Archief “pastoraal woord”

Hier vindt u een overzicht van de eerder op de startpagina gepubliceerde “pastoraal woord” teksten.


Pastoraal woord: Bijna alles mag weer

‘Bijna alles mag weer!’ kopte de krant die vandaag bij mij thuis op de deurmat
viel, op de voorpagina. ‘Nederland begint met een tot voor kort onvoorstelbare
vrijheid aan de zomer.’ Dat is natuurlijk goed nieuws, maar wat betekent deze
onverwachte versoepeling van de maatregelen nu concreet voor onze
geloofsgemeenschappen, als er in één adem aan wordt toegevoegd dat, zowel
binnen als buiten, de restrictie van anderhalve meter afstand gehandhaafd
blijft? Van onze bisschop ontvingen we vandaag een mailbericht waarin hij,
naar aanleiding van de persconferentie van premier Mark Rutte van woensdag
24 juni, op een paar bestaande maatregelen een nuance aanbrengt. Drie
onderwerpen in het schrijven van de bisschop die voor de vieringen van belang
zijn, zijn ‘reservering’, ‘jongeren‘ en ‘zang’.
Wat het reserveren betreft, bepaalt de grootte van het kerkgebouw het totaal
aantal toegestane zitplaatsen. Als wordt verwacht dat het aantal bezoekers
voor een viering hoger is dan dit toegestane aantal, dan zal de reservering
noodzakelijk blijven. Omdat vóór de coronacrisis het aantal kerkbezoekers op
zondag in onze kerkgebouwen hoger lag dan het aantal dat nu is toegestaan,
zullen we de reservering, in ieder geval voor de vieringen op zondag, voorlopig
dus handhaven.
Jongeren tot 18 jaar hoeven ten opzichte van elkaar de anderhalve-meter
regel niet te volgen, maar wel ten opzichte van volwassen bezoekers, anders
dan huisgenoten.
Ten aanzien van de zang tijdens de viering schrijft de bisschop dat samenzang
niet is toegestaan, maar vanaf 1 juli, onder voorwaarden, wel koren en musici.
Voor wat betreft deze voorwaarden heeft de premier toegezegd dat het RIVM
op zeer korte termijn met een advies komt. Als dit advies bekend is, kunnen
de voorwaarden worden ingevuld. Het is dus nog even afwachten per wanneer
precies en op welke wijze koren straks weer kunnen zingen tijdens de viering.
Tot dan speelt een organist of pianist en zingt slechts één cantor tijdens de
viering. Omdat de jongeren zich niet aan de anderhalve-meternorm hoeven te
houden en de versoepeling voor zang eraan komt, zal op zondag 12 juli a.s. in
de Pastoor van Arskerk een viering met zang van het kinderkoor Alle-4
plaatsvinden. Deze ‘vakantieviering’ stond vanaf het begin van het jaar al
gepland, en het is fijn dat we die aan het eind van het schoolseizoen gewoon
door kunnen laten gaan, zij het met toepassing van de maatregelen en
reservering vooraf.
Activiteiten in onze pastorieën, zoals koffie drinken, catechese-bijeenkomsten,
en lezingen, zullen geleidelijk aan ook weer plaats kunnen gaan vinden. De
komende weken zullen we, samen met de beheercommissies en
pastoraatgroepen van de locaties bezien wat op locatie per wanneer weer zou
kunnen worden georganiseerd. Te allen tijde moet kunnen worden geborgd dat
de anderhalve meter afstand tot elkaar in acht wordt genomen en de hygiënemaatregelen, zoals het RIVM die aangeeft, worden uitgevoerd. Voor een groot
deel van de activiteiten geldt overigens dat deze de afgelopen jaren in de
maanden juli en augustus, vanwege de vakantieperiode, geen doorgang
vonden. Dat zal dit jaar waarschijnlijk niet anders zijn. Als het parochieteam
op 8 juli weer bij elkaar komt, hopen we dan in ieder geval vast te stellen
welke activiteiten per wanneer op de locaties weer kunnen worden ontplooid.
In de Nieuwsbrief van augustus zult u daar dan over worden geïnformeerd.
Over de vakantie gesproken: bijna alles mag weer! Dus ik hoop dat u, ondanks
het steeds alert moeten zijn op de anderhalve meter afstand, de komende
weken zult genieten van weer een bezoek van of aan familie of vrienden, een
reis(je) of vakantie in binnen- of buitenland, lekker vertoeven op een terrasje,
gewoon de dingen doen waar u zin in hebt, bevrijd van de lockdown, in alle
vrijheid! Moge het voor u allen zonnige weken zijn! Daar bedoel ik niet mee
dat de zon letterlijk al die tijd schijnt en de hitte op den duur niet te verdragen
is. Af en toe een buitje voor verkoeling en tegen de droogte gun ik u natuurlijk
ook daarbij. Maar moge deze zon in ieder geval blijven schijnen: de zon der
gerechtigheid, Christus zelf. Dat Hij aanwezig mag zijn, in uw huis, in uw hart,
op de plaatsen waar u zich de komende tijd ook bevindt. Dan zal ook voor de
mensen die u ontmoet, al moeten ze deze zomer op anderhalve meter afstand
blijven, de zon vast en zeker gaan schijnen. Christen zijn, het doen laten
schijnen van die zon der gerechtigheid, is immers niet aan vakantie
onderhevig. Een gezegende vakantieperiode gewenst!

Namens het parochie- en pastoraal team,
diaken Jos van Adrichem

Pastoraal woord: Kerkelijk leven op anderhalve meter

Met het Pinksterfeest, vorige week, hebben we de Paastijd dit jaar al weer
afgesloten. Het is een tijd geweest die wij, weliswaar op fysieke afstand van
elkaar maar, naar mijn ervaring, nauw verbonden met elkaar, hebben beleefd.
Met Pinksteren heeft de Geest gewaaid! Vrijwilligers van pastoraatgroepen en
beheercommissies bij onze geloofsgemeenschappen hebben rond het
Pinksterweekend plannen gemaakt en acties ingezet om bij elke
geloofsgemeenschap de liturgische vieringen weer mogelijk te maken. Nog niet
bij elke geloofsgemeenschap lukt dat komend weekend al, maar de
voorbereidingen zijn in ieder geval in volle gang. In deze nieuwsbrief leest u
daar veel ins en outs over.
Deze zondag vieren we het Hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid. Veel
mensen hebben moeite om zich daar iets bij voor te stellen. Eén God die uit
drie gestalten bestaat: Vader, Zoon en heilige Geest? Wat kan ik daar mee?
En toch zijn wij als katholieken zo vertrouwd met deze drie-eenheid. Want als
wij aan het bidden gaan, dan openen en sluiten wij toch standaard met het
aanroepen van deze drie, bij het maken van het kruisteken.
In de tweede lezing van deze zondag horen we de apostel Paulus bij zijn
afscheid van de christenen in Korinthe als laatste de groet uitspreken waarmee
de priester aan het begin van de eucharistieviering de mensen in de kerk
begroet: de genade van onze Heer, Jezus Christus, de liefde van God (de
Vader) en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen. Dit wordt alle
gelovigen in de kerk dus elke viering toegewenst:
de genade van de Zoon die kwam om de wereld te redden, de genade dus
waarmee wij bevrijd worden van duister, van zonden, van de dood; de liefde
van God de Vader, tot wie wij ons altijd mogen wenden, hoe bont we het zelf
soms hebben gemaakt (denk maar aan het verhaal van de barmhartige vader,
of de verloren zoon); de gemeenschap van de heilige Geest, zijn aanwezigheid
in ons, de blijvende Helper. Dat deze drie bij ons mogen zijn! Als je daar bij stil
staat, dan is dat toch een hele mooie en heilzame wens. Aan het begin van de
periode dat wij elkaar van lieverlee weer mogen gaan treffen, wensen wij u dat
van harte toe!
Paulus zei er nog bij: ‘Groet elkaar met de heilige kus’. We kijken er met zijn
allen naar uit, maar daar zullen we beter nog maar even mee wachten.
Graag tot ziens in één van onze kerken!
diaken Jos van Adrichem
(Met dank aan pater Klemens Hayon voor enkele tekstsuggesties)

Pastoraal woord: Tussen Hemelvaart en Pinksteren

Wanneer ik in deze tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren dagelijks de
pinksternoveen bid, dan krijgen de woorden ‘Zend uw Geest uit en alles zal
herschapen worden’ dit jaar wel een bijzondere betekenis. Het refrein van de
tussenzang (psalm 104) op Pinksterzondag heeft een zelfde strekking, maar
zegt het nog iets treffender, naar mijn idee: ‘Zendt Gij uw Geest, dan komt er
weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.’
Na Pinksteren, het feest waarbij we vieren dat God de heilige Geest, de door
Jezus beloofde blijvende Helper, zendt aan allen die Hem liefhebben, komt er
weer leven in de kerk. We mogen eindelijk weer samen gaan vieren!
In ons enthousiasme, ‘aangevuurd’ door de heilige Geest, zouden we na het
Pinksterfeest wel naar de kerk willen stormen, elkaar en onze lieve Heer
uitbundig begroeten, maar pas op! We moeten het heel rustig aan doen. We
kunnen pas in onze kerken samenkomen als we aan alle voorwaarden voldoen
die ons in de protocollen door het bisdom zijn aangereikt. En dan beginnen we
voorzichtig met maximaal dertig kerkgangers en als alles goed blijft gaan, kan
dat in juli worden opgeschaald naar maximaal honderd. Het één en ander is
afhankelijk van de mogelijkheden in het kerkgebouw, maar niet in de laatste
plaats van de beschikbaarheid en inzet van vrijwilligers, want er zullen bij de
geloofsgemeenschappen extra werkzaamheden moeten worden gedaan om
aan de richtlijnen te kunnen voldoen. Deze en komende week nemen we als
parochieteam, samen met de pastoraatgroepen en beheercommissies, volop
actie om de invoering van de nieuwe richtlijnen in goede banen te leiden. We
zullen u daar de komende weken nog duidelijk over informeren.
Ja, beste parochianen, ook voor onze parochie is de ‘anderhalvemetersamenleving’ een nieuwe realiteit waar we mee moeten ‘dealen’, of we
willen of niet. In Gods schepping lijkt een mutatie te zijn aangebracht:
minimaal anderhalve meter afstand tussen mensen. Bidden tot God om de
heilige Geest en daarmee hernieuwing van de schepping, zal die realiteit niet
één, twee, drie veranderen. Gelukkig gaat het ‘slechts’ om fysieke afstand
tussen mensen en kunnen wij op diverse andere wijzen elkaar nabij zijn. De
afgelopen weken hebben we daar al verschillende voorbeelden van gezien. En
ik denk dat het bij het bidden om een nieuwe schepping juist daar over gaat.
Want wat vragen wij als wij de Pinksternoveen bidden? ……….Op negen
achtereenvolgende dagen vragen wij de heilige Geest om in onze harten te
komen en ieder van ons zijn vruchten te verlenen, de vrucht van de liefde, van
de vreugde, van de vrede, van het geduld, van de vriendelijkheid, de
goedheid, de trouw, de zachtmoedigheid en de zelfbeheersing. Als we door de
heilige Geest, de blijvende Helper, worden geholpen om met een beetje meer
liefde over een ander te denken, wat positiever in het leven te staan, tevreden
te zijn met wie we zijn en wat we hebben, iets meer geduld naar een ander of
in een situatie te kunnen opbrengen, een vriendelijk woord of gebaar te geven,
ons misschien iets meer dienstbaar op te stellen, trouw te blijven aan de
mensen die het goede met ons voor hebben, lasten van het verleden te
kunnen loslaten en slechte neigingen te kunnen weerstaan, dan ontstaat een
nieuwe schepping in ieder van ons. En samen zorgen wij op die manier,
geholpen door de heilige Geest, voor een hele nieuwe realiteit: de realiteit van
Gods Koninkrijk. Ik hoop en bid dat wij samen, in de huidige anderhalvemetersamenleving, ons ‘vol vuur’ inzetten voor die realiteit.
Namens het parochie- en pastoraal team wens ik u Zalig Pinksteren!
Diaken Jos van Adrichem,

Pastoraal woord: Meimaand – Mariamaand

Intussen zijn we al weer twee maanden onderweg in onze ‘nieuwe corona realiteit’. Na de eerste schok en het besef van een reële dreiging volgen nu langzaamaan de eerste stapjes op de weg naar de nieuwe realiteit. De meimaand is zelfs alweer bijna voorbij, een maand die voor ons katholieken de gelegenheid biedt even stil te staan bij de speciale band die we hebben met Maria.
‘Heilige Maria, Moeder van God‘, met die titel hebben gelovige mensen Maria eeuwenlang aangesproken. En als we nog regelmatig het Wees gegroet bidden, doen we dit nog steeds met overtuiging. Maar wat willen we eigenlijk van Maria zeggen, als we haar zo aanspreken?
De evangelisten laten ons weten, dat Maria het met Jezus niet altijd gemakkelijk heeft gehad. Niet dat Jezus ongemakke­lijk was; “Hij was hun onderdanig”, schrijft de evangelis­t. Maar Hij was moeilijk te doorgronden. Hij was haar kind, maar bovenal de Zoon van de Vader. In die zin was Hij een mysterie, ook voor Maria. Het leek soms wel alsof Hij een eigen leven leidde, waartoe zij geen toegang had. Zo vertelt het evangelie dat herders naar Bethlehem kwamen en aan Maria en Jozef alles vertelden wat zij van engelen over hun kind gehoord hadden. Wist Maria dat dan niet? Dat is al de eerste vraag.
Maar de evan­gelist vermeldt slechts dat Maria die verhalen in haar hart bewaarde en ze overwoog. Het moet, denk ik, voor haar niet leuk geweest zijn, van buitenstaanders te moeten horen wie je kind is.
Er komen meer van die momenten in Maria’s leven, waar­bij ze als het ware overrompeld wordt door buitenstaan­ders. Wanneer haar kind veertig dagen na zijn geboorte aan God wordt toegewijd, komen Simeon en Anna naar voren en spreken hun verwachting uit over het kind. Allemaal goed bedoeld, maar Maria had er eigenlijk niet om gevraagd. “Zijn ouders stonden verbaasd over wat van hun kind gezegd werd”, schrijft Lucas.
En als Jezus twaalf jaar oud is, blijft Hij achter in Jeruzalem, zonder iets te zeggen. “Kind, waarom heb je ons dit aangedaan”, vragen zijn ouders Hem. Weer bewaarde Maria Jezus’ wei­nig begrijpelijke antwoord in haar hart. Ook later, toen Jezus als volwassen rabbi rondtrok, kon Hij soms merk­waardig reageren. Hij is ergens volop met mensen bezig, maar zijn moeder en broers maken zich zorgen over Hem. “Uw moeder en uw broers vragen naar U” en Jezus re­ageert met de woorden: “Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers? Ik zeg jullie: dat zijn zij die de wil van God volbrengen.” Alsof Maria dat niet deed!
Een enthousiaste vrouw riep Jezus eens toe: “Gelukkig de schoot die U heeft gedragen en de borsten die U hebben gevoed.” Jezus reageerde met de woorden: “Gelukkig die naar het woord van God luisteren.” (Luc. 11,27)
Bij de evangelist Johannes komen slechts twee momenten voor waarbij Jezus en Maria beiden betrokken zijn. Dat is aan het begin van Jezus’ optreden op de bruiloft van Kana en aan het einde, in Jezus’ laatste ogenblikken. Op beide momenten spreekt Jezus zijn moeder aan met ‘vrouw’. “Vrouw, is dat soms uw zaak ?” zegt Jezus in Kana. En aan het kruis: “Vrouw, zie daar uw zoon.” ‘Vrouw’, maar zij was toch zijn moeder!!
Dat is – kort gezegd – wat de evangelisten ons vertellen. Er zal wel veel meer gezegd zijn, maar zij wilden ons kenne­lijk vertellen, hoe moeilijk het is, om moeder van God te zijn. Hij heeft immers zijn boodschap en zij moet daar vrede mee hebben. Dat heeft Maria op een voortreffelijke manier gedaan. Ze bewaarde al die woorden en gebeurtenissen in haar hart. Ze moet een groot hart gehad hebben, want er viel soms heel wat weg te slikken. Het woord ‘moeder’ krijgt bij Maria een heel diepe klank. Maria heeft in de loop der eeuwen steeds nieuwe titels gekregen. Die hebben alle­maal zin. Maar eigenlijk is één titel voldoende en alleszeggend: zij is moeder van God. Bidden wij daarom, dat zij voor ons zondaars bidt, nu en in het uur van onze dood.
Over ‘Meimaand-Mariamaand’ gesproken: heeft u de gelijknamige video van onze parochie al bekeken? Zeker de moeite waard om even voor te gaan zitten! De video staat op het YouTubekanaal van de parochie en is te openen via deze link: Mariamaand.

Kees Dernee, pastoor

Pastoraal woord: Afscheid

Afscheid nemen is ons niet vreemd. Vanaf jonge leeftijd al maken wij veel
momenten van afscheid mee. Afscheid van de basisschool. Uitgezwaaid worden
bij aanvang van een reis. Afscheid van vrienden bij terugkeer naar je
vertrouwde omgeving. Afscheid nemen van een kerkgebouw die aan de
eredienst wordt onttrokken. Afscheid nemen valt zwaar wanneer je iemand van
wie je houdt achterlaat. Ik kan mij nog goed herinneren hoe moeilijk ik het
vond om afscheid te nemen van mijn ouders toen ik vanuit Suriname naar
Nederland vertrok. Dat gebeurde op 15 mei 1992. Mijn hart was verscheurd.
Het voelde aan alsof ik een deel van mezelf achterliet. En wanneer het afscheid
een definitief karakter heeft, brengt dat vaak gevoelens van verlamming en
verslagenheid met zich mee bij diegenen die achterblijven, zoals bij de dood
van een dierbare.
In de media verschenen schrijnende gevallen van mensen die überhaupt geen
afscheid konden nemen van een geliefde die aan het coronavirus overleed. De
pijn, het gemis en de leegte bij nabestaanden is des te prangend.
In de lezingen van deze zondag, de zesde zondag van Pasen, lezen we een
stuk uit de afscheidsrede van Jezus. Nadat Hij de voeten van zijn leerlingen
heeft gewassen – een daad van liefde en dienstbaarheid – vertelt Jezus over
zijn heengaan. En Hij spreekt daarbij bemoedigende en troostende woorden.
Hij belooft de heilige Geest als Helper, als ‘parakleet’. Dit Griekse woord is
afgeleid van parakalein dat letterlijk betekent: ‘erbij roepen’, maar vaak ook
vertaald wordt met ‘bemoedigen’, of ‘troosten’. Jezus kent de stemming die
onder zijn leerlingen heerst. Ze zijn verontrust en lijken terneergeslagen;
bedroefd, en misschien zelf onthutst. Hij belooft hen dat zijn afscheid niet
definitief is. Hij zal bij hen terugkomen. Hij laat hen niet verweesd achter.
Jezus spreekt ook van de liefde als teken van zijn verbondenheid met hen. Hij
vraagt de leerlingen om trouw te blijven aan Hem en aan de opdracht om
elkaar lief te hebben.
Nu onze kerkgebouwen veelal leeg staan, kan menigeen zich ‘verweesd
achtergelaten’ voelen. Het lijkt alsof afscheid is genomen van een vierende
gemeenschap die voorheen regelmatig samenkwam. Misschien vragen
sommigen zich af: waar is Hij nog te vinden? Misschien valt het ons moeilijk
om in een bijna leeg kerkgebouw Zijn aanwezigheid nog te voelen. We
proberen via de livestream verbinding iets van Zijn aanwezigheid, een glimp
misschien, op te vangen of te ervaren. We weten dat Hij aanwezig is in het
Woord, in de tekenen van Brood en Wijn. Maar toch is het voor sommigen
2
blijkbaar lastiger om Zijn aanwezigheid ook daadwerkelijk te ervaren vanaf
een afstand. Met hen, en met de psalmist van psalm 103 verzuchten wij:
“Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden, eeuwige God,
wij willen U zien. Geef ons vandaag een teken van liefde.
Eeuwige God, wij willen U zien. Geef ons vandaag een
teken van liefde.”
Vooral nu in deze coronatijd zie ik vele tekenen van liefde om mij heen. Ik zie
veel mensen iets extra doen om aandacht en tijd te geven aan een ander. Ik
zie mensen op vele creatieve manieren contact en verbinding zoeken met
elkaar. Zowel binnen als buiten ons kerkverband zie ik veel gebeuren aan
goedheid, betrokkenheid en solidariteit onder burgers. Ondanks een
noodzakelijk doch tijdelijk afscheid van een vierende gemeenschap die bij
elkaar samenkomt, blijft de heilige Geest mensen letterlijk erbij roepen en
waait Zij waarheen Ze wil. Daar waar wij aandacht en tijd geven aan elkaar,
op welke manier dan ook, hetzij op afstand of nabije wijze, daar is Jezus
aanwezig. Daar is de Geest der waarheid aan het werk en gebeurt wat Jezus
zijn leerlingen en ook ons op het hart drukt: Heb elkaar lief!
pastor Duncan Wielzen

Pastoraal woord: Blijf op Hem vertrouwen, Hij is de Weg!

Meer dan een maand doen we veel activiteiten thuis vanwege dit coronavirus. De regering gaat nu proberen om de maatregelen soepeler te maken. We willen dat ons leven weer normaal wordt en dat de economie niet onder deze pandemie lijdt. Maar iedereen wordt verzocht om attent te blijven, want er zijn nog geen geneesmiddelen noch een vaccin voor dit virus. Ook al verwachten
we allemaal dat het aantal besmette slachtoffers niet zal toenemen.

Daarom wordt ons gevraagd om de maatregelen te blijven volgen. Doe dat met hart en ziel. Soms worden we uitgedaagd door het mooie weer. Wij willen weer bij elkaar komen, ergens anders naar toe gaan, naar het strand, naar de camping, naar de recreatieplaats, voor gezelligheid, voor ons plezier. Deze pandemie is nog niet voorbij en het is niet eenvoudig met dit virus om te gaan.
Maar we mogen niet vergeten dat God nooit heeft beloofd dat de lucht altijd blauw is en de zee altijd kalm. Hij heeft ook niet beloofd dat het pad altijd vlak en recht is. Maar Hij belooft om er te zijn met ons, in ons leven. Hij gaat met ons mee in elke situatie. Hij vraagt dat wij niet ongerust zijn, maar standvastig blijven geloven. ”Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij.” Dat heeft Jezus gezegd tegen zijn leerlingen bij het laatste avondmaal. We zullen het horen in het evangelie van komende zondag.

Wees niet ongerust betekent op dit moment: niet overdreven bang zijn, optimistisch blijven, hoop hebben dat deze storm van het virus zal eindigen, dat God ons niet verlaat. Het betekent ook dat we elkaar vertrouwen, dat we zorgen voor elkaar. Iedereen heeft een rol om de verspreiding van dit virus te doorbreken. Vertrouw op God, vertrouw ook op elkaar.

In het evangelie zullen we de vraag van Filippus horen: “Laat ons de Vader zien”. Misschien stellen wij dezelfde vraag: Laat ons de Heer zien, waar is Hij op dit moment van deze pandemie? Dan zal Hij ons eraan herinneren dat Hij er is. Hij is aanwezig in de artsen, de verpleegkundigen en de verzorgers, die voor patiënten met Covid 19 zorgen. Hij is aanwezig in de mensen die kaarten
naar de ouderen sturen of die naar de alleenstaanden bellen. Hij is aanwezig in de vrijwilligers die voedselpakketten bezorgen voor degenen die dat nodig hebben; kortom: Hij is aanwezig in iedereen die iets zinvols doet voor anderen in deze tijd van het coronavirus.

En Hij herinnert ons eraan dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. Daarvoor moeten we ons leven op Hem richten. Niet alleen toont Hij de weg die we moeten volgen, maar Hijzelf is de Weg. Hij heeft ons een goed voorbeeld gegeven. Hij is gekomen om de wil van Zijn Vader en onze Vader uit te voeren, om de mensen te redden, om hulp te bieden vooral aan mensen in nood. Laten wij Zijn weg volgen, de weg van solidariteit en samenwerken, door niet aan ons zelf te denken maar aan anderen voor hun redding, ook in deze situatie van de pandemie.

Klemens Hayon

Pastoraal woord: Emmausgangers in deze tijd

De Emmausgangers is een heel bekend en heel geliefd verhaal over twee diep ontgoochelde leerlingen die onderweg zijn van Jeruzalem naar hun dorp Emmaus, en dan ontmoeten ze Jezus. Maar om verschillende redenen is het ook een heel merkwaardig verhaal. Allereerst heeft men nooit kunnen achterhalen over welk dorp het gaat. In het verhaal ligt Emmaus op ruim elf kilometer van Jeruzalem, maar daar is nooit een dorp geweest dat die naam draagt. Merkwaardig is ook dat de leerlingen Jezus onderweg niet herkennen, maar dat ze Hem wel herkennen bij het breken van het brood. Waren ze dus ook aanwezig op het Laatste Avondmaal? En ten slotte: een van beiden heet Kléopas, maar de andere wordt niet bij naam genoemd.

Misschien wijst dit alles erop dat de evangelist Lukas hier een verhaal vertelt over iedereen en overal. Het niet-bestaande dorp Emmaus zou dan het synoniem zijn van ‘overal’, en de niet bij naam genoemde tweede leerling staat dan voor ‘iedereen’. Dus ook voor ons. En dan kunnen we ons afvragen waar wij staan in het verhaal.

De ontgoochelde Emmausgangers passen helemaal in de wereld van vandaag. Vandaag zouden Kléopas en zijn metgezel verpleegkundigen kunnen zijn die doodvermoeid naar huis gaan, diepbedroefd omdat er, ondanks hun inzet, weer enkele patiënten zijn overleden. Of het zouden kinderen kunnen zijn die hun dementerende vader of moeder in het woonzorgcentrum niet meer kunnen en mogen bezoeken. Of geneesheren die coronazieken niet kunnen helpen. Of arbeiders en bedienden vol zorgen omdat ze hun schulden niet kunnen betalen door werkloosheid. Of ondernemers die hun bedrijf  van vandaag op morgen moeten sluiten. Of leerlingen die niet naar school kunnen. Of twee van de miljoenen mensen die in veel landen ineens geen inkomen meer hebben, die zo arm geworden zijn dat ze niet weten of ze morgen eten zullen hebben voor hun gezin. Emmausgangers zijn er niet alleen vandaag, ze zijn er elke dag.

En moet Jezus misschien ook tegen ons, net als tegen de Emmausgangers, zeggen dat we ‘onverstandigen’ zijn? Geen ‘ongelovigen’, maar ‘onverstandigen.’ Want in Hem geloven, dat deden de  Emmausgangers, en dat doen wij ook. Zij zeiden dat ze ‘leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen.’  Voor hen is dat dus de Messias: de redder die Israël zou bevrijden van de Romeinen, en daarom noemt Jezus hen ‘onverstandigen’. Want Hij is helemaal niet de Messias van wereldlijke macht, integendeel, Hij is de Messias van goddelijke liefde, vrede en barmhartigheid. Is Hij dat ook in onze ogen, of is Hij voor ons dezelfde Messias als voor de Emmausgangers: de redder dus die ons van ongeluk, ziekte, ellende en dood zal bevrijden, en die ons zal vertroetelen op onze weg van egoïsme en eigenbelang? Zijn ook wij zulke: ‘onverstandigen’ ?

Als ze in hun dorp aankomen, nodigen de leerlingen Jezus uit om bij hen te blijven, ‘want het wordt al avond en de dag loopt ten einde’.  En die dag, dat is de dag dat hun wanhoop weer hoop, en hun moedeloosheid weer geloof werd. Is dat ook zo voor ons? Nodigen ook wij na moeilijke dagen en moeilijke tijden Jezus uit in de donkerte van ons leven? Vragen ook wij dat Hij bij ons zal blijven, zodat we in het breken en delen van het brood een teken van zijn aanwezigheid onder ons zullen herkennen? Het breken en delen van het brood van liefde, van vrede, van gerechtigheid, van oprecht geloof.  Moge het zo zijn: dat we Jezus altijd opnieuw in ons leven zullen uitnodigen, zodat we niet verdwalen in de donkerte die ons leven en dat van onze medemensen soms kan zijn.

Paul Kuhlmann, diaken

Pastoraal woord: Hij leeft!

Aan het eind van de eucharistieviering op Paaszondag, nadat hij ons Zalig Pasen had gewenst, werd ik getroffen door de woorden van onze pastoor, Kees Dernee: ‘Hij leeft, kijk om u heen….., dat Hij leeft zien we onder andere in de daden van goedheid die mensen plegen. Kijk eens naar de mensen in de zorg. Met liefde verplegen ze al degenen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd. Ook dat is een teken dat de Heer leeft…..onze daden van goedheid en van toewijding.’
Ik moest toen direct ook denken aan de daden van goedheid die ik in onze parochie ervaar sinds wij de maatregelen van de overheid en de Nederlandse bisschoppen in het kader van de coronapandemie ten uitvoer brengen. Het is goed om daar tijdens de dagen van het Paasoctaaf, iets meer dan anders, bij stil te staan, om zo ons bewust te zijn dat we als leden van parochie de Vier Evangelisten, aan elkaar en aan anderen, getuigen dat onze Heer leeft.

In eerdere nieuwsbrieven heeft u al kunnen lezen over het initiatief van Roos Verheijen van Inside Out die samen met Bart van Leeuwen een poule van jongeren heeft opgezet die in deze periode de helpende hand uitsteken om een boodschapje te doen of te bellen met mensen die eenzaam zijn. Deze poule van jongeren, waar ook een aantal (oud)vormelingen bij aangehaakt zijn, heeft zich al ingezet om nieuwsbrieven en Paas-attenties voor zieke, oude en eenzame parochianen rond te brengen. Ook heeft u kunnen lezen dat bij de Pastoor van Arsgemeenschap vooral de oudere en zieke parochianen een attentie, bestaande uit een palmtakje, paaskaarsje en een tekening van één van de eerste communicantjes, een kind van de kinderwoorddienst of Alle-4, heeft ontvangen. Ook kinderen van andere kinderwoorddienstgroepen zijn actief. Bij de kinderwoorddienstgroep van de Maria van Eik en Duinen bijvoorbeeld, is het initiatief genomen om kinderen op te roepen om een (zelfgemaakte) kaart te sturen aan een bewoner in het Woonzorgpark Loosduinen, om deze mensen die nu van de buitenwereld geïsoleerd zijn, te laten weten dat er aan hen gedacht wordt.
In een gezamenlijke actie van de werkgroepen diaconie van de Emmaus-, Maria- van-Eik-en-Duinen- en de Titus-Brandsma-gemeenschap én Inside Out zijn in de week voor Palmzondag tasjes met twee Franse geraniums, een zakje paaseitjes, een lichtje van de jongeren, een Paaskaart van de werkgroep en een paar gebedskaarten verzorgd voor parochianen die het in deze tijd extra moeilijk hebben, zoals zieken, ouden, armen en eenzamen. Bij het bezorgen van deze tasjes zijn enkele vrijwilligers van de werkgroepen en vooral ook de jongerenpoule actief geweest. Met volgeladen fietsen gingen ze op pad. (zie de foto’s). Ook de vrijwilligers van De Luifel hebben aan deze actie meegedaan. Zij hebben voor hun handwerkgroep op de dinsdag en voor de maaltijdgasten op vrijdag nog een aardigheidje aan de tasjes toegevoegd. De geraniums waren trouwens geleverd door een tuinder uit het Westland die via de Haagse Gemeenschap van Kerken grote hoeveelheden had aangeboden, omdat hij ze dit jaar via de normale kanalen niet kwijt kon. Op deze manier hebben we dus ook een goede daad aan deze tuinder gedaan.

In deze tijd van de coronacrisis blijft ook de parochiële noodhulp zich inspannen om de in armoede levende bewoners en gezinnen binnen de grenzen van de parochie bij te staan, zo goed als mogelijk. Op de dinsdagen is de noodhulp gesloten, maar aan gezinnen waarvan bekend is dat ze het ‘zwaar te verduren’ hebben, wordt bijzondere aandacht gegeven. Zo worden van de houdbare levensmiddelen die worden meegebracht bij de kerkopenstelling, toch pakketjes gemaakt en bezorgd bij deze mensen. Een aantal ‘cliënten’ van de noodhulp zijn aangemeld voor het stedelijk project van Ben Lacchab (van Resto van Harte), die nu maaltijden bereidt voor oude, eenzame en kwetsbare mensen. Deze worden voor zeven dagen tegelijk, wekelijks en gratis, bij de mensen bezorgd.
Voor de Paasdagen hebben 35 gezinnen in armoede van onze noodhulp een waardebon ontvangen om daarmee bij de Jumbo levensmiddelen te kunnen kopen. Het idee was eigenlijk om een paaspakketje met levensmiddelen te bezorgen, maar dit was moeilijk te organiseren omdat de supermarkt in deze crisistijd niet mee kon werken om voor zoveel mensen in te kopen. De waardebon was een goed alternatief. Op Witte donderdag ’s avonds (toeval of niet) kwam uit onverwachte hoek nog een verzoek, om voor broden die bij een organisatie elders in de stad over waren gebleven, een goede bestemming te vinden. Vrijwilligers van de noodhulp hebben op Stille zaterdag ’s middags veertig hele verpakte broden opgehaald en deze onder arme gezinnen verdeeld.
Onze Parochiële Caritas Instelling (PCI) doet eveneens goed werk in deze tijd. Zij heeft een grote financiële bijdrage geleverd aan het ‘Paastientjesproject’ voor de Voedselbank Haaglanden. Zoals bekend is de Voedselbank vanwege de coronapandemie al enkele weken gesloten. Als alternatief krijgen gezinnen die normaal bij de Voedselbank komen nu wekelijks een waardebon van € 15,- om daarvoor bij Jumbo boodschappen te kunnen halen. Grote gezinnen krijgen een waardebon van € 30,-. Deze bedragen maken voor een arm gezin natuurlijk wel een beetje uit, maar ze dragen nou niet echt bij aan wat ruimte in het huishoudbudget rond de Paasdagen. Zowel aan de protestantse als aan de katholieke kerken in de regio Haaglanden is daarom het verzoek gedaan om een donatie te doen zodat de waardebonnen, verstrekt op de donderdagen rond Pasen, een bedrag van € 25,- respectievelijk € 50,- zouden krijgen. Op Witte donderdag is de donatie van de protestantse kerk besteed en afgelopen donderdag (16 april) heeft de katholieke bijdrage tot de waardevermeerdering van de bonnen geleid. In de stad Den Haag spreken we over 1680 arme gezinnen die door bijdragen van onze PCI, de PCI van parochie Maria Sterre der Zee en een donatie van twee stichtingen met katholieke wortels, deze week weer iets meer bestedingsruimte voor hun noodzakelijke boodschappen hebben gekregen.
Naast deze diaconale activiteiten waar ik zelf in meer of mindere mate bij betrokken ben, zijn er ook verschillende initiatieven genomen om zieke, oude en kwetsbare mensen, of mensen die om een andere reden dat op prijs zouden stellen, met enige regelmaat te bellen. Medewerkers van ‘Samen koken, samen delen’ bellen bijvoorbeeld zo nu en dan de gasten die anders elke derde woensdag van de maand in de pastorie van Maria van Eik en Duinen komen eten en die nu dat ‘uitje’ moeten missen. Ook zijn leden van koren of werkgroepen spontaan elkaar gaan bellen en/of mailen. Naar aanleiding van het pastoraal woord in de eerste corona-nieuwsbrief hebben enkelen mij zelfs opgebeld met de vraag of ik een paar namen en telefoonnummers voor ze had zodat zij anderen zouden kunnen bellen. Het is om stil van te worden en om dankbaar voor te zijn. De onderlinge betrokkenheid en de zorg voor elkaar en voor anderen om ons heen, lijkt groter dan ooit. Het corona-virus doet, naast het geven van angst en verdriet, het ziek maken en doen sterven van mensen, het stil leggen van het sociale leven en het bedrijfsleven, blijkbaar ook iets goeds met ons mensen. Komen de echte waarden van het leven nu niet meer dan anders tot hun recht? Die dingen waar het allemaal om zou moeten draaien? Dat leven dat God met zijn schepping had bedoeld, waarop vele profeten ons hebben gewezen en waarin zijn Zoon Jezus ons is voorgegaan en nog steeds voorgaat. Want Hij leeft! Laten wij ervan blijven getuigen dat Hij leeft, in deze corona-crisistijd, en hopelijk ook erna!

Namens het parochie- en pastoraal team,
diaken Jos van Adrichem

Pastoraal Woord: Van corona tot kruis, van kruis naar bekroning

In deze Goede Week staan wij nog eens stil bij het lijden van onze Heer Jezus Christus. In Zijn lijden komt al het lijden in de wereld, van zovele mensen, ver weg en dichtbij, samen. Het lijden van alle mensen die met ziekte, eenzaamheid en dood worden geslagen brengen wij stamelend in gebed tot de Heer. Velen onder ons ervaren Zijn lijden aan het kruis als een persoonlijk lijden. We worden overrompeld door verdriet en onmacht tegenover een ziekte die steeds verder om zich heen grijpt. Het coronavirus slaat diepe wonden. Ook bij diegenen die zelf niet ziek zijn, maar wel een familielid, een vriend of vriendin, een kennis of collega hebben die besmet is geraakt. Dan komen angst en zorgen heel dichtbij. Ze dreigen ons vast te houden in een wurggreep. Ze dreigen ons te verlammen en te beroven van elk hoopvolle perspectief. Maar juist te midden van al het lijden, kunnen en mogen wij terugvallen op een God die naar ons omziet, die van ons houdt. Een God die redt en bevrijdt. Een God ook, die ons in en door Jezus leven schenkt.

Onlangs sprak paus Franciscus de wereld toe vanaf een lege Sint-Pietersplein in Rome tijdens het Urbi et Orbi, om niet bang te zijn. ‘Wees niet bang’, zei hij, verwijzend naar de angst die de leerlingen om de hals greep bij de storm op het meer. Wees niet bang voor het lijden van het kruis dat velen van ons op dit moment ervaren. Want, ‘[D]oor zijn kruis zijn we gered.’ Deze woorden hebben voor ons een diepe betekenis. Ze herinneren ons eraan dat er een antwoord is op het lijden dat wij ervaren. Een antwoord dat vervlochten is met een hoopvolle belofte. De belofte van onze redding. In klassieke termen verwoord als ‘de zalige vreugde van onze verlossing.’
Daar waar het coronavirus en alle andere ziektevormen tot een persoonlijke kruisiging leiden, ontkiemen er in deze Goede Week zaden van hoop. Over enkele dagen, op Paaszondag lezen wij uit het Johannes evangelie over ‘het bezoek’ aan het lege graf. ‘Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena vroeg in de morgen, het was nog donker, bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold (Joh. 20,1).’ Maria Magdalena heeft de moed om nogmaals kruisiging en dood in de ogen te kijken. Niet zonder betekenis vermeldt Johannes dat het nog donker was. Maria Magdalena gaat het donker in. Ze gaat naar het lege graf in de veronderstelling daar een tastbaar teken van het donker van de kruisiging aan te treffen. In plaats hiervan treffen zij en de andere leerlingen andere tekens aan: een weggerolde steen, zwachtels en een opgerolde zweetdoek. Tekens van verrijzenis. Tekens van de overwinning op de dood. Tekens van bekroning!

Ons leven eindigt niet met of bij het coronavirus. Ons leven vindt zijn voltooiing in Christus. In Zijn verrijzenis. Dat is ons geloof. Dat is onze hoop. Dat is onze bekroning.

‘Heer –
ik geloof, ik hoop, ik heb lief.
Ik geloof in uw goedheid,
ik hoop op uw barmhartigheid,
ik houd van uw aanwezigheid.
Ik weet: alles is een mysterie –
liefde, geloof en hoop.
Maar ik kan niet leven zonder hoop
en ook de liefde kan ik moeilijk missen:
de liefde van mensen.
En zonder het geloof in het hiernamaals
zou het leven toch maar leeg zijn.
Ik geloof in U en ik houd van U
want U geeft me elke dag weer hoop.
Ik dank U voor het geschenk van de hoop.
Hoop doet leven.’

(Uit: A. L. Balling, ‘Sporen van God in mijn leven’, Altiora Averbode, 2001:77)

Duncan Wielzen, pastoraal werker, namens het Pastoraal Team

Pastoraal woord: Neemt de steen weg

Lieve zusters en broeders,
Iedereen kent het bekende verhaal van de opwekking van Lazarus. Dat verhaal lezen wij deze zondag, de vijfde zondag van de veertigdagentijd. In dat verhaal lezen we over het verdriet van de twee zussen van Lazarus. Ze betreurden de vertraging van Jezus die niet op tijd naar hun plaats kwam. We lezen ook over de gedachten  van veel mensen die zeiden dat Jezus de blinde ogen kon genezen, en zich afvroegen: waarom kon Hij niet iets  doen zodat die mens niet stierf? Maar voor God is het nooit te laat. Aan God kan niet  getwijfeld worden. God is de Beheerder van tijd en eeuwigheid, van uur en seizoen.  Hij kan op elk moment Zijn hulp aanbieden.
Aan Maria en Marta vroeg Jezus om een vast geloof en een sterk vertrouwen dat Hij de Messias is, de Zoon Gods, die in de wereld komt om ons te redden. Dat vraagt Hij ook aan ons allen,
dat wij, die nu onrustig zijn vanwege het coronavirus,  in Hem blijven geloven en op Hem vertrouwen.  En Hij vraagt de bijdrage van mensen. Hij verwacht de participatie van mensen. Hij nodigt uit tot samenwerking. “Neemt de steen weg”, vraagt Jezus in het evangelie. Hij vraagt om mee te doen. Om te doen wat mensen kunnen en de rest zal Hij doen. Zo gebeurt het bij de opwekking van Lazarus.
Te midden van de verspreiding van het coronavirus zouden we misschien  hebben gedacht zoals de meeste Joden in het evangelieverhaal van deze zondag: Als God almachtig, liefdevol en medelevend is, waarom laat Hij dit virus zich over de hele wereld verspreiden? Als God alwetend en barmhartig is, waarom zijn er zoveel slachtoffers en is er nog geen vaccin of middel tegen het coronavirus? Misschien denken we ook zoals Maria en Martha. Zij dachten dat het te laat was. Waarom hebben we niet eerder gehandeld zodat dit virus niet naar ons land was gekomen?
Het is goed als wij iets concreet doen. Behalve bidden, blijven geloven in God en  vertrouwen op Hem, laten wij ook de maatregelen die het RIVM heeft aangekondigd, uitvoeren. Blijf optimistisch dat deze pandemie zal voorbijgaan. Laten we God om hulp vragen. Doe wat we kunnen doen en laat de rest aan God over. Wij doen ons deel. God zal Zijn deel doen.

Pater Klemens Hayon, SVD