Archief “pastoraal woord”

Hier vindt u een overzicht van de eerder op de startpagina gepubliceerde “pastoraal woord” teksten.


Pastoraal woord: Advent

In de eerste helft van de afgelopen novembermaand zag ik in onze wijk de eerste bomen met verlichting verschijnen. Ik snap best dat mensen in deze sombere en onzekere tijd behoefte hebben aan een beetje licht in de duisternis, maar een geheel opgetuigde kerstboom die ik in sommige huiskamers ook al zag staan, welk gevoel moet dat geven? Ik merkte bij mezelf dat het me een gevoel van stress gaf, zo van ‘o jee, het is al bijna Kerstmis, en er moet nog zoveel gebeuren. Kunnen we niet eerst even rustig Sinterklaas vieren?’ De Goed-heiligman was toen nog niet eens in het land.
Ik begon me af te vragen: wat betekent het feest van Kerstmis nog, het feest van het Licht dat schijnt in de duisternis, als we voor dat grote feest al volop licht in deze mate ontsteken? Hebben wij christenen daar niet een speciale voorbereidingstijd voor die we Advent noemen, van het Latijnse woord Adventus, dat ‘komst’ betekent? In dat woord klinkt voor mij een beweging door, een dichterbij komen en niet een abrupt ‘van het ene op het andere moment’. Onze adventskrans maakt dat ook duidelijk: we beginnen de eerste zondag met één brandende kaars en zo elke zondag een kaars erbij. Het wordt langzaamaan lichter. En als het goed is, betreft dat lichter worden niet alleen het licht van de kaarsen op de adventskrans, maar ook het licht dat in ons zelf brandt, het licht dat steeds meer in ons brandt naarmate wij dichter bij de komst van de Heer komen, naarmate wij verder zijn in onze voorbereiding op Zijn komst. De evangelielezingen die we op de zondagen van deze Adventstijd lezen geven ook die groei van de voorbereiding aan. De eerste zondag worden we opgeroepen om waakzaam te zijn, om voorbereid te zijn als Hij komt. We worden alert gemaakt. Op de tweede zondag worden we opgeroepen om in actie te komen: “Bereid je voor, bereid de weg van de Heer”, riep Johannes de Doper. De mensen bekeerden zich, lieten zich dopen. Ook wij worden opgeroepen om iets te doen: ons in de Adventstijd meer dan anders richten op God en onze medemens. De derde zondag wijst Johannes ons het Licht aan. Het komt in zicht: “Ik ben zelf het Licht niet, maar ik getuig jullie van het Licht.” En tenslotte de vierde zondag wordt dat komende Licht nog concreter als de engel Gabriël tegen Maria zegt dat ze zwanger zal worden en een zoon zal baren die ze Jezus moet noemen. Het naderende Licht krijgt een naam. En dan met Kerstmis wordt het geboren. “Het ware Licht dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld” horen we in de evangelielezing op Kerstochtend. We zijn erop voorbereid, zagen het aankomen, we kunnen het aan, de komst van dit Licht. We hebben erin mee mogen groeien, worden uitgenodigd om kinderen van het Licht te zijn. Zonder die voorbereiding zou ons dat niet lukken, stonden we met onze ogen te knipperen voor het plotselinge licht in het duister. Nu kunnen we er in mee gaan, dat Licht uitdragen in de wereld, opdat het het duister zal overwinnen.
Het deed me goed dat onze buren een slinger met Sint en Pieten hadden opgehangen. Alles op zijn tijd en nog even wachten met dat volle licht van de opgetuigde kerstboom. Het licht van de adventskrans komt eerst! Ik wens u, mede namens het pastoraal team, een gezegende Adventstijd en een Zalig Kerstmis.
Ook alvast een goede jaarwisseling gewenst. Maak er, ondanks de onmogelijkheden door de coronacrisis, een zo goed mogelijke tijd van en vertrouw vooral op dat Licht, dat ware Licht dat in de wereld kwam.

Namens het pastoraal team, Jos van Adrichem, diaken

Pastoraal woord: Allerheiligen – Allerzielen

Met Allerheiligen, 1 november, gedenken wij die vele mensen uit alle tijden, die door de Kerk heilig zijn verklaard. Het gaat om mensen, geschapen naar Gods beeld, in hun levenswandel werd het gelaat van de heilige God zichtbaar; mensen die zulk een openheid naar God toe vertoonden, dat in hen Gods heiligheid, zijn totaal anders-zijn, zijn majesteit en luister, tot openbaring kwam, primair in het wegsmelten als sneeuw voor de zon van al wat onheilig, gebroken en zondig is, maar ook in het verrichten van machtige werken. Dit laatste niet enkel tijdens hun aardse leven, maar evenzeer ook na hun dood. In aansluiting op de evangelielezing van deze dag – heilig zijn zij die ‘zalig’ genoemd worden, zijn zij die op de goede weg zijn. En dat mogen we ook zeggen van al degenen die ons in dit leven zijn voorgegaan en in dat leven de weg van Jezus geprobeerd hebben te gaan. Het feest van Allerheiligen kan niet zonder de Gedachtenis van alle overleden gelovigen, 2 november, en omgekeerd: geen Allerzielen zonder Allerheiligen.

Bij het woord ‘heiligen’ denk ik nog wel eens aan de heiligenbeelden uit mijn kindertijd, waarnaar ik ‘missen’-lang kon kijken. Je had de mooie, rijk versierde beelden, waarin het kaarslicht weerkaatste door de goudverf. Deze beelden waren soms voorzien van mijters en een gouden staf. Daarnaast waren er ook afstotende beelden, waar je niet naar wilde kijken maar wel moest; Sebastiaan met de pijlen door zijn borst bijvoorbeeld. Bij allemaal was de gezichtsuitdrukking heel ‘lief’. Zo moest je zelf ook proberen te worden.
Heiligen waren mensen die rijk waren en weggaven. Armen waren het object van heiligen. De heilige Martinus hoog op het paard in een prachtige gevechtsuitrusting, doorkliefde met het zwaard zijn mantel voor de schamel geklede man op de grond. De heilige Franciscus gaf alles weg en had alleen nog zijn bruine pij. Het ideaal was: niet aan jezelf denken; jezelf wegcijferen. Deze beelden maakten diepe indruk op mij.

Soms had je zelf ook een klein beetje een gevoel van heilig-zijn. Daar hoorde bij dat niemand meer last van je had; dat je niets nodig had; je bent er bijna niet. Dan was je heel stil en maakte je je heel klein en probeerde net zo te kijken als de beelden deden. Dat gaf een heel bepaald, moeilijk te omschrijven gevoel. De begrippen ‘heiligboontje’ en ‘schijnheilig’ lagen er wel heel dicht tegenaan. Je moest er voor waken dat je gevoel zuiver was, echt.
Hoe kleiner, hoe deemoediger je zelf was, hoe groter God kon zijn. Een oefening in deemoed was, dingen doen die je niet fijn vond. Dat was echt beter dan iets zoeken waar je jezelf in kwijt kon. Deemoedig zijn hield ook in: niet opstandig worden, wanhopig of verdrietig zijn, niet twijfelen of bang zijn, maar vertrouwen. Wanhoop en angst waren tekenen van ongeloof, want niet jij hebt je leven in de hand, maar God. Een christelijk ideaal was: niemand worden, zodat God alles kon zijn.

De evangelielezing van Allerheiligen roept nu het tegengestelde in mij wakker, “Zalig de treurenden want zij zullen getroost worden”; “Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid…”; “Zalig die vrede brengen…”, dit zijn oproepen. Ze zeggen: laat je raken door wat er om je heen gebeurt; voel de verscheurdheid van de kloof die er is tussen ‘hemel en aarde’ en treur daar om. Het zijn oproepen om je talenten en krachten te gebruiken, om vrede dichterbij te brengen. God wordt niet groter door mijn kleinheid, maar Gods aanwezigheid op aarde wordt juist meer zichtbaar naarmate ik mijn talenten ontwikkel en meer tot mezelf kom en mijn krachten gebruik, want Hij kan zich niet anders laten kennen dan door ons mensen. Wanneer je God in je toelaat zul je geraakt worden door onrecht en geweld. Wanneer je niet vlucht, maar je laat raken, dan kan er een verontwaardiging in je ontwaken die tot een stuwkracht uitgroeit. Dan sta je ergens voor!

De begrippen: zachtmoedigheid, barmhartigheid en zuiver-zijn-van hart, waarvan het evangelie eveneens zegt dat deze leiden tot zaligheid, lijken niet zo te passen, bij een, door verontwaardiging gevoede houding. Ze dragen een mildere klank in zich en vragen eerder om een vergevingsgezinde houding. Toch horen deze twee houdingen – van aan de ene kant verontwaardiging die je daadkrachtig maakt, en aan de andere kant barmhartigheid die je vergevingsgezind laat zijn – bij elkaar. Ze vullen elkaar aan tot heelheid en deze heelheid heeft alles met heiligheid te maken.

Vergevingsgezind in het leven staan heeft consequenties voor je naasten, maar ook voor jezelf. Het wil niet zeggen dat je over je heen laat lopen, of dat er geen veroordeling zou zijn, maar vergeving schept ruimte om om te gaan met schuld. Allereerst is er het schuld bekennen, het weten en toegeven wanneer die schuld jezelf betreft: “Dat had ik zo niet moeten doen.” De kunst is om daarna niet te blijven steken in een schuldgevoel dat je verlamt, zo van: “Ik heb het voor altijd verprutst.” Het is belangrijk jezelf niet klein te laten krijgen door schuldgevoel want schuld heeft niet het laatste woord. Je krijgt nieuwe kansen en mag opnieuw de mogelijkheden die je in je hebt aanwenden tot groei, tot leven. Vergeven is niet: zand erover, streep erdoor, maar verder gaan met alles wat er is gebeurd. Zo’n houding wordt gevoed door barmhartigheid, zachtmoedigheid, mild zijn ten opzichte van anderen en jezelf. Zo vind je voor jezelf en geef je aan de ander, ruimte om eigen verantwoordelijkheden met nieuwe moed weer op te nemen.

Een milde barmhartigheid naar deze schuld zal niet je geweten stil leggen, maar wel ruimte en vitaliteit in je scheppen, waardoor je blij kunt zijn met iedere kleine verandering en waardoor je een lange adem krijgt. Deze vergevingsgezindheid houdt je gaande en behoedt je voor apathie dat wil zeggen voor het schouderophalend beweren: “Daar kunnen we toch niets aan doen.” Zo kun je de verantwoordelijkheid van je afhouden door hem enkel bij de politiek te leggen. Een mentaliteitsverandering kan pas echt doorzetten wanneer wij gewone mensen, zoals u en ik er zelf in geloven, zonder te willen forceren. Er ontstaat dan een eerste aanzet tot meer gerechtigheid en dus ook tot een meer hele, meer heilige wereld. Wij zijn geen heiligen, maar het verlangen ernaar dragen we wel in ons. De oproepen van Jezus wijzen ons de weg naar de verwezenlijking ervan.

Kees Dernee
pastoor

Pastoraal woord: Oktober Mariamaand

De maand oktober is voor ons bekend als Mariamaand zoals ook de meimaand. Deze maand is gewijd aan Maria, de moeder van onze Heer Jezus. Ook is deze maand bekend als ‘Rozenkransmaand’, een maand waarin het Rozenkransgebed wordt gebeden. Ik hoop dat iedereen, persoonlijk of gezamenlijk, de rozenkransmaand goed gebruikt voor het rozenkransgebed. Zeker in deze coronatijd. Ik wil niet in detail over het rozenkransgebed schrijven, maar ik wil ons allen uitnodigen om te reflecteren over wat de rol van Maria is in de crisis van de tafelmeester toen de wijn op was bij het bruiloftsfeest in Kana (Johannes 2, 1-12). Wat roept dat verhaal voor ons op in deze pandemietijd.
Vanwege het coronavirus zijn vanaf eind maart tot en met mei allerlei activiteiten die wij van te voren hadden gepland tot stilstand gekomen. Ook de viering in de kerk werd gevolgd via de livestream. In deze periode hebben we tijd gehad voor onszelf en voor ons gezin, voor reflectie, voor gebed, voor bezinning.
We zijn geroepen door de regering en door de lokale kerk om de maatregelen serieus te nemen, zowel bij onze sociale contacten in de maatschappij als in de liturgische vieringen, in de kerk tijdens deze pandemiecrisis. Hebben wij echt naar hen geluisterd en er in ons dagelijks leven en in onze liturgische viering naar gehandeld?

Maria, de moeder van Jezus begrijpt wat een crisis betekent. Zij was aanwezig bij het bruiloftsfeest in Kana. Ze hadden geen wijn meer. Maar zij vroeg aan de bedienden om naar haar Zoon te luisteren en “te doen wat Hij hen zeggen zal”. Zij verwees naar haar Zoon. Zij toonde hen dat Gods liefde en barmhartigheid aanwezig is in Jezus, dat Hij hen uit hun benarde situatie zou redden. Mede door haar hulp werd hun crisis opgelost.
Nu zitten we in een situatie waar meer en meer mensen getroffen zijn door dit virus. We weten niet wanneer we een vaccin kunnen gebruiken tegen dit virus. De enige mogelijkheid die we hebben, is goed luisteren naar de gezondheidsinstanties en doen wat die zeggen. Want ze zorgen voor de gezondheid van de anderen, van de kwetsbare mensen.
Ik geloof dat degenen die de maatregelen hebben vastgesteld, van goede wil zijn, ofschoon ze soms anders doen dan wat ze zeggen. Laten wij doen wat ze zeggen en de woorden van Maria opnemen in ons doen en laten: “Doe wat Hij u zeggen zal”.
Pater Klemens Hayon SVD

Pastoraal woord: Vrede verbindt verschil

De maand september staat voor mij in het teken van de jaarlijkse Vredesweek. In 2020 heeft deze week als thema: “Vrede verbindt verschil”. De groeiende diversiteit in Nederland roept veel reacties op: nieuwsgierigheid en vreugde, maar ook angst en onbegrip voor het onbekende tot aan uitingen van discriminatie en racisme. De vredesweek 2020 gaat over het omgaan met die verschillen, verschillen in cultuur, gebruiken, huidskleur en religie. Het draait vaak om de spanning die ontstaat tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting en de fundamentele vrijheid van mensen en anderzijds welk gedrag en welke publieke uiting daarvan door de ander geaccepteerd en getolereerd wordt. Het is belangrijk om het verhaal van een ander te leren kennen, in plaats van te blijven hangen in het eigen gelijk.

De apostel Paulus schreef hier al over in zijn brief aan de Christenen van Filippi. In het tweede hoofdstuk zegt hij: “Jullie moeten jezelf niet beter vinden dan een ander, of opscheppen over jezelf. Nee, jullie moeten bescheiden zijn, en een ander belangrijker vinden dan jezelf. Denk niet alleen aan jezelf, maar zorg juist voor elkaar “. Dit is de boodschap van Paulus in de eerste eeuw van onze jaartelling. We kunnen concluderen dat deze boodschap nog altijd geldt, ook in 2020. Er is niet veel veranderd.
In een tijd van globalisering vallen de grenzen weg. De hele wereld is eigenlijk de gemeente die door Paulus wordt aangesproken. De vraag naar vrede is niet het probleem van de ander. Het is het probleem van de hele wereld, waarvan wij allen deel uitmaken en waarvoor wij de ogen en oren dus niet kunnen sluiten. De ander ervaren als lid van dezelfde wereldbevolking, dezelfde gemeenschap, vraagt van ons de ander als gelijkwaardige tegemoet te treden. En Paulus roept ons op om zelfs een stapje verder te gaan: de ander als een verrijking zien maakt die ander belangrijker en onszelf bescheidener.

Vrede betekent verbinding zoeken op uitnodiging van de ander. Zo maak je het verschil. In die zin kun je zeggen: “Vrede Verbindt Verschil”. Op 21 september is het weer de internationale dag van de vrede. Juist in onze stad Den Haag, waar het Vredespaleis, en het Internationale Hof van justitie zetelt, is het van groot belang dat wij er alles aan doen om de vrede ook werkelijk gestalte te geven. Juist ook in deze bijzondere tijd, waarin we merken dat er voor- en tegenstanders van de coronamaatregelen zijn, dat er soms onvoldoende rekening wordt gehouden met de ander en het aanspreken op elkaars gedrag niet wordt getolereerd. Aan de andere kant zien we gelukkig dat bij veel mensen de zorg voor de medemens sterk toeneemt. Het is heel hartverwarmend dat zovele mensen zich het lot van anderen aantrekken. Allerlei initiatieven worden ontplooid: de extra boodschappen voor de oudere buurvrouw, het bezoek of telefoontje aan de eenzame of zieke, het klusje dat gedaan moet worden bij iemand. En waar we misschien soms ook wat meer bij stil mogen staan, is dat wij ons in Nederland gelukkig mogen prijzen dat de gezondheidszorg, in vergelijking met vele andere landen, goed geregeld is en dat er in de wereld, ook wat dat betreft, grote verschillen zijn. Juist ook over dit soort verschillen gaat deze vredesweek van 2020.

We leven in Nederland al 75 jaar in vrede en vrijheid. Die zijn er niet vanzelf gekomen, en blijven ook niet vanzelf zo bestaan. En ja, er zijn spanningen in de samenleving, maar laten we ons best doen om toch vredig met elkaar samen te leven en met elkaar in gesprek te blijven. Vrede verbindt verschil. Vrede verbindt ons met alle anderen, met elkaar.

Namens het parochie- en pastoraal team,
Paul Kuhlmann, diaken.

Pastoraal woord: Bijna alles mag weer

‘Bijna alles mag weer!’ kopte de krant die vandaag bij mij thuis op de deurmat
viel, op de voorpagina. ‘Nederland begint met een tot voor kort onvoorstelbare
vrijheid aan de zomer.’ Dat is natuurlijk goed nieuws, maar wat betekent deze
onverwachte versoepeling van de maatregelen nu concreet voor onze
geloofsgemeenschappen, als er in één adem aan wordt toegevoegd dat, zowel
binnen als buiten, de restrictie van anderhalve meter afstand gehandhaafd
blijft? Van onze bisschop ontvingen we vandaag een mailbericht waarin hij,
naar aanleiding van de persconferentie van premier Mark Rutte van woensdag
24 juni, op een paar bestaande maatregelen een nuance aanbrengt. Drie
onderwerpen in het schrijven van de bisschop die voor de vieringen van belang
zijn, zijn ‘reservering’, ‘jongeren‘ en ‘zang’.
Wat het reserveren betreft, bepaalt de grootte van het kerkgebouw het totaal
aantal toegestane zitplaatsen. Als wordt verwacht dat het aantal bezoekers
voor een viering hoger is dan dit toegestane aantal, dan zal de reservering
noodzakelijk blijven. Omdat vóór de coronacrisis het aantal kerkbezoekers op
zondag in onze kerkgebouwen hoger lag dan het aantal dat nu is toegestaan,
zullen we de reservering, in ieder geval voor de vieringen op zondag, voorlopig
dus handhaven.
Jongeren tot 18 jaar hoeven ten opzichte van elkaar de anderhalve-meter
regel niet te volgen, maar wel ten opzichte van volwassen bezoekers, anders
dan huisgenoten.
Ten aanzien van de zang tijdens de viering schrijft de bisschop dat samenzang
niet is toegestaan, maar vanaf 1 juli, onder voorwaarden, wel koren en musici.
Voor wat betreft deze voorwaarden heeft de premier toegezegd dat het RIVM
op zeer korte termijn met een advies komt. Als dit advies bekend is, kunnen
de voorwaarden worden ingevuld. Het is dus nog even afwachten per wanneer
precies en op welke wijze koren straks weer kunnen zingen tijdens de viering.
Tot dan speelt een organist of pianist en zingt slechts één cantor tijdens de
viering. Omdat de jongeren zich niet aan de anderhalve-meternorm hoeven te
houden en de versoepeling voor zang eraan komt, zal op zondag 12 juli a.s. in
de Pastoor van Arskerk een viering met zang van het kinderkoor Alle-4
plaatsvinden. Deze ‘vakantieviering’ stond vanaf het begin van het jaar al
gepland, en het is fijn dat we die aan het eind van het schoolseizoen gewoon
door kunnen laten gaan, zij het met toepassing van de maatregelen en
reservering vooraf.
Activiteiten in onze pastorieën, zoals koffie drinken, catechese-bijeenkomsten,
en lezingen, zullen geleidelijk aan ook weer plaats kunnen gaan vinden. De
komende weken zullen we, samen met de beheercommissies en
pastoraatgroepen van de locaties bezien wat op locatie per wanneer weer zou
kunnen worden georganiseerd. Te allen tijde moet kunnen worden geborgd dat
de anderhalve meter afstand tot elkaar in acht wordt genomen en de hygiënemaatregelen, zoals het RIVM die aangeeft, worden uitgevoerd. Voor een groot
deel van de activiteiten geldt overigens dat deze de afgelopen jaren in de
maanden juli en augustus, vanwege de vakantieperiode, geen doorgang
vonden. Dat zal dit jaar waarschijnlijk niet anders zijn. Als het parochieteam
op 8 juli weer bij elkaar komt, hopen we dan in ieder geval vast te stellen
welke activiteiten per wanneer op de locaties weer kunnen worden ontplooid.
In de Nieuwsbrief van augustus zult u daar dan over worden geïnformeerd.
Over de vakantie gesproken: bijna alles mag weer! Dus ik hoop dat u, ondanks
het steeds alert moeten zijn op de anderhalve meter afstand, de komende
weken zult genieten van weer een bezoek van of aan familie of vrienden, een
reis(je) of vakantie in binnen- of buitenland, lekker vertoeven op een terrasje,
gewoon de dingen doen waar u zin in hebt, bevrijd van de lockdown, in alle
vrijheid! Moge het voor u allen zonnige weken zijn! Daar bedoel ik niet mee
dat de zon letterlijk al die tijd schijnt en de hitte op den duur niet te verdragen
is. Af en toe een buitje voor verkoeling en tegen de droogte gun ik u natuurlijk
ook daarbij. Maar moge deze zon in ieder geval blijven schijnen: de zon der
gerechtigheid, Christus zelf. Dat Hij aanwezig mag zijn, in uw huis, in uw hart,
op de plaatsen waar u zich de komende tijd ook bevindt. Dan zal ook voor de
mensen die u ontmoet, al moeten ze deze zomer op anderhalve meter afstand
blijven, de zon vast en zeker gaan schijnen. Christen zijn, het doen laten
schijnen van die zon der gerechtigheid, is immers niet aan vakantie
onderhevig. Een gezegende vakantieperiode gewenst!

Namens het parochie- en pastoraal team,
diaken Jos van Adrichem

Pastoraal woord: Kerkelijk leven op anderhalve meter

Met het Pinksterfeest, vorige week, hebben we de Paastijd dit jaar al weer
afgesloten. Het is een tijd geweest die wij, weliswaar op fysieke afstand van
elkaar maar, naar mijn ervaring, nauw verbonden met elkaar, hebben beleefd.
Met Pinksteren heeft de Geest gewaaid! Vrijwilligers van pastoraatgroepen en
beheercommissies bij onze geloofsgemeenschappen hebben rond het
Pinksterweekend plannen gemaakt en acties ingezet om bij elke
geloofsgemeenschap de liturgische vieringen weer mogelijk te maken. Nog niet
bij elke geloofsgemeenschap lukt dat komend weekend al, maar de
voorbereidingen zijn in ieder geval in volle gang. In deze nieuwsbrief leest u
daar veel ins en outs over.
Deze zondag vieren we het Hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid. Veel
mensen hebben moeite om zich daar iets bij voor te stellen. Eén God die uit
drie gestalten bestaat: Vader, Zoon en heilige Geest? Wat kan ik daar mee?
En toch zijn wij als katholieken zo vertrouwd met deze drie-eenheid. Want als
wij aan het bidden gaan, dan openen en sluiten wij toch standaard met het
aanroepen van deze drie, bij het maken van het kruisteken.
In de tweede lezing van deze zondag horen we de apostel Paulus bij zijn
afscheid van de christenen in Korinthe als laatste de groet uitspreken waarmee
de priester aan het begin van de eucharistieviering de mensen in de kerk
begroet: de genade van onze Heer, Jezus Christus, de liefde van God (de
Vader) en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen. Dit wordt alle
gelovigen in de kerk dus elke viering toegewenst:
de genade van de Zoon die kwam om de wereld te redden, de genade dus
waarmee wij bevrijd worden van duister, van zonden, van de dood; de liefde
van God de Vader, tot wie wij ons altijd mogen wenden, hoe bont we het zelf
soms hebben gemaakt (denk maar aan het verhaal van de barmhartige vader,
of de verloren zoon); de gemeenschap van de heilige Geest, zijn aanwezigheid
in ons, de blijvende Helper. Dat deze drie bij ons mogen zijn! Als je daar bij stil
staat, dan is dat toch een hele mooie en heilzame wens. Aan het begin van de
periode dat wij elkaar van lieverlee weer mogen gaan treffen, wensen wij u dat
van harte toe!
Paulus zei er nog bij: ‘Groet elkaar met de heilige kus’. We kijken er met zijn
allen naar uit, maar daar zullen we beter nog maar even mee wachten.
Graag tot ziens in één van onze kerken!
diaken Jos van Adrichem
(Met dank aan pater Klemens Hayon voor enkele tekstsuggesties)

Pastoraal woord: Tussen Hemelvaart en Pinksteren

Wanneer ik in deze tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren dagelijks de
pinksternoveen bid, dan krijgen de woorden ‘Zend uw Geest uit en alles zal
herschapen worden’ dit jaar wel een bijzondere betekenis. Het refrein van de
tussenzang (psalm 104) op Pinksterzondag heeft een zelfde strekking, maar
zegt het nog iets treffender, naar mijn idee: ‘Zendt Gij uw Geest, dan komt er
weer leven, dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.’
Na Pinksteren, het feest waarbij we vieren dat God de heilige Geest, de door
Jezus beloofde blijvende Helper, zendt aan allen die Hem liefhebben, komt er
weer leven in de kerk. We mogen eindelijk weer samen gaan vieren!
In ons enthousiasme, ‘aangevuurd’ door de heilige Geest, zouden we na het
Pinksterfeest wel naar de kerk willen stormen, elkaar en onze lieve Heer
uitbundig begroeten, maar pas op! We moeten het heel rustig aan doen. We
kunnen pas in onze kerken samenkomen als we aan alle voorwaarden voldoen
die ons in de protocollen door het bisdom zijn aangereikt. En dan beginnen we
voorzichtig met maximaal dertig kerkgangers en als alles goed blijft gaan, kan
dat in juli worden opgeschaald naar maximaal honderd. Het één en ander is
afhankelijk van de mogelijkheden in het kerkgebouw, maar niet in de laatste
plaats van de beschikbaarheid en inzet van vrijwilligers, want er zullen bij de
geloofsgemeenschappen extra werkzaamheden moeten worden gedaan om
aan de richtlijnen te kunnen voldoen. Deze en komende week nemen we als
parochieteam, samen met de pastoraatgroepen en beheercommissies, volop
actie om de invoering van de nieuwe richtlijnen in goede banen te leiden. We
zullen u daar de komende weken nog duidelijk over informeren.
Ja, beste parochianen, ook voor onze parochie is de ‘anderhalvemetersamenleving’ een nieuwe realiteit waar we mee moeten ‘dealen’, of we
willen of niet. In Gods schepping lijkt een mutatie te zijn aangebracht:
minimaal anderhalve meter afstand tussen mensen. Bidden tot God om de
heilige Geest en daarmee hernieuwing van de schepping, zal die realiteit niet
één, twee, drie veranderen. Gelukkig gaat het ‘slechts’ om fysieke afstand
tussen mensen en kunnen wij op diverse andere wijzen elkaar nabij zijn. De
afgelopen weken hebben we daar al verschillende voorbeelden van gezien. En
ik denk dat het bij het bidden om een nieuwe schepping juist daar over gaat.
Want wat vragen wij als wij de Pinksternoveen bidden? ……….Op negen
achtereenvolgende dagen vragen wij de heilige Geest om in onze harten te
komen en ieder van ons zijn vruchten te verlenen, de vrucht van de liefde, van
de vreugde, van de vrede, van het geduld, van de vriendelijkheid, de
goedheid, de trouw, de zachtmoedigheid en de zelfbeheersing. Als we door de
heilige Geest, de blijvende Helper, worden geholpen om met een beetje meer
liefde over een ander te denken, wat positiever in het leven te staan, tevreden
te zijn met wie we zijn en wat we hebben, iets meer geduld naar een ander of
in een situatie te kunnen opbrengen, een vriendelijk woord of gebaar te geven,
ons misschien iets meer dienstbaar op te stellen, trouw te blijven aan de
mensen die het goede met ons voor hebben, lasten van het verleden te
kunnen loslaten en slechte neigingen te kunnen weerstaan, dan ontstaat een
nieuwe schepping in ieder van ons. En samen zorgen wij op die manier,
geholpen door de heilige Geest, voor een hele nieuwe realiteit: de realiteit van
Gods Koninkrijk. Ik hoop en bid dat wij samen, in de huidige anderhalvemetersamenleving, ons ‘vol vuur’ inzetten voor die realiteit.
Namens het parochie- en pastoraal team wens ik u Zalig Pinksteren!
Diaken Jos van Adrichem,

Pastoraal woord: Meimaand – Mariamaand

Intussen zijn we al weer twee maanden onderweg in onze ‘nieuwe corona realiteit’. Na de eerste schok en het besef van een reële dreiging volgen nu langzaamaan de eerste stapjes op de weg naar de nieuwe realiteit. De meimaand is zelfs alweer bijna voorbij, een maand die voor ons katholieken de gelegenheid biedt even stil te staan bij de speciale band die we hebben met Maria.
‘Heilige Maria, Moeder van God‘, met die titel hebben gelovige mensen Maria eeuwenlang aangesproken. En als we nog regelmatig het Wees gegroet bidden, doen we dit nog steeds met overtuiging. Maar wat willen we eigenlijk van Maria zeggen, als we haar zo aanspreken?
De evangelisten laten ons weten, dat Maria het met Jezus niet altijd gemakkelijk heeft gehad. Niet dat Jezus ongemakke­lijk was; “Hij was hun onderdanig”, schrijft de evangelis­t. Maar Hij was moeilijk te doorgronden. Hij was haar kind, maar bovenal de Zoon van de Vader. In die zin was Hij een mysterie, ook voor Maria. Het leek soms wel alsof Hij een eigen leven leidde, waartoe zij geen toegang had. Zo vertelt het evangelie dat herders naar Bethlehem kwamen en aan Maria en Jozef alles vertelden wat zij van engelen over hun kind gehoord hadden. Wist Maria dat dan niet? Dat is al de eerste vraag.
Maar de evan­gelist vermeldt slechts dat Maria die verhalen in haar hart bewaarde en ze overwoog. Het moet, denk ik, voor haar niet leuk geweest zijn, van buitenstaanders te moeten horen wie je kind is.
Er komen meer van die momenten in Maria’s leven, waar­bij ze als het ware overrompeld wordt door buitenstaan­ders. Wanneer haar kind veertig dagen na zijn geboorte aan God wordt toegewijd, komen Simeon en Anna naar voren en spreken hun verwachting uit over het kind. Allemaal goed bedoeld, maar Maria had er eigenlijk niet om gevraagd. “Zijn ouders stonden verbaasd over wat van hun kind gezegd werd”, schrijft Lucas.
En als Jezus twaalf jaar oud is, blijft Hij achter in Jeruzalem, zonder iets te zeggen. “Kind, waarom heb je ons dit aangedaan”, vragen zijn ouders Hem. Weer bewaarde Maria Jezus’ wei­nig begrijpelijke antwoord in haar hart. Ook later, toen Jezus als volwassen rabbi rondtrok, kon Hij soms merk­waardig reageren. Hij is ergens volop met mensen bezig, maar zijn moeder en broers maken zich zorgen over Hem. “Uw moeder en uw broers vragen naar U” en Jezus re­ageert met de woorden: “Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers? Ik zeg jullie: dat zijn zij die de wil van God volbrengen.” Alsof Maria dat niet deed!
Een enthousiaste vrouw riep Jezus eens toe: “Gelukkig de schoot die U heeft gedragen en de borsten die U hebben gevoed.” Jezus reageerde met de woorden: “Gelukkig die naar het woord van God luisteren.” (Luc. 11,27)
Bij de evangelist Johannes komen slechts twee momenten voor waarbij Jezus en Maria beiden betrokken zijn. Dat is aan het begin van Jezus’ optreden op de bruiloft van Kana en aan het einde, in Jezus’ laatste ogenblikken. Op beide momenten spreekt Jezus zijn moeder aan met ‘vrouw’. “Vrouw, is dat soms uw zaak ?” zegt Jezus in Kana. En aan het kruis: “Vrouw, zie daar uw zoon.” ‘Vrouw’, maar zij was toch zijn moeder!!
Dat is – kort gezegd – wat de evangelisten ons vertellen. Er zal wel veel meer gezegd zijn, maar zij wilden ons kenne­lijk vertellen, hoe moeilijk het is, om moeder van God te zijn. Hij heeft immers zijn boodschap en zij moet daar vrede mee hebben. Dat heeft Maria op een voortreffelijke manier gedaan. Ze bewaarde al die woorden en gebeurtenissen in haar hart. Ze moet een groot hart gehad hebben, want er viel soms heel wat weg te slikken. Het woord ‘moeder’ krijgt bij Maria een heel diepe klank. Maria heeft in de loop der eeuwen steeds nieuwe titels gekregen. Die hebben alle­maal zin. Maar eigenlijk is één titel voldoende en alleszeggend: zij is moeder van God. Bidden wij daarom, dat zij voor ons zondaars bidt, nu en in het uur van onze dood.
Over ‘Meimaand-Mariamaand’ gesproken: heeft u de gelijknamige video van onze parochie al bekeken? Zeker de moeite waard om even voor te gaan zitten! De video staat op het YouTubekanaal van de parochie en is te openen via deze link: Mariamaand.

Kees Dernee, pastoor

Pastoraal woord: Afscheid

Afscheid nemen is ons niet vreemd. Vanaf jonge leeftijd al maken wij veel
momenten van afscheid mee. Afscheid van de basisschool. Uitgezwaaid worden
bij aanvang van een reis. Afscheid van vrienden bij terugkeer naar je
vertrouwde omgeving. Afscheid nemen van een kerkgebouw die aan de
eredienst wordt onttrokken. Afscheid nemen valt zwaar wanneer je iemand van
wie je houdt achterlaat. Ik kan mij nog goed herinneren hoe moeilijk ik het
vond om afscheid te nemen van mijn ouders toen ik vanuit Suriname naar
Nederland vertrok. Dat gebeurde op 15 mei 1992. Mijn hart was verscheurd.
Het voelde aan alsof ik een deel van mezelf achterliet. En wanneer het afscheid
een definitief karakter heeft, brengt dat vaak gevoelens van verlamming en
verslagenheid met zich mee bij diegenen die achterblijven, zoals bij de dood
van een dierbare.
In de media verschenen schrijnende gevallen van mensen die überhaupt geen
afscheid konden nemen van een geliefde die aan het coronavirus overleed. De
pijn, het gemis en de leegte bij nabestaanden is des te prangend.
In de lezingen van deze zondag, de zesde zondag van Pasen, lezen we een
stuk uit de afscheidsrede van Jezus. Nadat Hij de voeten van zijn leerlingen
heeft gewassen – een daad van liefde en dienstbaarheid – vertelt Jezus over
zijn heengaan. En Hij spreekt daarbij bemoedigende en troostende woorden.
Hij belooft de heilige Geest als Helper, als ‘parakleet’. Dit Griekse woord is
afgeleid van parakalein dat letterlijk betekent: ‘erbij roepen’, maar vaak ook
vertaald wordt met ‘bemoedigen’, of ‘troosten’. Jezus kent de stemming die
onder zijn leerlingen heerst. Ze zijn verontrust en lijken terneergeslagen;
bedroefd, en misschien zelf onthutst. Hij belooft hen dat zijn afscheid niet
definitief is. Hij zal bij hen terugkomen. Hij laat hen niet verweesd achter.
Jezus spreekt ook van de liefde als teken van zijn verbondenheid met hen. Hij
vraagt de leerlingen om trouw te blijven aan Hem en aan de opdracht om
elkaar lief te hebben.
Nu onze kerkgebouwen veelal leeg staan, kan menigeen zich ‘verweesd
achtergelaten’ voelen. Het lijkt alsof afscheid is genomen van een vierende
gemeenschap die voorheen regelmatig samenkwam. Misschien vragen
sommigen zich af: waar is Hij nog te vinden? Misschien valt het ons moeilijk
om in een bijna leeg kerkgebouw Zijn aanwezigheid nog te voelen. We
proberen via de livestream verbinding iets van Zijn aanwezigheid, een glimp
misschien, op te vangen of te ervaren. We weten dat Hij aanwezig is in het
Woord, in de tekenen van Brood en Wijn. Maar toch is het voor sommigen
2
blijkbaar lastiger om Zijn aanwezigheid ook daadwerkelijk te ervaren vanaf
een afstand. Met hen, en met de psalmist van psalm 103 verzuchten wij:
“Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden, eeuwige God,
wij willen U zien. Geef ons vandaag een teken van liefde.
Eeuwige God, wij willen U zien. Geef ons vandaag een
teken van liefde.”
Vooral nu in deze coronatijd zie ik vele tekenen van liefde om mij heen. Ik zie
veel mensen iets extra doen om aandacht en tijd te geven aan een ander. Ik
zie mensen op vele creatieve manieren contact en verbinding zoeken met
elkaar. Zowel binnen als buiten ons kerkverband zie ik veel gebeuren aan
goedheid, betrokkenheid en solidariteit onder burgers. Ondanks een
noodzakelijk doch tijdelijk afscheid van een vierende gemeenschap die bij
elkaar samenkomt, blijft de heilige Geest mensen letterlijk erbij roepen en
waait Zij waarheen Ze wil. Daar waar wij aandacht en tijd geven aan elkaar,
op welke manier dan ook, hetzij op afstand of nabije wijze, daar is Jezus
aanwezig. Daar is de Geest der waarheid aan het werk en gebeurt wat Jezus
zijn leerlingen en ook ons op het hart drukt: Heb elkaar lief!
pastor Duncan Wielzen

Pastoraal woord: Blijf op Hem vertrouwen, Hij is de Weg!

Meer dan een maand doen we veel activiteiten thuis vanwege dit coronavirus. De regering gaat nu proberen om de maatregelen soepeler te maken. We willen dat ons leven weer normaal wordt en dat de economie niet onder deze pandemie lijdt. Maar iedereen wordt verzocht om attent te blijven, want er zijn nog geen geneesmiddelen noch een vaccin voor dit virus. Ook al verwachten
we allemaal dat het aantal besmette slachtoffers niet zal toenemen.

Daarom wordt ons gevraagd om de maatregelen te blijven volgen. Doe dat met hart en ziel. Soms worden we uitgedaagd door het mooie weer. Wij willen weer bij elkaar komen, ergens anders naar toe gaan, naar het strand, naar de camping, naar de recreatieplaats, voor gezelligheid, voor ons plezier. Deze pandemie is nog niet voorbij en het is niet eenvoudig met dit virus om te gaan.
Maar we mogen niet vergeten dat God nooit heeft beloofd dat de lucht altijd blauw is en de zee altijd kalm. Hij heeft ook niet beloofd dat het pad altijd vlak en recht is. Maar Hij belooft om er te zijn met ons, in ons leven. Hij gaat met ons mee in elke situatie. Hij vraagt dat wij niet ongerust zijn, maar standvastig blijven geloven. ”Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij.” Dat heeft Jezus gezegd tegen zijn leerlingen bij het laatste avondmaal. We zullen het horen in het evangelie van komende zondag.

Wees niet ongerust betekent op dit moment: niet overdreven bang zijn, optimistisch blijven, hoop hebben dat deze storm van het virus zal eindigen, dat God ons niet verlaat. Het betekent ook dat we elkaar vertrouwen, dat we zorgen voor elkaar. Iedereen heeft een rol om de verspreiding van dit virus te doorbreken. Vertrouw op God, vertrouw ook op elkaar.

In het evangelie zullen we de vraag van Filippus horen: “Laat ons de Vader zien”. Misschien stellen wij dezelfde vraag: Laat ons de Heer zien, waar is Hij op dit moment van deze pandemie? Dan zal Hij ons eraan herinneren dat Hij er is. Hij is aanwezig in de artsen, de verpleegkundigen en de verzorgers, die voor patiënten met Covid 19 zorgen. Hij is aanwezig in de mensen die kaarten
naar de ouderen sturen of die naar de alleenstaanden bellen. Hij is aanwezig in de vrijwilligers die voedselpakketten bezorgen voor degenen die dat nodig hebben; kortom: Hij is aanwezig in iedereen die iets zinvols doet voor anderen in deze tijd van het coronavirus.

En Hij herinnert ons eraan dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. Daarvoor moeten we ons leven op Hem richten. Niet alleen toont Hij de weg die we moeten volgen, maar Hijzelf is de Weg. Hij heeft ons een goed voorbeeld gegeven. Hij is gekomen om de wil van Zijn Vader en onze Vader uit te voeren, om de mensen te redden, om hulp te bieden vooral aan mensen in nood. Laten wij Zijn weg volgen, de weg van solidariteit en samenwerken, door niet aan ons zelf te denken maar aan anderen voor hun redding, ook in deze situatie van de pandemie.

Klemens Hayon