hun wanhoop weer hoop, en hun moedeloosheid weer geloof werd. Is dat ook zo voor ons? Nodigen ook wij na moeilijke dagen en moeilijke tijden Jezus uit in de donkerte van ons leven? Vragen ook wij dat Hij bij ons zal blijven, zodat we in het breken en delen van het brood een teken van zijn aanwezigheid onder ons zullen herkennen? Het breken en delen van het brood van liefde, van vrede, van gerechtigheid, van oprecht geloof.  Moge het zo zijn: dat we Jezus altijd opnieuw in ons leven zullen uitnodigen, zodat we niet verdwalen in de donkerte die ons leven en dat van onze medemensen soms kan zijn.

Paul Kuhlmann, diaken

Pastoraal woord: Hij leeft!

Aan het eind van de eucharistieviering op Paaszondag, nadat hij ons Zalig Pasen had gewenst, werd ik getroffen door de woorden van onze pastoor, Kees Dernee: ‘Hij leeft, kijk om u heen….., dat Hij leeft zien we onder andere in de daden van goedheid die mensen plegen. Kijk eens naar de mensen in de zorg. Met liefde verplegen ze al degenen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd. Ook dat is een teken dat de Heer leeft…..onze daden van goedheid en van toewijding.’
Ik moest toen direct ook denken aan de daden van goedheid die ik in onze parochie ervaar sinds wij de maatregelen van de overheid en de Nederlandse bisschoppen in het kader van de coronapandemie ten uitvoer brengen. Het is goed om daar tijdens de dagen van het Paasoctaaf, iets meer dan anders, bij stil te staan, om zo ons bewust te zijn dat we als leden van parochie de Vier Evangelisten, aan elkaar en aan anderen, getuigen dat onze Heer leeft.

In eerdere nieuwsbrieven heeft u al kunnen lezen over het initiatief van Roos Verheijen van Inside Out die samen met Bart van Leeuwen een poule van jongeren heeft opgezet die in deze periode de helpende hand uitsteken om een boodschapje te doen of te bellen met mensen die eenzaam zijn. Deze poule van jongeren, waar ook een aantal (oud)vormelingen bij aangehaakt zijn, heeft zich al ingezet om nieuwsbrieven en Paas-attenties voor zieke, oude en eenzame parochianen rond te brengen. Ook heeft u kunnen lezen dat bij de Pastoor van Arsgemeenschap vooral de oudere en zieke parochianen een attentie, bestaande uit een palmtakje, paaskaarsje en een tekening van één van de eerste communicantjes, een kind van de kinderwoorddienst of Alle-4, heeft ontvangen. Ook kinderen van andere kinderwoorddienstgroepen zijn actief. Bij de kinderwoorddienstgroep van de Maria van Eik en Duinen bijvoorbeeld, is het initiatief genomen om kinderen op te roepen om een (zelfgemaakte) kaart te sturen aan een bewoner in het Woonzorgpark Loosduinen, om deze mensen die nu van de buitenwereld geïsoleerd zijn, te laten weten dat er aan hen gedacht wordt.
In een gezamenlijke actie van de werkgroepen diaconie van de Emmaus-, Maria- van-Eik-en-Duinen- en de Titus-Brandsma-gemeenschap én Inside Out zijn in de week voor Palmzondag tasjes met twee Franse geraniums, een zakje paaseitjes, een lichtje van de jongeren, een Paaskaart van de werkgroep en een paar gebedskaarten verzorgd voor parochianen die het in deze tijd extra moeilijk hebben, zoals zieken, ouden, armen en eenzamen. Bij het bezorgen van deze tasjes zijn enkele vrijwilligers van de werkgroepen en vooral ook de jongerenpoule actief geweest. Met volgeladen fietsen gingen ze op pad. (zie de foto’s). Ook de vrijwilligers van De Luifel hebben aan deze actie meegedaan. Zij hebben voor hun handwerkgroep op de dinsdag en voor de maaltijdgasten op vrijdag nog een aardigheidje aan de tasjes toegevoegd. De geraniums waren trouwens geleverd door een tuinder uit het Westland die via de Haagse Gemeenschap van Kerken grote hoeveelheden had aangeboden, omdat hij ze dit jaar via de normale kanalen niet kwijt kon. Op deze manier hebben we dus ook een goede daad aan deze tuinder gedaan.

In deze tijd van de coronacrisis blijft ook de parochiële noodhulp zich inspannen om de in armoede levende bewoners en gezinnen binnen de grenzen van de parochie bij te staan, zo goed als mogelijk. Op de dinsdagen is de noodhulp gesloten, maar aan gezinnen waarvan bekend is dat ze het ‘zwaar te verduren’ hebben, wordt bijzondere aandacht gegeven. Zo worden van de houdbare levensmiddelen die worden meegebracht bij de kerkopenstelling, toch pakketjes gemaakt en bezorgd bij deze mensen. Een aantal ‘cliënten’ van de noodhulp zijn aangemeld voor het stedelijk project van Ben Lacchab (van Resto van Harte), die nu maaltijden bereidt voor oude, eenzame en kwetsbare mensen. Deze worden voor zeven dagen tegelijk, wekelijks en gratis, bij de mensen bezorgd.
Voor de Paasdagen hebben 35 gezinnen in armoede van onze noodhulp een waardebon ontvangen om daarmee bij de Jumbo levensmiddelen te kunnen kopen. Het idee was eigenlijk om een paaspakketje met levensmiddelen te bezorgen, maar dit was moeilijk te organiseren omdat de supermarkt in deze crisistijd niet mee kon werken om voor zoveel mensen in te kopen. De waardebon was een goed alternatief. Op Witte donderdag ’s avonds (toeval of niet) kwam uit onverwachte hoek nog een verzoek, om voor broden die bij een organisatie elders in de stad over waren gebleven, een goede bestemming te vinden. Vrijwilligers van de noodhulp hebben op Stille zaterdag ’s middags veertig hele verpakte broden opgehaald en deze onder arme gezinnen verdeeld.
Onze Parochiële Caritas Instelling (PCI) doet eveneens goed werk in deze tijd. Zij heeft een grote financiële bijdrage geleverd aan het ‘Paastientjesproject’ voor de Voedselbank Haaglanden. Zoals bekend is de Voedselbank vanwege de coronapandemie al enkele weken gesloten. Als alternatief krijgen gezinnen die normaal bij de Voedselbank komen nu wekelijks een waardebon van € 15,- om daarvoor bij Jumbo boodschappen te kunnen halen. Grote gezinnen krijgen een waardebon van € 30,-. Deze bedragen maken voor een arm gezin natuurlijk wel een beetje uit, maar ze dragen nou niet echt bij aan wat ruimte in het huishoudbudget rond de Paasdagen. Zowel aan de protestantse als aan de katholieke kerken in de regio Haaglanden is daarom het verzoek gedaan om een donatie te doen zodat de waardebonnen, verstrekt op de donderdagen rond Pasen, een bedrag van € 25,- respectievelijk € 50,- zouden krijgen. Op Witte donderdag is de donatie van de protestantse kerk besteed en afgelopen donderdag (16 april) heeft de katholieke bijdrage tot de waardevermeerdering van de bonnen geleid. In de stad Den Haag spreken we over 1680 arme gezinnen die door bijdragen van onze PCI, de PCI van parochie Maria Sterre der Zee en een donatie van twee stichtingen met katholieke wortels, deze week weer iets meer bestedingsruimte voor hun noodzakelijke boodschappen hebben gekregen.
Naast deze diaconale activiteiten waar ik zelf in meer of mindere mate bij betrokken ben, zijn er ook verschillende initiatieven genomen om zieke, oude en kwetsbare mensen, of mensen die om een andere reden dat op prijs zouden stellen, met enige regelmaat te bellen. Medewerkers van ‘Samen koken, samen delen’ bellen bijvoorbeeld zo nu en dan de gasten die anders elke derde woensdag van de maand in de pastorie van Maria van Eik en Duinen komen eten en die nu dat ‘uitje’ moeten missen. Ook zijn leden van koren of werkgroepen spontaan elkaar gaan bellen en/of mailen. Naar aanleiding van het pastoraal woord in de eerste corona-nieuwsbrief hebben enkelen mij zelfs opgebeld met de vraag of ik een paar namen en telefoonnummers voor ze had zodat zij anderen zouden kunnen bellen. Het is om stil van te worden en om dankbaar voor te zijn. De onderlinge betrokkenheid en de zorg voor elkaar en voor anderen om ons heen, lijkt groter dan ooit. Het corona-virus doet, naast het geven van angst en verdriet, het ziek maken en doen sterven van mensen, het stil leggen van het sociale leven en het bedrijfsleven, blijkbaar ook iets goeds met ons mensen. Komen de echte waarden van het leven nu niet meer dan anders tot hun recht? Die dingen waar het allemaal om zou moeten draaien? Dat leven dat God met zijn schepping had bedoeld, waarop vele profeten ons hebben gewezen en waarin zijn Zoon Jezus ons is voorgegaan en nog steeds voorgaat. Want Hij leeft! Laten wij ervan blijven getuigen dat Hij leeft, in deze corona-crisistijd, en hopelijk ook erna!

Namens het parochie- en pastoraal team,
diaken Jos van Adrichem

Pastoraal Woord: Van corona tot kruis, van kruis naar bekroning

In deze Goede Week staan wij nog eens stil bij het lijden van onze Heer Jezus Christus. In Zijn lijden komt al het lijden in de wereld, van zovele mensen, ver weg en dichtbij, samen. Het lijden van alle mensen die met ziekte, eenzaamheid en dood worden geslagen brengen wij stamelend in gebed tot de Heer. Velen onder ons ervaren Zijn lijden aan het kruis als een persoonlijk lijden. We worden overrompeld door verdriet en onmacht tegenover een ziekte die steeds verder om zich heen grijpt. Het coronavirus slaat diepe wonden. Ook bij diegenen die zelf niet ziek zijn, maar wel een familielid, een vriend of vriendin, een kennis of collega hebben die besmet is geraakt. Dan komen angst en zorgen heel dichtbij. Ze dreigen ons vast te houden in een wurggreep. Ze dreigen ons te verlammen en te beroven van elk hoopvolle perspectief. Maar juist te midden van al het lijden, kunnen en mogen wij terugvallen op een God die naar ons omziet, die van ons houdt. Een God die redt en bevrijdt. Een God ook, die ons in en door Jezus leven schenkt.

Onlangs sprak paus Franciscus de wereld toe vanaf een lege Sint-Pietersplein in Rome tijdens het Urbi et Orbi, om niet bang te zijn. ‘Wees niet bang’, zei hij, verwijzend naar de angst die de leerlingen om de hals greep bij de storm op het meer. Wees niet bang voor het lijden van het kruis dat velen van ons op dit moment ervaren. Want, ‘[D]oor zijn kruis zijn we gered.’ Deze woorden hebben voor ons een diepe betekenis. Ze herinneren ons eraan dat er een antwoord is op het lijden dat wij ervaren. Een antwoord dat vervlochten is met een hoopvolle belofte. De belofte van onze redding. In klassieke termen verwoord als ‘de zalige vreugde van onze verlossing.’
Daar waar het coronavirus en alle andere ziektevormen tot een persoonlijke kruisiging leiden, ontkiemen er in deze Goede Week zaden van hoop. Over enkele dagen, op Paaszondag lezen wij uit het Johannes evangelie over ‘het bezoek’ aan het lege graf. ‘Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen, het was nog donker, bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold (Joh. 20,1).’ Maria Magdalena heeft de moed om nogmaals kruisiging en dood in de ogen te kijken. Niet zonder betekenis vermeldt Johannes dat het nog donker was. Maria Magdalena gaat het donker in. Ze gaat naar het lege graf in de veronderstelling daar een tastbaar teken van het donker van de kruisiging aan te treffen. In plaats hiervan treffen zij en de andere leerlingen andere tekens aan: een weggerolde steen, zwachtels en een opgerolde zweetdoek. Tekens van verrijzenis. Tekens van de overwinning op de dood. Tekens van bekroning!

Ons leven eindigt niet met of bij het coronavirus. Ons leven vindt zijn voltooiing in Christus. In Zijn verrijzenis. Dat is ons geloof. Dat is onze hoop. Dat is onze bekroning.

‘Heer –
ik geloof, ik hoop, ik heb lief.
Ik geloof in uw goedheid,
ik hoop op uw barmhartigheid,
ik houd van uw aanwezigheid.
Ik weet: alles is een mysterie –
liefde, geloof en hoop.
Maar ik kan niet leven zonder hoop
en ook de liefde kan ik moeilijk missen:
de liefde van mensen.
En zonder het geloof in het hiernamaals
zou het leven toch maar leeg zijn.
Ik geloof in U en ik houd van U
want U geeft me elke dag weer hoop.
Ik dank U voor het geschenk van de hoop.
Hoop doet leven.’

(Uit: A. L. Balling, ‘Sporen van God in mijn leven’, Altiora Averbode, 2001:77)

Duncan Wielzen, pastoraal werker, namens het Pastoraal Team

Pastoraal woord: Neemt de steen weg

Lieve zusters en broeders,
Iedereen kent het bekende verhaal van de opwekking van Lazarus. Dat verhaal lezen wij deze zondag, de vijfde zondag van de veertigdagentijd. In dat verhaal lezen we over het verdriet van de twee zussen van Lazarus. Ze betreurden de vertraging van Jezus die niet op tijd naar hun plaats kwam. We lezen ook over de gedachten  van veel mensen die zeiden dat Jezus de blinde ogen kon genezen, en zich afvroegen: waarom kon Hij niet iets  doen zodat die mens niet stierf? Maar voor God is het nooit te laat. Aan God kan niet  getwijfeld worden. God is de Beheerder van tijd en eeuwigheid, van uur en seizoen.  Hij kan op elk moment Zijn hulp aanbieden.
Aan Maria en Marta vroeg Jezus om een vast geloof en een sterk vertrouwen dat Hij de Messias is, de Zoon Gods, die in de wereld komt om ons te redden. Dat vraagt Hij ook aan ons allen,
dat wij, die nu onrustig zijn vanwege het coronavirus,  in Hem blijven geloven en op Hem vertrouwen.  En Hij vraagt de bijdrage van mensen. Hij verwacht de participatie van mensen. Hij nodigt uit tot samenwerking. “Neemt de steen weg”, vraagt Jezus in het evangelie. Hij vraagt om mee te doen. Om te doen wat mensen kunnen en de rest zal Hij doen. Zo gebeurt het bij de opwekking van Lazarus.
Te midden van de verspreiding van het coronavirus zouden we misschien  hebben gedacht zoals de meeste Joden in het evangelieverhaal van deze zondag: Als God almachtig, liefdevol en medelevend is, waarom laat Hij dit virus zich over de hele wereld verspreiden? Als God alwetend en barmhartig is, waarom zijn er zoveel slachtoffers en is er nog geen vaccin of middel tegen het coronavirus? Misschien denken we ook zoals Maria en Martha. Zij dachten dat het te laat was. Waarom hebben we niet eerder gehandeld zodat dit virus niet naar ons land was gekomen?
Het is goed als wij iets concreet doen. Behalve bidden, blijven geloven in God en  vertrouwen op Hem, laten wij ook de maatregelen die het RIVM heeft aangekondigd, uitvoeren. Blijf optimistisch dat deze pandemie zal voorbijgaan. Laten we God om hulp vragen. Doe wat we kunnen doen en laat de rest aan God over. Wij doen ons deel. God zal Zijn deel doen.

Pater Klemens Hayon, SVD

 

Aankondiging van de Heer (Maria Boodschap)

Maria, de vrouw die volledig ja zegt tegen God, een vrouw die vol is van de genade van God. Zij is de moeder van God en bijzonder tussen alle andere heiligen. Natuurlijk, in Jezus is ons de goedheid van God verschenen en over niets heeft Hij met meer nadruk gesproken dan over de barmhartigheid van God. Laten we maar denken aan de parabel van de verloren zoon, of de barmhartige Samaritaan, of de Goede Herder.

Er is geen mens op aarde die meer op Jezus lijkt dan zijn moeder. Als wij zo naar haar kijken, dan wordt het ons duidelijk, dat deze moeder een leven heeft geleid van liefde, zachtaardig en barmhartig. Wat anders bewoog Maria om zich zo te haasten over het gebergte om haar nicht in de zware dagen van de verwachting bij te staan? De erbarmende liefde die Maria in het Magnificat bezingt: “Zijn barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht” werkt onophoudelijk verder in haar leven. Zij kent de prijs van Gods liefde, die in de geopende zijde van haar Zoon onophoudelijk tot de mensen blijft spreken.

Door alle eeuwen heen is Maria ons aller moeder gebleven. Dat getuigt het geloof van de eerste christenen, die in hun nood steeds weer naar Maria gingen. En het is nog nooit gehoord dat iemand die tot Maria zijn toevlucht nam, door haar verstoten werd. Als wij juist in deze crisistijd onze toevlucht tot Maria nemen, dan moet het ons duidelijk zijn dat de barmhartigheid, die in God haar oorsprong vindt, ook in ons gestalte mag krijgen.

Haar oog heeft al vlug de verlegenheid van de jonggehuwden in Kana opgemerkt: “Zij hebben geen wijn meer”. Zo geeft zij de aanleiding tot het eerste teken van Jezus. “Doe maar wat Hij u zeggen zal”, zei Maria daar tegen de bedienden als de wijn op is en het feest in het water dreigt te vallen. Zij is als moeder onlosmakelijk verbonden met haar zoon Jezus. Maria brengt ons bij Christus, maar Hij brengt ons ook bij zijn moeder. Aan het kruis zegt Hij tegen de leerling die Hij liefhad: “Zie daar je moeder”. Maria’s troostende nabijheid gunt Hij ook ons. Omdat zij zozeer Gods barmhartigheid ervaren heeft, is Maria zelf enkel barmhartigheid voor ons eenzame, zwakke en zieke mensen.

Maria, een moeder die zelf in haar leven heel wat heeft moeten doormaken aan verdriet, twijfel en onzekerheid. Haar ogen en moederhart blijven op ons gericht. Wij kunnen haar vragen voor ons te bidden, zoals wij elkaar ook kunnen vragen voor elkaar te bidden.

Gebed tot Maria
Tot U nemen wij onze toevlucht: wees onze bescherming, heilige Moeder van God, wijs onze gebeden niet af als wij in nood zijn, maar verlos ons uit alle gevaren, Gij, glorierijke en gezegende Maagd.
(Dit is het oudste Maria-gebed uit de kerken van Oost en West. Het dateert uit de 3e eeuw.)

Kees Dernee, pastoor

Onze parochie tijdens de coronacrisis

De ene na de andere activiteit wordt afgezegd in verband met het coronavirus. Onze bisschoppen hebben in het hele land de vieringen tot en met Pasen in onze kerken geannuleerd. De recente ontwikkelingen roepen ook bij het pastoraal team sterke behoefte op om als kerk deze situatie te bezien. Hoe kunnen onze geloofsgemeenschappen, juist in deze tijden, in deze situatie van betekenis zijn?
Als je door bijvoorbeeld een griep geveld wordt ervaar je wat het met je doet als je opgesloten bent in je eigen huis. Na een paar dagen voel je je eenzaam. Je mist sociaal contact en verbinding met de wereld om je heen. En je mist de voldoening van de activiteiten die normaal gesproken worden ondernomen.
Veel mensen, realiseer ik me, gaan dit ervaren. Ik ben geen arts, maar het zou natuurlijk zo kunnen zijn dat er in de komende weken nog veel meer mensen thuiszitten. Mensen die hun werk niet meer kunnen doen, zelf ziek zijn, publieke activiteiten die afgelast worden en verschillende plekken die gesloten zijn. Dan wordt je wereldje ineens erg klein, dat breekt een mens op. De nood van eenzaamheid neemt toe. Wat zou de kerk daarin kunnen betekenen in de eigen omgeving?
Dat begint met het kijken naar de nood die er speelt. Eenzaamheid is een bekende nood in de huidige samenleving en ik verwacht dat dat in de komende weken alleen maar toeneemt. Hoe kunnen de geloofsgemeenschappen van betekenis zijn? Ik denk aan:

  • een gezelligheidstelefoonlijn voor mensen die behoefte hebben aan een praatje nu ze  alleen thuiszitten door gebruik te maken van de telefoon kan het allemaal vanuit huis  gebeuren en is er geen kans op besmetting.
  • zet een boodschappen bezorgservice op voor mensen die in quarantaine zitten.
  • via sociale media kun je digitaal samen vieren, ook voor onze parochie zijn we daarmee bezig. Houd daarvoor onze website in de gaten.
  • gooi eens een briefje met je telefoonnummer door de brievenbus bij ouderen in de  buurt en vraag hoe het met ze gaat. Hebben ze nog iets nodig?

Nu we zo erg worden geconfronteerd met dit virus vragen sommigen zich af: “Waar hebben we dat aan verdiend?” “Waarom moet mij dat gebeuren?” Nog steeds wordt
een ernstige bedreiging of ziekte een beetje als een straf van boven gezien.
De geloofsgenoten van Jezus meenden dat in ieder geval wel heel sterk. Maar Jezus helpt hen uit de droom. Onthoud het, zegt Jezus, ongeluk en dood zijn vaak niet te beredeneren, en zijn in ieder geval geen straf van boven. Toen niet, nu niet en nooit! Zo zit de God van Jezus, onze God, niet in elkaar. De God van Jezus is de God die zegt: ‘Ik ben er. Ik trek met je op, en ik deel je verdriet’. De God van Jezus, onze God, heeft bovendien geduld met mensen en luistert naar ons aanhoudend gebed.
Nogmaals, velen zullen zich in de gegeven situatie eenzaam voelen en dat is een ellendige ervaring. Als dat gevoel al te lang doorzet kan zelfs elk gevoel van levensgeluk verdwijnen. In onze kerkgebouwen kunnen we doorgaans met velen bijeen zijn. We zoeken de nabijheid van elkaar en terecht. We verzamelen ons om ons niet alleen te voelen. Dit samenzijn zullen we de komende periode moeten missen. Maar onze kerkgebouwen zullen, daar waar mogelijk, zondags open gesteld worden zodat eenieder Gods nabijheid kan zoeken en ervaren. Zo blijven we in geloof en gebed verenigd met elkaar en in Christus.

Namens het Pastoraal Team,
Kees Dernee, pastoor