Archief “pastoraal woord”

Hier vindt u een overzicht van de eerder op de startpagina gepubliceerde “pastoraal woord” teksten.


Pastoraal woord: Nieuw leven

Narcissen in bloeiOp dit moment zien we overal krokussen, narcissen, struikgewassen, en een enkel soort kleine boom in bloei staan. De uitbundigheid van die verse bloemen, weerspiegeld in het zonlicht, is echt een prachtig gezicht. We fleuren er van op, krijgen er energie van, komen tot leven.

Het zien van bloemen en struikgewassen die in de winter en vroeg in het voorjaar groeien en bloeien, nodigt ons uit om te midden van de hardheid van een donkere, wrede, barre winter te beseffen dat er hoop op nieuw leven is. En het is al begonnen!

De onvoorstelbare oorlog in Oekraïne is als een winter. Russische soldaten zijn Oekraïne binnen gevallen. Eerder was er veel roep om geen oorlog in Oekraïne, maar het is toch gebeurd. Paus Franciscus nodigt ons uit om te blijven bidden en God te vragen om de oorlogen te beëindigen, niet alleen in Oekraïne, maar ook in Jemen, Syrië en Ethiopië. Want we geloven nog steeds dat God aan de kant van vredestichters staat en niet aan de kant van degenen die wapengeweld gebruiken.

De oorlog veroorzaakt altijd onvoorstelbaar veel pijn, puinhoop en ellende. Zoveel mensen hebben hun land achtergelaten en zijn gevlucht. Samen met hen hopen we op een nieuw leven. We zien ze als kale bomen tussen de krokussen, narcissen en struikgewassen die wachten op de goede tijd om weer te bloeien en te groeien. We hopen en bidden dat er een wapenstilstand, verzoening en vrede komt, dat de oorlog zal eindigen, dat het vertrouwen, het samenwerken en herbouwen zal groeien en bloeien.
Verrezen JezusOp 2 maart begon de veertigdagentijd, de tijd van boete en verzoening, van persoonlijke en gezamenlijke vernieuwing, ter voorbereiding op Pasen. In deze tijd worden wij ook uitgenodigd door de paus om de deuren van onze harten, huizen en kerken te openen voor anderen die aandacht nodig hebben. We bidden voor alle vluchtelingen die als gevolg van oorlog en n atuurrampen ontheemd zijn. Iedereen word gevraagd om op zijn of haar manier hulp aan hen te bieden, zodat zij als medemensen waardig kunnen leven, een nieuw leven. Dan kunnen wij de nieuwe lente ingaan als de vrucht van Pasen, waar er geen vriend of vijand, geen voor- of tegenstander, geen landgenoot of vreemdeling is, maar enkel een medemens, een nieuwe mens, door het zegevieren van Jezus die verrezen is.

Namens het pastoraal team wens ik u Zalig Pasen!
Pater Klemens Hayon SVD

Pastoraal woord: Storm

Op het moment van schrijven raast storm Eunice over ons land. Er zijn berichten over schade op verschillende plaatsen in Nederland en helaas zijn er zelfs doden te betreuren. De woestheid en willekeur van zoveel natuurgeweld is angstaanjagend. Als mensen voelen we ons machteloos tegen zoveel vernietigende natuurkracht. Het enige dat we kunnen doen is binnen blijven en hopen dat het meevalt. Pas als de storm is gaan liggen kunnen we weer naar buiten gaan om de schade op te nemen.
Storm op het strand met de pier op de achtergrond. Ook de coronapandemie was als een storm die door de wereld raasde. De maatregelen dienden ertoe om dekking te zoeken voor de storm en zo veilig mogelijk te blijven. Nu lijkt het erop dat de storm langzaam toch gaat liggen. Maar wat treffen we aan als we de schade opnemen? Veel mensen hebben dierbaren verloren of zijn ziek geworden en veel van onze vroegere zekerheden zijn verdwenen. Ook het kerkelijk leven heeft het zwaar te verduren gekregen en dat is zichtbaar in de onwennigheid om weer groepsactiviteiten op te zetten en in de bezoekersaantallen bij vieringen en andere activiteiten. Net zoals er na een storm herbouwd moet worden, moeten we ook in de kerk aan de slag om onze gemeenschappen op te bouwen en misschien ook om elkaar weer opnieuw te vinden.
In maart begint de vastentijd en dat biedt kansen om samen ons geloof te beleven. Of het nu is bij een van de vieringen, of rond de vastenmaaltijden, vastenwandelingen, het samen bidden van de kruisweg of door informele ontmoeting na de vieringen: de veertigdagentijd is een goede gelegenheid om samen te komen om als gemeenschap te bouwen aan onze relatie met God en onze relatie met elkaar. Het is een tijd om ons geloof te verdiepen en ons concreet in te zetten voor anderen, met name door onze deelname aan de vastenactie.

Hopelijk ontlenen wij inspiratie aan deze bijzondere tijd om na de storm van de afgelopen jaren verder te bouwen aan een vitale parochie in Den Haag Zuid. Samen mogen wij op weg gaan naar dat grote feest van Pasen dat ons laat zien dat we met Gods hulp iedere tegenslag kunnen overwinnen. Ik wens ons allen een goede en inspirerende vastentijd toe.
Pastor Tom Kouijzer

Pastoraal woord: Een ander licht op Valentijnsdag

Valentijn Voor dit pastoraal woord had ik de behoefte om over iets leuks en ‘luchtigs’ te schrijven, om even de zinnen op iets anders te zetten dan de parochiële activiteiten die uitgevoerd moeten worden en de coronamaatregelen die de ene keer verzwaard en de andere keer versoepeld worden. Ik zocht ook wel naar een onderwerp dat met deze februarimaand te maken heeft, en in gedachten door de maand wandelend, kwam ik op Valentijnsdag uit. Wat moeten we met zo’n commercieel uit Amerika overgewaaid feestje, zult u zeggen. Wat hebben we daar als kerk mee van doen?

Misschien is het eerst goed om te weten dat ‘Valentijnsdag’ niet is ‘overgewaaid’, maar dat deze dag in 1949 heel bewust in Nederland is geïntroduceerd. Eind jaren veertig stagneerde namelijk de binnenlandse vraag naar bloemen. Een bestuurslid van de Vereniging De Nederlandse Bloemisterij die net uit de Verenigde Staten was teruggekeerd drong er toen op aan om ook in Nederland Valentijnsdag in te voeren. Rond die dag werden er namelijk jaarlijks al grote hoeveelheden bloemen naar Amerika geëxporteerd. Om bekendheid te geven aan deze nieuwe feestdag, reikte de vereniging jaarlijks een bloemenmand uit aan mensen die zich belangeloos verdienstelijk hadden gemaakt voor hun omgeving. Via de kranten werd men opgeroepen om kandidaten voor een dergelijke ‘bloemenhulde’ aan te dragen. Lokaal ging men dit voorbeeld overnemen. Naast het oorspronkelijke commerciële motief voor het invoeren van Valentijnsdag kreeg de dag door deze uitwerking dus ook een ideëel karakter. Wat dat betreft zou Valentijnsdag in die tijd voor de parochie ook een goede dag zijn geweest om onze diaconale activiteit voor het voetlicht te brengen en de diaconale vrijwilligers met een bloemetje in het zonnetje te zetten. Maar wat Valentijnsdag nog meer met de kerk in verband brengt, is de naam Valentijn, ofwel heilige Valentinus. Tot aan de hervorming van de RK-heiligenkalender in 1969 werd op 14 februari de gedachtenis van deze heilige gevierd. Nu hij niet meer op de heiligenkalender is opgenomen, zal de link tussen Valentijnsdag en een heilige niet zo snel meer worden gelegd. Nu is het niet zo dat er inhoudelijk een direct verband bestaat tussen de heilige Valentinus en dat waar Valentijnsdag voor staat: voor liefde, verliefdheid en, tegenwoordig in mindere mate, voor liefdadigheid. Hoe zit dat dan in elkaar?

Volgens een legende zou Valentinus in de 2e helft van de 3e eeuw priester zijn geweest in Rome ten tijde van keizer Claudius II. Hij was een wijs en deugdzaam man en stond in hoog aanzien. De keizer probeerde hem van zijn geloof in Christus af te brengen en bood hem een positie in zijn vriendenkring aan, maar hij moest zich dan wel tot de Romeinse goden ‘bekeren’. Dat weigerde Valentinus en op de vraag wat hij dan dacht over de aloude goden, antwoordde hij: “Dat zijn alleen maar boze geesten.” Hoewel de keizer hiervan onder de indruk was en hij Valentinus nog wat beter wilde leren kennen, liet hij zich toch door zijn raadslieden overtuigen dat Valentinus terechtgesteld moest worden. Daarop werd hij naar rechter Asterius geleid. Deze daagde hem uit: “Ik zou wel eens willen zien of jouw God mijn blinde dochter kan genezen. Kan Hij dat, dan zal ik voortaan in Hem geloven.” Na een gebed van Valentinus kon het dochtertje terstond zien. Asterius, zijn vrouw en heel hun huishouden lieten zich vervolgens dopen door Valentinus. De keizer was zo kwaad dat hij ze allemaal gevangen zette. Valentinus werd vervolgens gefolterd en onthoofd. Op de plek van zijn terechtstelling werd al snel een Valentinuskerk gebouwd. De datum 14 februari werd als zijn gedenkdag beschouwd. Zo werd deze dag voor de kerk Valentijnsdag.

En nu nog de link met de liefde: De Noord-Europese en vooral de Angelsaksische heidense volkeren waren al vóór de verspreiding van het christendom gewend om een vruchtbaarheidsfeest te vieren. Dat deden ze op 14 februari omdat ze geloofden dat de vogeltjes dan voor het eerst met elkaar paarden. Daaruit ontstond het gebruik om jongens en meisjes op de vooravond van die dag lootjes te laten trekken. Het winnende meisje en de winnende jongen waren voor een jaar met elkaar verbonden. Toen het christendom zich over deze streken verspreidde, bleef dat oude gebruik in stand en werd het verbonden met de naam van de heilige die op deze dag werd gevierd: Valentinus. Vanaf dat moment noemde men de winnaars van het loterijspelletje ‘Valentijn en Valentine’. Ook degenen die elkaar op deze dag voor het eerst ontmoetten en verliefd werden, werden zo genoemd.

Toen ik dit alles over Valentijnsdag te weten kreeg, veranderde mijn waardering voor deze dag. Het heeft wel iets om, tegen de achtergrond van dit eeuwenoude volksgebruik, je geliefde of iemand die je waardeert om wat hij of zij doet, een bloemetje te geven, een kaartje te sturen of gewoon aardig tegen te doen. Dat laatste kunnen we tegenwoordig trouwens ook een paar dagen later, op 17 februari, de internationale Doe-Vriendelijk Dag. Maar wij, christenen, geroepen tot naastenliefde, maken er vast elke dag een doe-vriendelijk- of Valentijnsdag van?

Diaken Jos van Adrichem

Pastoraal woord: Maria als model

Op 8 december viert de kerk het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Wat betekent dat precies? We horen hoe de engel op bezoek kwam bij Maria in Nazareth. En die engel, vraagt nogal wat van en aan Maria, namelijk of zij bereid is moeder te worden van Gods Zoon. En wat zien we: Maria vraagt niet enkele dagen bedenktijd – wat normaal zou zijn wanneer men een zo op het eerste gezicht onmogelijke opdracht krijgt. Maar ze zegt heel nederig: “Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar Uw woord !” Zonder goed te begrijpen hoe zij als mens, moeder van Gods Zoon kon worden, gaf zij toe. Zo stemde zij in met Gods vraag. Wat een prachtig voorbeeld is dit van een volledige overgave aan God. Blindelings God vertrouwen, wetende dat het wel goed zal zijn, in de overtuiging dat God altijd kracht geeft en inspiratie voor de roeping die Hij ons opdraagt. Misschien zijn wij daarom wel zo geraakt door de figuur van Maria dat wij het allemaal als normaal zijn gaan beschouwen. Elke dag opnieuw moeten wij er verwonderd over zijn, want geen enkele andere vrouw heeft zoiets ooit meegemaakt. En hoe meer wij er verwonderd over zijn, hoe meer wij Maria kunnen bewonderen.
Ik noem graag nog enkele deugden van Maria: haar bereidheid om met Gods plan mee te werken; haar dienstbaarheid aan iedereen en vooral aan haar nicht Elisabeth toen ze zwanger was en toen ze haar kindje ter wereld had gebracht; haar eenvoud en nederigheid: ze achtte zichzelf niet hoger dan de andere vrouwen; haar groot geloof en sterk vertrouwen dat alles wel goed zou komen. Hoe ongewoon haar roeping ook was, wist zij dat God in alles zou voorzien wat zij nodig had, als zij inging op wat Hij haar vroeg.

De heilige Schrift zegt niet zoveel over Maria. Zij staat wat op de achtergrond. Eenvoudig als ze is, want juist dat heeft ze het liefst. Maar telkens als er iets belangrijks gebeurt in Jezus’ leven, dan wordt zij vermeld. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de bruiloft in Kana, als de wijn op is zegt ze tegen de bedienden: “Doe maar wat Hij u zeggen zal”. Wat een groot geloof.

Maria was gehoorzaam. Zij stond met oor en oog open voor de wensen van God, maar ook voor de noden van haar medemensen. Zij heeft Jezus grootgebracht, opgevoed, leren spreken, zijn eerste gebedje geleerd. Alles deed zij in Nazareth voor Jezus wat een moeder bij de geboorte en bij de opvoeding van een kind doet. Voor veel mensen is Maria als een moeder voor haar kind. Zij verdient voor velen een ereplaats. Ook zijn wij uitgenodigd om Maria als voorbeeld voor ons leven te stellen. Haar levenswijze kunnen we overdenken, telkens als wij tot haar bidden. Door een Weesgegroet te bidden, ‘s-morgens en ‘s-avonds, kunnen wij onze dag aan haar moederlijke zorg toevertrouwen.

Maria is de ster naar wie wij opkijken. Haar voorspraak kunnen wij vragen als wij tot Jezus bidden. Wie kan voor ons een betere voorspreekster bij Jezus zijn dan zijn moeder? Laten wij leven in de stijl van Maria. Zij is reeds meer dan 2000 jaar het model dat in de mode blijft, het model van wat een fijn christenmens is. Mogen wij als fijne christenmensen in deze tijd weer uitkijken naar de komst van haar Zoon, en straks weer met overtuiging zijn geboortefeest vieren. Ik wens u allen alvast een gezegend kerstfeest toe, en vrede en alle goeds voor het nieuwe jaar!

Namens het pastoraal team, Paul Kuhlmann, diaken

Pastoraal woord: Zorgen voor ons gemeenschappelijk huis

Geconfronteerd met de hebzucht en de arrogantie van de mens tegen onze moeder aarde, herhaalt paus Franciscus in zijn encycliek ‘Laudato si, de zorg voor ons gemeenschappelijk huis’ de oproep van H. Johannes Paulus II, om een ‘ecologische bekering’ uit te voeren. In dit pastoraal woord vraag ik uw aandacht voor deze oproep van de paus en de concrete acties in uw leven, zowel thuis als op het werk of in de kerk in het komende nieuwe kerkelijk jaar.
Laudato SiAls de huidige bewoners van onze aarde, als de huidige bewoners van ons gemeenschappelijk huis, worden wij uitgenodigd door de paus om ons te bezinnen, om te keren, en onze mentaliteit van doen en denken te veranderen. Nieuwe patronen van denken en handelen moeten herhaald worden. Het nieuwe patroon heeft betrekking op ‘een manier van zorgen voor de schoonheid van de natuur en op het verantwoordelijkheidsgevoel om ons gemeenschappelijke huis te behouden’ in plaats van de rijkdommen van de aarde te exploiteren en haar schoonheid te elimineren.
De paus benadrukt dat er te midden van de razernij van de verkrachting tegen moeder aarde nog hoop is. Er zijn nog veel mensen op deze planeet die een goede ziel en geest hebben om voor moeder aarde, ons gemeenschappelijke huis, te zorgen. Overal ontkiemt en bloeit het bewustzijn onder mensen die goedhartig zijn om aandacht te besteden aan het milieu, de natuur te beschermen, water te behouden, bomen te laten groeien en luchtvervuiling te overwinnen. De herkenning van deze positieve werkelijkheid onder de mensen is een intrinsiek onderdeel van deze encycliek. Paus Franciscus erkent dit feit en benadrukt: “Wij mensen hebben het vermogen om positieve acties voor moeder aarde teweeg te brengen, hoewel het onmiskenbaar is, dat wij ook willekeurig tegenover moeder aarde handelen. Laten we ervoor kiezen om positieve vermogens in onszelf te ontwikkelen. Dit is het moment voor ons om ‘opnieuw te beginnen’ en te handelen in de geest van ‘ecologische bekering’.”
De boodschap van deze encycliek komt neer op de essentie van het menselijk leven. De gebeurtenissen van menselijke ontmoetingen worden in harmonie gebracht met de zorg voor moeder aarde. Paus Franciscus richt deze leer in de eerste plaats tot ons. Hij herinnert ons eraan: “Wees je bewust van je verantwoordelijkheid tegenover Gods schepping en je verplichting voor het universum en de Schepper. De uitvoering van deze verantwoordelijkheden en verplichtingen is een integraal en essentieel onderdeel van het geloofsleven”.
Paus Franciscus heeft zijn zinnen gezet op alle medemensen die deze planeet aarde bewonen. Hij geeft toe dat er bewegingen zijn om de aarde te beschermen die worden aangestuurd door andere christelijke kerken en ook door mensen van andere religies. Hij erkent ook de instellingen, humanitaire stichtingen die prioriteit geven aan het redden van moeder aarde. Paus Franciscus erkent deze bemoedigende realiteit en nodigt ons allemaal uit om de actie tot dialoog tussen mensen te vergroten met een focus op ‘Laudato si, zorgen voor ons gemeenschappelijk huis’.
Namens het pastoraal team, pater Klemens Hayon SVD

Pastoraal woord: Uit het hart van Sint Franciscus

Dankzij de toegenomen vaccinatiegraad – mede het gevolg van de coronamaatregelen – is de geplande bedevaart naar Assisi (22-30 september) realiteit geworden. Assisi is onlosmakelijk verbonden met de heiligen Franciscus en Clara. In deze stad, in de regio Umbrië, bevindt zich de Basiliek van de Heilige Franciscus van Assisi, de moederkerk van de Franciscanen. Deze werd in de 13e eeuw gebouwd op het graf van deze heilige, die vooral bekend staat om zijn grote eenvoud.
Bij het schrijven van dit pastoraal woord zitten wij midden in de vredesweek. Te midden van grote tegenstellingen in onze samenleving en in de wereld, bidden miljoenen mensen dagelijks om de vrede. Op veel plekken nemen mensen initiatieven om die vrede te bevorderen. Al deze initiatieven bevestigen dat vrede niet vanzelfsprekend is. Het vraagt om volhardend inzet, geloof en vertrouwen. Werken aan vrede gebeurt niet alleen met onze handen. Vrede vraagt ook om de inzet van het hart.

Plein AssisiSint Franciscus is voor velen een inspiratiebron om zich te engageren voor de vrede. Een beroemd gebed dat aan deze heilige wordt toegeschreven is een leidraad naar vrede. Het is een hartenkreet om die vrede voelbaar te maken, overal waar er onvrede heerst. Dit gebed appelleert bij ieder mens van goede wil om zelf werktuig of instrument van vrede te zijn. Het gebed is vooral een hartenkwestie. Het vraagt om het hart te openen voor een ander; om het hart te laten spreken. De verschillende verzen zijn uit het hart gegrepen van Sint Franciscus.
In dit gebed bidden wij om liefde te brengen waar haat is, vergeving waar onrecht geschiedt, en eendracht waar verdeeldheid heerst. Daarvoor is een hart nodig dat van liefde brandt, en door compassie wordt geroerd. Dit gebed nodigt ieder van ons persoonlijk uit zich open te stellen voor de helende, troostende kracht van Gods genade. Het is een mooi gebed dat ieder van ons in het eigen persoonlijke gebedsleven mag integreren. Sint Franciscus leert ons dat God ieder van ons als Zijn instrument kan en wil gebruiken. “Maak mij een werktuig van Uw vrede” vertolkt mooi het samenspel tussen God en de mens. God heeft mij nodig voor de vrede, evenzeer heb ik God nodig voor de vrede. De een kan niet zonder de ander. Het lukt mij niet, en zal mij ook nooit lukken om in mijn eentje de tango te dansen.

Met Sint Franciscus bidden wij ook om geloof te vestigen waar twijfel is, hoop te wekken waar wanhoop regeert, licht te brengen in de duisternis en vreugde te scheppen bij droefheid. We hoeven niet noodzakelijk optimist te zijn om dit allemaal voor mekaar te krijgen. Maar we mogen wel erop vertrouwen dat wanneer wij de bijstand van Gods Geest aanroepen, wij kracht zullen ontvangen om het te kunnen uithouden op die lange weg naar vrede. Om kleine stappen van licht, hoop, vreugde en geloof te bewerkstelligen.
Vertrouwen is onmisbaar op de weg naar vrede. Zonder vertrouwen, geen vrede. Dankzij vertrouwen kunnen wij ruimte scheppen om de a(A)nder te horen, aan te voelen en ons hart op de juiste frequentie af te stemmen. Een frequentie die wordt gezonden vanuit de behoefte of nood van een ander levend wezen. Want dat afstemmen van ons hart is nodig om geraakt te worden en in beweging te komen. Om te troosten, te begrijpen, te beminnen.
Het gebed van Sint Franciscus is een parel voor allen die verlangen naar vrede. In zijn woorden bidden wij om vrede:

Heer, maak mij een werktuig van Uw Vrede.
Laat mij, waar haat is, liefde brengen.
Waar onrecht is, tot vergeving stemmen.
Waar verdeeldheid is, eendracht stichten.
Waar dwaling is, waarheid doen gelden.
Waar twijfel is, geloof vestigen.
Waar wanhoop is, hoop wekken.
Waar duisternis is, licht ontsteken.
Waar droefheid is, vreugde brengen.
Laat me er meer op uit zijn om te troosten,
dan om getroost te worden;
te begrijpen, dan om begrepen te worden;
te beminnen, dan om bemind te worden.
Want als men geeft ontvangt men,
als men vergeeft, krijgt men vergiffenis.
en door te sterven, wordt men eeuwig geboren.
Amen.

Namens het pastoraal team, Duncan Wielzen, pastoraal werker

Pastoraal woord: Nieuw begin

Voor veel mensen staat de maand september in het teken van opnieuw beginnen. De zomervakantie is weer voorbij en velen van ons gaan weer aan het werk of naar school. Voor sommigen is deze ervaring van een nieuw begin maken in september nog sterker, bijvoorbeeld voor kinderen die van de basisschool naar de middelbare school gaan of voor jongeren die beginnen aan hun eerste jaar aan MBO, HBO of universiteit. Iets nieuws beginnen biedt mogelijkheden om mensen te leren kennen, talenten te ontwikkelen en te groeien als mens. In zekere zin dwingt het ons om onszelf opnieuw uit te vinden in verhouding tot een nieuwe omgeving. Dit is verrijkend maar vaak ook spannend. Velen van ons zullen zich het gevoel herinneren van de ‘eerste schooldag’. Het onbekende schrikt vaak af. Misschien is het daarom dat we als mensen soms geneigd zijn om alles zoveel mogelijk bij het oude te willen laten.
Zelf bevind ik mij momenteel ook in de positie dat ik een nieuw begin mag maken als priester in uw midden en als lid van het pastoraal team. Op het moment van schrijven heb ik net mijn eerste schreden gezet in de verschillende kerken van onze parochie en al een aantal parochianen en vrijwilligers mogen ontmoeten. In de komende periode hoop ik nog veel meer van u te mogen ontmoeten en ik zie zeer uit naar een prettige en vruchtbare samenwerking.
Wat het liturgisch jaar betreft, bevinden we ons midden in de tijd door het jaar. In de liturgie volgen we Jezus in zijn omgang met mensen, zijn genezingswonderen en zijn onderricht in woord en daad. Als we de evangelielezingen van september lezen dan wordt duidelijk dat de noodzaak om steeds opnieuw te beginnen ook gold voor de eerste leerlingen van Christus. De apostelen moesten leren om hun vastgeroeste ideeën los te laten en zich open te stellen voor het evangelie.

Met vallen en opstaan ontdekten ze wat het betekent om Jezus echt na te volgen. Of het nu gaat om de apostel Petrus die Christus ervan wilde weerhouden om zijn zending te volbrengen (Marcus 8,27-35) of de apostel Johannes die anderen ervan wilde weerhouden om duivels uit te drijven in Jezus’ naam (Marcus 9,38-41), de apostelen liepen vaak tegen hun eigen grenzen aan. Toch is het duidelijk dat Jezus van zijn vrienden verlangde dat ze zouden groeien en een nieuwe visie zouden ontwikkelen. De Heer daagde zijn leerlingen uit om zichzelf opnieuw uit te vinden door iedere keer weer een nieuw begin te maken. Steeds weer opnieuw beginnen hoort bij het leven als volgeling van Jezus. Paulus drukt dit krachtig uit in zijn brief aan de christenen van Rome: “Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zult u in staat zijn om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt” (Romeinen 12,2). Deze uitdaging is nu nog even actueel als toen. Daarom beginnen we onze liturgische vieringen altijd met een gebed om Gods ontferming. We belijden dan onze tekortkomingen. Niet omdat we alle nadruk willen leggen op wat er fout gaat, maar wel omdat we ons realiseren dat het leven met God altijd een beetje opnieuw beginnen is. Als leerlingen van Jezus bevinden we ons op een weg van navolging van Hem die onze Heer is. Dit is een weg van vallen en opstaan waarbij we ons steeds opnieuw mogen laten inspireren door Gods woord en nieuwe kracht ontvangen door het gebed en de sacramenten. Als we ons hiervoor openstellen, ontdekken we nieuwe mogelijkheden in onszelf en onze geloofsgemeenschappen. Dan ondervinden we hoeveel moois God ons wil geven en tot hoeveel goeds wijzelf in staat zijn als we gezamenlijk optrekken als leerlingen van de Heer.
Aan het begin van dit nieuwe school-, college- en werkjaar wens ik ons allen toe dat wij moedig verder mogen gaan op deze weg van navolging van Jezus. Een weg die van ons vraagt dat wij ons – net als de apostelen – openstellen voor de aanwezigheid van God in de omstandigheden van ons dagelijks leven. Juist ook wanneer dit betekent dat we nieuwe wegen moeten vinden om trouw te blijven aan de Heer in een veranderende maatschappij en een veranderende kerk. Met de hulp van Gods genade is dit zeker mogelijk en de moeite waard, daar ben ik vast van overtuigd!

Namens het pastoraal team, pastor Tom Kouijzer

Pastoraal woord: Golven

‘Als ik de golven aan het strand en de duinen, het zand zie, denk ik aan de vakantie’ was de eerste regel van een lied dat, gezongen door Ria Valk, in de zomer van 1965 in de Top-40 stond. Ik kan me dat lied nog goed herinneren, ik denk door een singeltje ervan dat één van mijn oudste zussen in die tijd had. Mij brengt een bezoek aan zee, net als Ria Valk, in een vakantiestemming. Een zomer zonder dat ik een keer het strand heb bezocht, komt eigenlijk niet voor. Ik ga nooit verder de zee in dan waar ik kan staan, want ik ben geen echte zwemmer. Hoge en wilde golven om lekker in te duiken of tegen je aan te laten komen, daar geniet ik echter wel van.
De afgelopen vijftien maanden hebben we met andersoortige golven te maken gehad: coronagolven die ons behoorlijk in de ban hielden. Hopelijk hebben we nu de laatste golf gehad en kunnen we geleidelijk weer van alles doen zonder allerlei restricties waar we ons aan moeten houden. In publieke ruimten hoeven de mondkapjes al niet meer op en de verwachting is dat we aan het eind van de zomer ook de anderhalve meter afstand los kunnen laten. Doordat steeds meer mensen gevaccineerd zijn, moet dat vast gaan lukken. Het is te hopen dat we dan ook in de kerk niet meer op afstanden hoeven te letten en we geen maximum aantal kerkbezoekers meer hoeven te hanteren. Het zou fijn zijn als alle kerkbanken dan weer volledig gevuld mogen worden, als de kerk weer helemaal vol mag zitten. Dat is trouwens wel een hele optimistische gedachte. De laatste jaren, zeg maar gerust decennia, zien we de kerken steeds leger raken. En het is de verwachting dat de coronacrisis dat proces alleen maar heeft versneld. Zeker weten doen we het niet. Ik heb goede hoop dat de kerkgang zich toch weer een beetje zal herstellen. Als er niet meer hoeft te worden aangemeld, als we weer samen kunnen zingen, als we ons niet meer aan verschillende regels hoeven te houden en als we na afloop van de viering weer gezellig samen koffie kunnen drinken, zullen misschien toch weer meer mensen ’s-zondags naar de kerk komen. En wie weet, heeft de coronapandemie toch bij sommige mensen de ogen geopend dat we niet alles in het leven zelf in de hand hebben. Misschien dat zij op zoek naar God zijn gegaan en zich bij de kerk willen aansluiten. Of misschien dat zij teruggrijpen naar de geloofstraditie waarmee ze in hun jeugd vertrouwd waren en nu de kerk weer opzoeken.
Zou wellicht de coronacrisis tot een opwaartse golf in de kerk leiden? Wie zal het zeggen? Misschien moeten wij onze opvatting over kerk-zijn ook wat verruimen. Vaak meten we de omvang en activiteit van de kerk slechts aan het aantal kerkbezoekers op zondag. Maar is de kerk niet meer? Horen vrijwilligers die zich bijvoorbeeld voor diaconale projecten inzetten maar ’s-zondag niet (vaak) in de kerkbanken zitten, niet net zo goed tot de kerk? En is een kerk met een krimpende geloofsgemeenschap die veel tijd en energie steekt in ondersteuning aan gezinnen en scholen bij de geloofsopvoeding van kinderen, zonder dat dit direct leidt tot groei van het aantal kerkgangers, minder kerk dan een goed gevulde kerk op zondag?
Door de eeuwen heen heeft de kerk trouwens steeds een golfbeweging laten zien. Perioden van bloei en verval wisselden elkaar af. Met dit gegeven mogen we er op vertrouwen dat na de huidige tijden van krimp ook weer een periode van groei aan zal breken. Soms kunnen we moedeloos worden als al onze inspanningen om mensen bij de kerk te betrekken steeds zonder effect blijven. Het troost en ontspant me dan als ik me bedenk dat wij mensen slechts hoeven te zaaien en dat God zelf er zorg voor draagt dat het geloof in mensen ontkiemt en groeit. Wij mogen dus vertrouwen op de heilige Geest die in medemensen zijn werk doet en die zal zorgen voor een nieuwe opwaartse golf van gelovigen.
Als we de evangelielezingen op de zondagen in juli en augustus achtereen-volgend lezen, zien we dat Jezus zelf te maken had met een golfbeweging in aantal leerlingen. Eerst, in de omgeving van Nazaret, heeft Jezus weinig leerlingen. De mensen daar kunnen niet in Hem geloven omdat zij Hem kennen als de timmerman, de zoon van Maria. Welke wijze dingen zou deze hun over God kunnen vertellen? De groep volgelingen breidt zich vervolgens uit, doordat de leerlingen twee aan twee worden uitgezonden om Jezus’ boodschap te verkondigen. Vele mensen willen Jezus zien en spreken. Hij en zijn apostelen hebben er meer dan een dagtaak aan en zoeken noodgedwongen af en toe de rust op. Het evangelie van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging (zondag 25 juli) is wat dat betreft de climax: vele mensen bijeen die na zijn Woord gehoord te hebben, ook nog eens te eten krijgen. Maar daarna gaat het bergafwaarts. De mensen keren zich steeds meer af van Jezus, omdat zijn preken hen niet aanstaan.
Jezus noemt zichzelf het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Niet het manna dat de voorvaderen in de woestijn te eten kregen, maar Hij, Jezus, is het levend Brood uit de hemel. Velen nemen aanstoot aan deze woorden. Er haken zoveel leerlingen af dat Jezus op het laatst aan zijn apostelen vraagt of ook zij soms weg willen gaan. Jezus laat zich door dit afhaken niet ontmoedigen, zelfs niet als de afhakers zich tegen Hem keren. Vol vertrouwen op God de Vader gaat Hij door met zijn opdracht. Laten wij daarom, naar zijn voorbeeld, niet ontmoedigd raken door lege kerkbanken, maar doorgaan met de opdracht van de kerk: de Blijde Boodschap verkondigen, met woorden en vooral met daden. En we laten het dan maar aan God over hoe hoog de golf wordt.

Jos van Adrichem, diaken

Pastoraal woord: Het Heilig Hart van Jezus

In zijn preek over het Heilig Hart in 2013 zei Paus Franciscus:

Het is moeilijker om ons door God te laten liefhebben dan om God lief te hebben. De beste manier om op onze beurt van Hem te houden, is door onze harten te openen en zo Hem van ons te laten houden.

Heilig Hart van Jezus

Op de derde vrijdag na Pinksteren vieren wij ieder jaar het feest van het Heilig Hart van Jezus. De devotie tot het Heilig Hart is van zeer vroege oorsprong in de Kerk, maar de openbare devotie werd wijder verbreid als gevolg van de openbaringen aan de Heilige Margaretha Maria Alacoque van de Orde van de Visitatie in de 17e eeuw. Onze Lieve Heer verscheen aan haar met zijn Hart omgeven door vlammen van liefde, en vertelde haar van de grote liefde van zijn Hart voor de mensheid en het grote verdriet dat het te verduren kreeg door de onverschilligheid en ondankbaarheid van de mensen. Hij vroeg om de instelling van een liturgisch feest ter ere van zijn Hart en om de devotie van het ter communie gaan op de eerste vrijdag van elke maand.

Het Heilig Hart staat als een krachtig symbool voor het hele menselijke lichaam van Jezus Christus. Het hart vormt de kern en vertegenwoordigt het werkelijke leven van Jezus, onze Verlosser; een hart dat werd gevormd in de schoot van Maria; een hart dat klopte terwijl Hij het goede nieuws predikte en de zieken genas; een hart dat stopte bij het kruis en vervolgens werd doorboord door de lans van de soldaat. Het is ook het hart dat straks weer klopt bij de opstanding, maar dat ook nu al voor ons zijn kracht toont. Het Heilig Hart van Jezus is daarom een krachtige herinnering aan de liefde van Christus die voor ons allemaal is uitgestort. Het is tegelijk een weergave van zijn Goddelijke liefde en zijn menselijke liefde. In het Heilig Hart zien we de liefde van God die de hemel en aarde heeft geschapen; een liefde die de mensheid heeft geschapen en ons vervolgens heeft verlost van onze zondige aard. Maar het Heilig Hart is er ook één van volledig menselijke liefde; één die zich uitte in de liefde van Jezus voor Zijn Moeder; de liefde van Jezus voor Zijn apostelen, en de liefde die Hij toonde voor alles tot wie Hij predikte en waar Hij voor zorgde. Het was een liefde die degenen die Hem aan het kruis hadden genageld, kon vergeven.

De devotie van het Heilig Hart heeft in het verleden (18de en 19de eeuw) een belangrijke rol gespeeld bij de sociale aandacht voor de onderdrukte mens. En in Nederland zeggen we van iemand die heel sociaal is, dat hij of zij een ruim hart heeft. En dat is precies de boodschap van het Heilig Hart van Jezus: ruimte in het hart hebben voor de ander. In deze tijd leven we met de Covid-pandemie en het vraagstuk van de vluchtelingen in de wereld. Met de dreiging van het vreselijke Covid-virus zijn we geneigd eerst aan onszelf te denken en in onze harten geen ruimte voor de ander te creëren. Vaccinaties gaan eerst naar ons en niet naar ontwikkelingslanden. Ons hart is soms klein en zelfs gesloten voor anderen. Dat geldt ook voor onze omgang met de vele vluchtelingen. Als baby moest Jezus met zijn ouders vluchten voor zijn veiligheid. Daar mogen we wel eens vaker aan denken en dan ook de door haat en oorlog getroffen vluchtelingen opnemen in ons hart en daadwerkelijk helpen.

Het Heilig Hart van Jezus roept ons op om ons open te stellen voor de noden van anderen, om een luisterend oor te bieden aan mensen die door de zogenaamde hulpverleners niet gehoord worden, om duidelijk te maken dat de afgewezenen in Nederland er wel toe doen en er mogen zijn, en dat wij er voor hen zijn. Mogen wij ons in deze junimaand uitgenodigd en geïnspireerd weten om onze eigen devotie tot het Allerheiligst Hart van Jezus, doorboord met een lans en brandend van liefde voor de mensheid, te hernieuwen.

Pater Antony Varghese SVD

Pastoraal woord: Wat betekent Pinksteren voor ons?

Op de vierde zondag van mei, namelijk op 23 mei 2021, vieren wij Pinksteren. Misschien weet iedereen wat Pinksteren betekent. Toch wil ik kort iets vertellen over Pinksteren.

Het woord “Pinksteren” is afkomstig van het Griekse woord ‘pentekostè’, en het betekent vijftig of op de 50e dag. In De Joodse traditie heette dit feest oorspronkelijk Sjavoeot. Het was een oogstfeest dat op de 50e dag, precies zeven weken, na het Pesachmaal gevierd werd, want het was ook een herdenking van de afkondiging van de tien geboden van God aan Mozes bij de berg Sinaï. Dit zou zeven weken na het vertrek van de Israëlieten uit Egypte plaats hebben gevonden. Voor ons, christenen, is Pinksteren het feest ter gedachtenis aan de uitstorting van de heilige Geest over de apostelen en daarmee de geboorte van de kerk. In de liturgie van Pinksterzondag komt dat tot uiting in de eerste lezing: Handelingen van de Apostelen 2,1-11.

Vanuit die achtergrond van ‘pentekostè’ of Pinksteren verzoek ik u om over de uitstorting van de heilige Geest over de apostelen na te denken in verband met onze huidige situatie. Het heeft meer dan een jaar geduurd – een jaar van pandemie, een jaar van beperkingen, een jaar van thuis zitten, een jaar van een beetje dood zijn – voordat we langzaam weer wat opkrabbelen en durven te gaan leven. Het lijkt of we allemaal weer uit de dood opstaan en opnieuw het leven omarmen.

Wat betekent dat nu voor ons? Waar ligt nu onze opdracht als parochianen in deze weg naar versoepelingen van de corona-maatregelen? Gaan we weer gewoon op de oude voet verder? Of heeft onze weg naar Pinksteren ons gerijpt en sterker gemaakt? Hebben we ervaren, dat er meer is dan eten, drinken en slapen? Hebben we naast de eenzaamheid ook de solidariteit gevoeld als een parochie, een geloofsgemeenschap, een kerk? Hebben we ook de positieve gevolgen van de corona ervaren? Staan we nu een beetje anders in het leven dan voorheen? Wat staat ons vanaf deze Pinksteren te doen?

Pinksteren betekent voor ons nu, in dit jaar, het loslaten van verdriet en angst, de moed om te durven getuigen dat corona ons geleerd heeft om solidair met elkaar te zijn, dat we enthousiast en optimistisch zijn. Velen zijn nog niet naar de kerkdienst gegaan. Ze nemen nog steeds deel aan de viering vanuit hun huis via tv of livestream. De angst en ongerustheid is nog niet weg uit ons leven. Wanneer houdt dit allemaal op?

Moge de ervaring van de leerlingen  op de eerste Pinksterdag ons inspireren om van Gods grote daden te getuigen ook in deze pandemietijd. Moge de Heilige Geest in ons werken, ons kracht geven om elkaar te bemoedigen, samen te werken voor het weer opbouwen van onze geloofsgemeenschap en parochie zodat wij als gelovigen een leven kunnen leiden, passend in de situatie van deze tijd.

 Pater Klemens Hayon SVD