Archief “pastoraal woord”

Hier vindt u een overzicht van de eerder op de startpagina gepubliceerde “pastoraal woord” teksten.


Pastoraal woord: Zorgen voor ons gemeenschappelijk huis

Geconfronteerd met de hebzucht en de arrogantie van de mens tegen onze moeder aarde, herhaalt paus Franciscus in zijn encycliek ‘Laudato si, de zorg voor ons gemeenschappelijk huis’ de oproep van H. Johannes Paulus II, om een ‘ecologische bekering’ uit te voeren. In dit pastoraal woord vraag ik uw aandacht voor deze oproep van de paus en de concrete acties in uw leven, zowel thuis als op het werk of in de kerk in het komende nieuwe kerkelijk jaar.
Laudato SiAls de huidige bewoners van onze aarde, als de huidige bewoners van ons gemeenschappelijk huis, worden wij uitgenodigd door de paus om ons te bezinnen, om te keren, en onze mentaliteit van doen en denken te veranderen. Nieuwe patronen van denken en handelen moeten herhaald worden. Het nieuwe patroon heeft betrekking op ‘een manier van zorgen voor de schoonheid van de natuur en op het verantwoordelijkheidsgevoel om ons gemeenschappelijke huis te behouden’ in plaats van de rijkdommen van de aarde te exploiteren en haar schoonheid te elimineren.
De paus benadrukt dat er te midden van de razernij van de verkrachting tegen moeder aarde nog hoop is. Er zijn nog veel mensen op deze planeet die een goede ziel en geest hebben om voor moeder aarde, ons gemeenschappelijke huis, te zorgen. Overal ontkiemt en bloeit het bewustzijn onder mensen die goedhartig zijn om aandacht te besteden aan het milieu, de natuur te beschermen, water te behouden, bomen te laten groeien en luchtvervuiling te overwinnen. De herkenning van deze positieve werkelijkheid onder de mensen is een intrinsiek onderdeel van deze encycliek. Paus Franciscus erkent dit feit en benadrukt: “Wij mensen hebben het vermogen om positieve acties voor moeder aarde teweeg te brengen, hoewel het onmiskenbaar is, dat wij ook willekeurig tegenover moeder aarde handelen. Laten we ervoor kiezen om positieve vermogens in onszelf te ontwikkelen. Dit is het moment voor ons om ‘opnieuw te beginnen’ en te handelen in de geest van ‘ecologische bekering’.”
De boodschap van deze encycliek komt neer op de essentie van het menselijk leven. De gebeurtenissen van menselijke ontmoetingen worden in harmonie gebracht met de zorg voor moeder aarde. Paus Franciscus richt deze leer in de eerste plaats tot ons. Hij herinnert ons eraan: “Wees je bewust van je verantwoordelijkheid tegenover Gods schepping en je verplichting voor het universum en de Schepper. De uitvoering van deze verantwoordelijkheden en verplichtingen is een integraal en essentieel onderdeel van het geloofsleven”.
Paus Franciscus heeft zijn zinnen gezet op alle medemensen die deze planeet aarde bewonen. Hij geeft toe dat er bewegingen zijn om de aarde te beschermen die worden aangestuurd door andere christelijke kerken en ook door mensen van andere religies. Hij erkent ook de instellingen, humanitaire stichtingen die prioriteit geven aan het redden van moeder aarde. Paus Franciscus erkent deze bemoedigende realiteit en nodigt ons allemaal uit om de actie tot dialoog tussen mensen te vergroten met een focus op ‘Laudato si, zorgen voor ons gemeenschappelijk huis’.
Namens het pastoraal team, pater Klemens Hayon SVD

Pastoraal woord: Uit het hart van Sint Franciscus

Dankzij de toegenomen vaccinatiegraad – mede het gevolg van de coronamaatregelen – is de geplande bedevaart naar Assisi (22-30 september) realiteit geworden. Assisi is onlosmakelijk verbonden met de heiligen Franciscus en Clara. In deze stad, in de regio Umbrië, bevindt zich de Basiliek van de Heilige Franciscus van Assisi, de moederkerk van de Franciscanen. Deze werd in de 13e eeuw gebouwd op het graf van deze heilige, die vooral bekend staat om zijn grote eenvoud.
Bij het schrijven van dit pastoraal woord zitten wij midden in de vredesweek. Te midden van grote tegenstellingen in onze samenleving en in de wereld, bidden miljoenen mensen dagelijks om de vrede. Op veel plekken nemen mensen initiatieven om die vrede te bevorderen. Al deze initiatieven bevestigen dat vrede niet vanzelfsprekend is. Het vraagt om volhardend inzet, geloof en vertrouwen. Werken aan vrede gebeurt niet alleen met onze handen. Vrede vraagt ook om de inzet van het hart.

Plein AssisiSint Franciscus is voor velen een inspiratiebron om zich te engageren voor de vrede. Een beroemd gebed dat aan deze heilige wordt toegeschreven is een leidraad naar vrede. Het is een hartenkreet om die vrede voelbaar te maken, overal waar er onvrede heerst. Dit gebed appelleert bij ieder mens van goede wil om zelf werktuig of instrument van vrede te zijn. Het gebed is vooral een hartenkwestie. Het vraagt om het hart te openen voor een ander; om het hart te laten spreken. De verschillende verzen zijn uit het hart gegrepen van Sint Franciscus.
In dit gebed bidden wij om liefde te brengen waar haat is, vergeving waar onrecht geschiedt, en eendracht waar verdeeldheid heerst. Daarvoor is een hart nodig dat van liefde brandt, en door compassie wordt geroerd. Dit gebed nodigt ieder van ons persoonlijk uit zich open te stellen voor de helende, troostende kracht van Gods genade. Het is een mooi gebed dat ieder van ons in het eigen persoonlijke gebedsleven mag integreren. Sint Franciscus leert ons dat God ieder van ons als Zijn instrument kan en wil gebruiken. “Maak mij een werktuig van Uw vrede” vertolkt mooi het samenspel tussen God en de mens. God heeft mij nodig voor de vrede, evenzeer heb ik God nodig voor de vrede. De een kan niet zonder de ander. Het lukt mij niet, en zal mij ook nooit lukken om in mijn eentje de tango te dansen.

Met Sint Franciscus bidden wij ook om geloof te vestigen waar twijfel is, hoop te wekken waar wanhoop regeert, licht te brengen in de duisternis en vreugde te scheppen bij droefheid. We hoeven niet noodzakelijk optimist te zijn om dit allemaal voor mekaar te krijgen. Maar we mogen wel erop vertrouwen dat wanneer wij de bijstand van Gods Geest aanroepen, wij kracht zullen ontvangen om het te kunnen uithouden op die lange weg naar vrede. Om kleine stappen van licht, hoop, vreugde en geloof te bewerkstelligen.
Vertrouwen is onmisbaar op de weg naar vrede. Zonder vertrouwen, geen vrede. Dankzij vertrouwen kunnen wij ruimte scheppen om de a(A)nder te horen, aan te voelen en ons hart op de juiste frequentie af te stemmen. Een frequentie die wordt gezonden vanuit de behoefte of nood van een ander levend wezen. Want dat afstemmen van ons hart is nodig om geraakt te worden en in beweging te komen. Om te troosten, te begrijpen, te beminnen.
Het gebed van Sint Franciscus is een parel voor allen die verlangen naar vrede. In zijn woorden bidden wij om vrede:

Heer, maak mij een werktuig van Uw Vrede.
Laat mij, waar haat is, liefde brengen.
Waar onrecht is, tot vergeving stemmen.
Waar verdeeldheid is, eendracht stichten.
Waar dwaling is, waarheid doen gelden.
Waar twijfel is, geloof vestigen.
Waar wanhoop is, hoop wekken.
Waar duisternis is, licht ontsteken.
Waar droefheid is, vreugde brengen.
Laat me er meer op uit zijn om te troosten,
dan om getroost te worden;
te begrijpen, dan om begrepen te worden;
te beminnen, dan om bemind te worden.
Want als men geeft ontvangt men,
als men vergeeft, krijgt men vergiffenis.
en door te sterven, wordt men eeuwig geboren.
Amen.

Namens het pastoraal team, Duncan Wielzen, pastoraal werker

Pastoraal woord: Nieuw begin

Voor veel mensen staat de maand september in het teken van opnieuw beginnen. De zomervakantie is weer voorbij en velen van ons gaan weer aan het werk of naar school. Voor sommigen is deze ervaring van een nieuw begin maken in september nog sterker, bijvoorbeeld voor kinderen die van de basisschool naar de middelbare school gaan of voor jongeren die beginnen aan hun eerste jaar aan MBO, HBO of universiteit. Iets nieuws beginnen biedt mogelijkheden om mensen te leren kennen, talenten te ontwikkelen en te groeien als mens. In zekere zin dwingt het ons om onszelf opnieuw uit te vinden in verhouding tot een nieuwe omgeving. Dit is verrijkend maar vaak ook spannend. Velen van ons zullen zich het gevoel herinneren van de ‘eerste schooldag’. Het onbekende schrikt vaak af. Misschien is het daarom dat we als mensen soms geneigd zijn om alles zoveel mogelijk bij het oude te willen laten.
Zelf bevind ik mij momenteel ook in de positie dat ik een nieuw begin mag maken als priester in uw midden en als lid van het pastoraal team. Op het moment van schrijven heb ik net mijn eerste schreden gezet in de verschillende kerken van onze parochie en al een aantal parochianen en vrijwilligers mogen ontmoeten. In de komende periode hoop ik nog veel meer van u te mogen ontmoeten en ik zie zeer uit naar een prettige en vruchtbare samenwerking.
Wat het liturgisch jaar betreft, bevinden we ons midden in de tijd door het jaar. In de liturgie volgen we Jezus in zijn omgang met mensen, zijn genezingswonderen en zijn onderricht in woord en daad. Als we de evangelielezingen van september lezen dan wordt duidelijk dat de noodzaak om steeds opnieuw te beginnen ook gold voor de eerste leerlingen van Christus. De apostelen moesten leren om hun vastgeroeste ideeën los te laten en zich open te stellen voor het evangelie.

Met vallen en opstaan ontdekten ze wat het betekent om Jezus echt na te volgen. Of het nu gaat om de apostel Petrus die Christus ervan wilde weerhouden om zijn zending te volbrengen (Marcus 8,27-35) of de apostel Johannes die anderen ervan wilde weerhouden om duivels uit te drijven in Jezus’ naam (Marcus 9,38-41), de apostelen liepen vaak tegen hun eigen grenzen aan. Toch is het duidelijk dat Jezus van zijn vrienden verlangde dat ze zouden groeien en een nieuwe visie zouden ontwikkelen. De Heer daagde zijn leerlingen uit om zichzelf opnieuw uit te vinden door iedere keer weer een nieuw begin te maken. Steeds weer opnieuw beginnen hoort bij het leven als volgeling van Jezus. Paulus drukt dit krachtig uit in zijn brief aan de christenen van Rome: “Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zult u in staat zijn om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt” (Romeinen 12,2). Deze uitdaging is nu nog even actueel als toen. Daarom beginnen we onze liturgische vieringen altijd met een gebed om Gods ontferming. We belijden dan onze tekortkomingen. Niet omdat we alle nadruk willen leggen op wat er fout gaat, maar wel omdat we ons realiseren dat het leven met God altijd een beetje opnieuw beginnen is. Als leerlingen van Jezus bevinden we ons op een weg van navolging van Hem die onze Heer is. Dit is een weg van vallen en opstaan waarbij we ons steeds opnieuw mogen laten inspireren door Gods woord en nieuwe kracht ontvangen door het gebed en de sacramenten. Als we ons hiervoor openstellen, ontdekken we nieuwe mogelijkheden in onszelf en onze geloofsgemeenschappen. Dan ondervinden we hoeveel moois God ons wil geven en tot hoeveel goeds wijzelf in staat zijn als we gezamenlijk optrekken als leerlingen van de Heer.
Aan het begin van dit nieuwe school-, college- en werkjaar wens ik ons allen toe dat wij moedig verder mogen gaan op deze weg van navolging van Jezus. Een weg die van ons vraagt dat wij ons – net als de apostelen – openstellen voor de aanwezigheid van God in de omstandigheden van ons dagelijks leven. Juist ook wanneer dit betekent dat we nieuwe wegen moeten vinden om trouw te blijven aan de Heer in een veranderende maatschappij en een veranderende kerk. Met de hulp van Gods genade is dit zeker mogelijk en de moeite waard, daar ben ik vast van overtuigd!

Namens het pastoraal team, pastor Tom Kouijzer

Pastoraal woord: Golven

‘Als ik de golven aan het strand en de duinen, het zand zie, denk ik aan de vakantie’ was de eerste regel van een lied dat, gezongen door Ria Valk, in de zomer van 1965 in de Top-40 stond. Ik kan me dat lied nog goed herinneren, ik denk door een singeltje ervan dat één van mijn oudste zussen in die tijd had. Mij brengt een bezoek aan zee, net als Ria Valk, in een vakantiestemming. Een zomer zonder dat ik een keer het strand heb bezocht, komt eigenlijk niet voor. Ik ga nooit verder de zee in dan waar ik kan staan, want ik ben geen echte zwemmer. Hoge en wilde golven om lekker in te duiken of tegen je aan te laten komen, daar geniet ik echter wel van.
De afgelopen vijftien maanden hebben we met andersoortige golven te maken gehad: coronagolven die ons behoorlijk in de ban hielden. Hopelijk hebben we nu de laatste golf gehad en kunnen we geleidelijk weer van alles doen zonder allerlei restricties waar we ons aan moeten houden. In publieke ruimten hoeven de mondkapjes al niet meer op en de verwachting is dat we aan het eind van de zomer ook de anderhalve meter afstand los kunnen laten. Doordat steeds meer mensen gevaccineerd zijn, moet dat vast gaan lukken. Het is te hopen dat we dan ook in de kerk niet meer op afstanden hoeven te letten en we geen maximum aantal kerkbezoekers meer hoeven te hanteren. Het zou fijn zijn als alle kerkbanken dan weer volledig gevuld mogen worden, als de kerk weer helemaal vol mag zitten. Dat is trouwens wel een hele optimistische gedachte. De laatste jaren, zeg maar gerust decennia, zien we de kerken steeds leger raken. En het is de verwachting dat de coronacrisis dat proces alleen maar heeft versneld. Zeker weten doen we het niet. Ik heb goede hoop dat de kerkgang zich toch weer een beetje zal herstellen. Als er niet meer hoeft te worden aangemeld, als we weer samen kunnen zingen, als we ons niet meer aan verschillende regels hoeven te houden en als we na afloop van de viering weer gezellig samen koffie kunnen drinken, zullen misschien toch weer meer mensen ’s-zondags naar de kerk komen. En wie weet, heeft de coronapandemie toch bij sommige mensen de ogen geopend dat we niet alles in het leven zelf in de hand hebben. Misschien dat zij op zoek naar God zijn gegaan en zich bij de kerk willen aansluiten. Of misschien dat zij teruggrijpen naar de geloofstraditie waarmee ze in hun jeugd vertrouwd waren en nu de kerk weer opzoeken.
Zou wellicht de coronacrisis tot een opwaartse golf in de kerk leiden? Wie zal het zeggen? Misschien moeten wij onze opvatting over kerk-zijn ook wat verruimen. Vaak meten we de omvang en activiteit van de kerk slechts aan het aantal kerkbezoekers op zondag. Maar is de kerk niet meer? Horen vrijwilligers die zich bijvoorbeeld voor diaconale projecten inzetten maar ’s-zondag niet (vaak) in de kerkbanken zitten, niet net zo goed tot de kerk? En is een kerk met een krimpende geloofsgemeenschap die veel tijd en energie steekt in ondersteuning aan gezinnen en scholen bij de geloofsopvoeding van kinderen, zonder dat dit direct leidt tot groei van het aantal kerkgangers, minder kerk dan een goed gevulde kerk op zondag?
Door de eeuwen heen heeft de kerk trouwens steeds een golfbeweging laten zien. Perioden van bloei en verval wisselden elkaar af. Met dit gegeven mogen we er op vertrouwen dat na de huidige tijden van krimp ook weer een periode van groei aan zal breken. Soms kunnen we moedeloos worden als al onze inspanningen om mensen bij de kerk te betrekken steeds zonder effect blijven. Het troost en ontspant me dan als ik me bedenk dat wij mensen slechts hoeven te zaaien en dat God zelf er zorg voor draagt dat het geloof in mensen ontkiemt en groeit. Wij mogen dus vertrouwen op de heilige Geest die in medemensen zijn werk doet en die zal zorgen voor een nieuwe opwaartse golf van gelovigen.
Als we de evangelielezingen op de zondagen in juli en augustus achtereen-volgend lezen, zien we dat Jezus zelf te maken had met een golfbeweging in aantal leerlingen. Eerst, in de omgeving van Nazaret, heeft Jezus weinig leerlingen. De mensen daar kunnen niet in Hem geloven omdat zij Hem kennen als de timmerman, de zoon van Maria. Welke wijze dingen zou deze hun over God kunnen vertellen? De groep volgelingen breidt zich vervolgens uit, doordat de leerlingen twee aan twee worden uitgezonden om Jezus’ boodschap te verkondigen. Vele mensen willen Jezus zien en spreken. Hij en zijn apostelen hebben er meer dan een dagtaak aan en zoeken noodgedwongen af en toe de rust op. Het evangelie van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging (zondag 25 juli) is wat dat betreft de climax: vele mensen bijeen die na zijn Woord gehoord te hebben, ook nog eens te eten krijgen. Maar daarna gaat het bergafwaarts. De mensen keren zich steeds meer af van Jezus, omdat zijn preken hen niet aanstaan.
Jezus noemt zichzelf het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Niet het manna dat de voorvaderen in de woestijn te eten kregen, maar Hij, Jezus, is het levend Brood uit de hemel. Velen nemen aanstoot aan deze woorden. Er haken zoveel leerlingen af dat Jezus op het laatst aan zijn apostelen vraagt of ook zij soms weg willen gaan. Jezus laat zich door dit afhaken niet ontmoedigen, zelfs niet als de afhakers zich tegen Hem keren. Vol vertrouwen op God de Vader gaat Hij door met zijn opdracht. Laten wij daarom, naar zijn voorbeeld, niet ontmoedigd raken door lege kerkbanken, maar doorgaan met de opdracht van de kerk: de Blijde Boodschap verkondigen, met woorden en vooral met daden. En we laten het dan maar aan God over hoe hoog de golf wordt.

Jos van Adrichem, diaken

Pastoraal woord: Het Heilig Hart van Jezus

In zijn preek over het Heilig Hart in 2013 zei Paus Franciscus:

Het is moeilijker om ons door God te laten liefhebben dan om God lief te hebben. De beste manier om op onze beurt van Hem te houden, is door onze harten te openen en zo Hem van ons te laten houden.

Heilig Hart van Jezus

Op de derde vrijdag na Pinksteren vieren wij ieder jaar het feest van het Heilig Hart van Jezus. De devotie tot het Heilig Hart is van zeer vroege oorsprong in de Kerk, maar de openbare devotie werd wijder verbreid als gevolg van de openbaringen aan de Heilige Margaretha Maria Alacoque van de Orde van de Visitatie in de 17e eeuw. Onze Lieve Heer verscheen aan haar met zijn Hart omgeven door vlammen van liefde, en vertelde haar van de grote liefde van zijn Hart voor de mensheid en het grote verdriet dat het te verduren kreeg door de onverschilligheid en ondankbaarheid van de mensen. Hij vroeg om de instelling van een liturgisch feest ter ere van zijn Hart en om de devotie van het ter communie gaan op de eerste vrijdag van elke maand.

Het Heilig Hart staat als een krachtig symbool voor het hele menselijke lichaam van Jezus Christus. Het hart vormt de kern en vertegenwoordigt het werkelijke leven van Jezus, onze Verlosser; een hart dat werd gevormd in de schoot van Maria; een hart dat klopte terwijl Hij het goede nieuws predikte en de zieken genas; een hart dat stopte bij het kruis en vervolgens werd doorboord door de lans van de soldaat. Het is ook het hart dat straks weer klopt bij de opstanding, maar dat ook nu al voor ons zijn kracht toont. Het Heilig Hart van Jezus is daarom een krachtige herinnering aan de liefde van Christus die voor ons allemaal is uitgestort. Het is tegelijk een weergave van zijn Goddelijke liefde en zijn menselijke liefde. In het Heilig Hart zien we de liefde van God die de hemel en aarde heeft geschapen; een liefde die de mensheid heeft geschapen en ons vervolgens heeft verlost van onze zondige aard. Maar het Heilig Hart is er ook één van volledig menselijke liefde; één die zich uitte in de liefde van Jezus voor Zijn Moeder; de liefde van Jezus voor Zijn apostelen, en de liefde die Hij toonde voor alles tot wie Hij predikte en waar Hij voor zorgde. Het was een liefde die degenen die Hem aan het kruis hadden genageld, kon vergeven.

De devotie van het Heilig Hart heeft in het verleden (18de en 19de eeuw) een belangrijke rol gespeeld bij de sociale aandacht voor de onderdrukte mens. En in Nederland zeggen we van iemand die heel sociaal is, dat hij of zij een ruim hart heeft. En dat is precies de boodschap van het Heilig Hart van Jezus: ruimte in het hart hebben voor de ander. In deze tijd leven we met de Covid-pandemie en het vraagstuk van de vluchtelingen in de wereld. Met de dreiging van het vreselijke Covid-virus zijn we geneigd eerst aan onszelf te denken en in onze harten geen ruimte voor de ander te creëren. Vaccinaties gaan eerst naar ons en niet naar ontwikkelingslanden. Ons hart is soms klein en zelfs gesloten voor anderen. Dat geldt ook voor onze omgang met de vele vluchtelingen. Als baby moest Jezus met zijn ouders vluchten voor zijn veiligheid. Daar mogen we wel eens vaker aan denken en dan ook de door haat en oorlog getroffen vluchtelingen opnemen in ons hart en daadwerkelijk helpen.

Het Heilig Hart van Jezus roept ons op om ons open te stellen voor de noden van anderen, om een luisterend oor te bieden aan mensen die door de zogenaamde hulpverleners niet gehoord worden, om duidelijk te maken dat de afgewezenen in Nederland er wel toe doen en er mogen zijn, en dat wij er voor hen zijn. Mogen wij ons in deze junimaand uitgenodigd en geïnspireerd weten om onze eigen devotie tot het Allerheiligst Hart van Jezus, doorboord met een lans en brandend van liefde voor de mensheid, te hernieuwen.

Pater Antony Varghese SVD

Pastoraal woord: Wat betekent Pinksteren voor ons?

Op de vierde zondag van mei, namelijk op 23 mei 2021, vieren wij Pinksteren. Misschien weet iedereen wat Pinksteren betekent. Toch wil ik kort iets vertellen over Pinksteren.

Het woord “Pinksteren” is afkomstig van het Griekse woord ‘pentekostè’, en het betekent vijftig of op de 50e dag. In De Joodse traditie heette dit feest oorspronkelijk Sjavoeot. Het was een oogstfeest dat op de 50e dag, precies zeven weken, na het Pesachmaal gevierd werd, want het was ook een herdenking van de afkondiging van de tien geboden van God aan Mozes bij de berg Sinaï. Dit zou zeven weken na het vertrek van de Israëlieten uit Egypte plaats hebben gevonden. Voor ons, christenen, is Pinksteren het feest ter gedachtenis aan de uitstorting van de heilige Geest over de apostelen en daarmee de geboorte van de kerk. In de liturgie van Pinksterzondag komt dat tot uiting in de eerste lezing: Handelingen van de Apostelen 2,1-11.

Vanuit die achtergrond van ‘pentekostè’ of Pinksteren verzoek ik u om over de uitstorting van de heilige Geest over de apostelen na te denken in verband met onze huidige situatie. Het heeft meer dan een jaar geduurd – een jaar van pandemie, een jaar van beperkingen, een jaar van thuis zitten, een jaar van een beetje dood zijn – voordat we langzaam weer wat opkrabbelen en durven te gaan leven. Het lijkt of we allemaal weer uit de dood opstaan en opnieuw het leven omarmen.

Wat betekent dat nu voor ons? Waar ligt nu onze opdracht als parochianen in deze weg naar versoepelingen van de corona-maatregelen? Gaan we weer gewoon op de oude voet verder? Of heeft onze weg naar Pinksteren ons gerijpt en sterker gemaakt? Hebben we ervaren, dat er meer is dan eten, drinken en slapen? Hebben we naast de eenzaamheid ook de solidariteit gevoeld als een parochie, een geloofsgemeenschap, een kerk? Hebben we ook de positieve gevolgen van de corona ervaren? Staan we nu een beetje anders in het leven dan voorheen? Wat staat ons vanaf deze Pinksteren te doen?

Pinksteren betekent voor ons nu, in dit jaar, het loslaten van verdriet en angst, de moed om te durven getuigen dat corona ons geleerd heeft om solidair met elkaar te zijn, dat we enthousiast en optimistisch zijn. Velen zijn nog niet naar de kerkdienst gegaan. Ze nemen nog steeds deel aan de viering vanuit hun huis via tv of livestream. De angst en ongerustheid is nog niet weg uit ons leven. Wanneer houdt dit allemaal op?

Moge de ervaring van de leerlingen  op de eerste Pinksterdag ons inspireren om van Gods grote daden te getuigen ook in deze pandemietijd. Moge de Heilige Geest in ons werken, ons kracht geven om elkaar te bemoedigen, samen te werken voor het weer opbouwen van onze geloofsgemeenschap en parochie zodat wij als gelovigen een leven kunnen leiden, passend in de situatie van deze tijd.

 Pater Klemens Hayon SVD

Pastoraal woord: Mijmeringen rond Pasen

We vieren met Pasen de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus. Een mensenkind. Mensenzoon en Zoon van God. Het verhaal gaat dat zijn Vader Hem deed opstaan uit de dood. Die overlevering behoort tot de kern van ons christelijk geloof. Pasen is hét verhaal van de overwinning op de dood, van leven na dood, van verheffing na kruisiging, van glorie na passie, en van licht na duisternis.
En wij? Wat is óns paasverhaal? Waar gebeurt Pasen bij ons? Waaraan herkennen wij sporen van die ultieme paaservaring in ons leven? Sporen van een God die geen mensenleven verloren wil laten gaan? Een God die de mens tot leven roept, sinds het begin van de schepping. Die de schepping bezielt met verrijzeniskracht. Hoe delen wij in die kracht hier en nu in onze wereld, te midden van anderen voor wie Pasen nog lang niet in zicht is; voor wie het leven op een dood spoor dreigt uit te lopen? Die gevangen zijn in leegte en gemis?
OpstandingPasen werpt licht op de duisternis van ons mensen bestaan. Pasen fluistert de naam van naamlozen en van allen die gekruisigd worden in naam van weergaloze economische en politieke belangen. De naam van wie hun lot niet kunnen dragen en weerloos zijn in de handen van mensen: vluchtelingen, ontheemden, vreemden, eenzamen en allen die overal wonen maar nergens thuis zijn.
Pasen bemoedigt mensen om naar elkaar om te zien en op zoek te gaan naar tekenen van verrijzenis in hun leven. Met Pasen staan wij stil bij ons eigen leven en dat van anderen. Waar zie ik tekenen van verrijzenis? Hoe ervaar ik licht en kracht in mijn leven? Waar wordt ik uitgedaagd om mee te werken aan de opstanding van mensen die gekruisigd, gemarteld, genegeerd en uitgesloten worden? Hoe reageer ik op mensen die de aarde schenden, het milieu verontreinigen en de lucht vervuilen? In hoeverre ben ik bereid mijn gedrag aan te passen voor het welzijn van de schepping? Welke keuzes wil ik hiervoor maken?
Iedere dag gebeurt Pasen door daden van kwetsbare mensen. In een protest, stil of luidkeels, tegen krachten die mensen kleinhouden door hun het zwijgen op te leggen. Pasen gebeurt in de weigering mee te gaan in een onverzadigbare consumptiedrang. In de mens die opengaat voor het visioen van vrede dat sinds mensenheugenis ons roept. Door een vergeten of achtergelaten pop die als cadeau tot vreugde strekt van het kind van vluchtelingenouders. Wij vangen een glimp van Pasen op in de bemoedigende glimlach van die vrijwilliger met een Wajong-uitkering, die zich onvermoeibaar blijft inzetten voor een Somalisch gezin uit het naburige asielzoekerscentrum. Pasen komt aan het licht in die jongen met de verkeerde naam, die na tientallen onbeantwoorde sollicitatiebrieven blijft geloven in de goedheid van mensen. In dat meisje dat haar kamer en haar laptop deelt met een medeleerlinge die thuis geen toegang heeft tot internet. En in de ondernemer die het aandurft een jongere met een strafblad een nieuwe kans te geven door hem aan te nemen.
In al deze mensen krijgt Pasen een gezicht. Komt Pasen aan het licht. In hen leeft een diep verlangen om zo goed als God te zijn. Om als licht te zijn. Om kracht uit te stralen, liefde te geven, recht te doen. Tegen alle schijnbaar noodlot in, de ander het licht niet te laten ontroven.
Ons Pasen on hold gezet? Ho maar! Want, wat altijd is geweest, het waaien van de geest, gebeurt ook vandaag aan ons. Pasen herinnert ons aan het licht dat de Eeuwige in ons heeft ontstoken; een lichtend vuur, dat zelfs de dood niet kan smoren. Dat scheppingsvuur van het begin, dat wij dagelijks inademen, houdt ons in leven. Het zet ons aan tot kleine menselijke daden van goedheid, van geduld betrachten, van begrip opbrengen en aandacht schenken. Zo spreken wij een taal van hoop en vrede. Een taal die grenzen overstijgt, en niet gebonden is aan cultuur of afkomst of status. Een taal die vreugde schept in de harten van de mensen. Een taal die mensen dichter tot elkaar brengt en het aanzicht van de aarde vernieuwt.
Pasen gebeurt daar waar leven, tegen alle schijnbaar noodlot en onderdrukking in, stroomt op dorre plekken van eenzaamheid en duisternis. Daar breekt de hemel open, raakt zij onbegrensd. Daar komt Hij, de Opgestane, tastend aan het licht, met een naam en een gezicht, even weerloos als wij mensen. Wordt Hij deel van ons verlangen, als een pijn die ons geneest, als een nieuw begin van leven.
Namens ons pastoraal team wens ik u allen een zalig Pasen!
Duncan Wielzen, pastoraal werker

Pastoraal woord: Heilige Jozef – feestdagen 19 maart (Bruidegom van de H. Maagd Maria) en 1 mei (H. Jozef de arbeider)

Paus Franciscus heeft 2021 uitgeroepen tot het jaar van de heilige Jozef. Hij maakte dit dinsdag 8 december 2020 bekend op het Hoogfeest van Maria Onbevlekte Ontvangenis, de dag waarop precies 150 jaar geleden paus Pius IX de heilige Jozef van Nazareth uitriep tot ‘Patroon van de Universele Kerk’. Het bijzondere Jozefjaar is die dag direct van start gegaan, zo maakte de paus bekend in zijn apostolische brief Patris Corde (“Met een Vaderhart”) en het jaar wordt op 8 december 2021 afgesloten. Met dit speciale themajaar wil paus Franciscus de heilige Jozef als beschermer extra benadrukken. Ook zijn rol als voedstervader wordt komend jaar extra belicht. De paus brengt dit in verband met de zorg voor armen en migranten en ook met de rol van Jozef als patroonheilige van de arbeiders.

Ook de Covid-19 pandemie heeft meegespeeld in het besluit van de paus om een speciaal jaar aan Sint Jozef te wijden. “De pandemie heeft duidelijk gemaakt welke betekenis gewone mensen hebben, al degenen die dagelijks veel geduld tonen en hoop bieden, waardoor ze een gevoel van medeverantwoordelijkheid zaaien,” aldus de paus. “Ze lijken daarmee op de heilige Jozef, deze onopvallende man, die dagelijks, discreet en in het verborgene aanwezig is.”

De heilige Jozef is in de Kerk altijd een boeiende persoonlijkheid ge­weest. Hoeveel mensen dragen niet zijn naam? Hoeveel kerken zijn niet aan hem toegewijd? Toch zal de heilige Jozef altijd de stille, verborgen heilige blijven. Zijn leven is zo vol van mysterievolle dingen, dat hij zelf door dat mysterie verhuld blijft. Je moet heel stil worden om het geheim van zijn leven te begrijpen.

De heilige Schrift heeft geen enkel woord van hem overgeleverd, maar wij vinden wel een beschrijving van zijn daden, simpele, alledaagse daden, waardoor echter Gods beloften aan de mens in vervulling gingen. Zijn hele leven was een voortdurend “ja” als antwoord op de roep van God. De heilige Jozef wordt in het evangelie uitgetekend als het type van de rechtvaardige (Mt. 1,19).

De Kerk noemt hem, naar het voorbeeld van de gelovige Abraham: aartsvader. Want op de roep van God begaf ook hij zich op weg, zonder te weten waarheen. Hij verliet zijn familie en zijn vaderland, in het geloof dat God aan hem zijn belofte waar zou maken.

Het is opvallend dat de heilige Jozef Gods oproep altijd ontvangt in een droom. In het Oude Testament heeft dit woord een theologische duiding. Gods woord, Gods stem wordt vernomen vanuit de diepte van de ziel. Op die manier spreekt God tot elke rechtvaardige. Wij leven tijdens deze coronapandemie soms zo gespannen en oppervlakkig, dat wij Gods oproep vaak niet meer horen. Wij laten die stille rust niet toe in ons leven, zodat Gods aanwezigheid en Zijn handelen niet meer ervaren worden.

Wat ook nog opvalt in het leven van de heilige Jozef is, dat hij altijd opstaat om Gods wil te doen (Mt. 1,24). ‘Toen Jozef uit de slaap opstond, deed hij wat de engel Gods hem bevolen had en nam zijn vrouw tot zich’ (Mt. 1,24). En als de engel hem later zegt: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte en blijf daar totdat ik u waarschuw”, dan staat Jozef op en gaat. Hij vraagt niet waarom, hij spreekt niet tegen, Jozef zwijgt en hij gaat weer op weg. Als dan later in Egypte de engel hem weer verschijnt en zegt: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder en trek naar het land van Israël”, dan neemt Jozef weer zijn staf in de hand en gaat. Hij zegt niet: “Maar….” Zwijgend gehoorzaamd hij.

Jozef zal zeker, denk ik, Gods plannen niet altijd hebben begrepen, maar in vertrou­wen op Gods woord heeft hij zijn eigen twijfels en onzekerheid overwonnen. Hij geloofde dat God het goed met hem meende. Hij durfde het avontuur van zijn leven met God aan.

Hij verzaakt zijn eigen plannen om voor het welzijn van het kind en zijn moe­der te zorgen. Door zijn zwijgende dienstvaardigheid maakt hij Gods plannen mogelijk. Jozef is de man die altijd in de schaduw van de anderen geleefd heeft, die nooit op de voorgrond getreden is. Hij heeft steeds de anderen gediend.

Als wij zo over de heilige Jozef nadenken, dan wordt hij groot in onze ogen. Dan beseffen wij, dat wij in deze tijd van sensatie, van publiciteit, juist zulke mannen en vrouwen nodig hebben om de Kerk daadwerkelijk te vernieuwen. Mensen die stand houden op de plaats waar God hen roept, ook al is dit een plaats van stille verborgenheid. Mensen die stil en zwijgend bereid zijn eigen initiatieven prijs te geven om anderen te kunnen beschermen en te leiden. Mensen die bereid zijn om eigen zekerheden los te laten, die bereid zijn om telkens weer verworvenheden prijs te geven als het welzijn van anderen dat vraagt. Zo’n geloofshouding vraagt mensen die zelfverloochening en lij­den niet schuwen, mensen die zich tevreden stellen met, stil op hun plaats, hun plicht te doen en die vertrouwen op de kracht van Gods woord.

Deze stille, zwijgzame man, is de patroon geworden van de uni­versele Kerk, omdat hij in zijn persoon verwerkelijkt, wat de Kerk in wezen moet zijn: een Kerk die stil en bescheiden Gods plannen wil verwezenlijken in deze wereld; een Kerk die op weg durft gaan, op Gods woord, ook als de toekomst duister is; een Kerk die zichzelf wil prijsgeven, om zwakken te beschermen en and eren het leven mogelijk te maken. De Kerk  mag dit beeld van de heilige Jozef nooit vergeten! Hij is nog altijd een stille heilige, hij staat niet op de voorgrond bij de heiligen-verering, maar zwijgend blijft hij ons aanspreken om de staf te nemen en op weg te gaan, om bescherming te zijn voor hen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd.

Pastoor Kees Dernee

Gebed

Heer onze God,
wijs onze parochie de weg
die wij moeten gaan,
en mogen wij,
zoals de heilige Jozef,
gehoor geven  aan uw stem.
Amen.

Pastoraal woord: Jezus in de woestijn

Direct nadat de stem uit de hemel had geklonken, “Jij bent Mijn geliefde Zoon”, nadat Jezus was gedoopt in de Jordaan, door Johannes, is het de Geest die Hem op weg zet, de eenzaamheid in, veertig dagen lang, om door Satan beproefd te worden. Het verblijf van Jezus in de woestijn, doet ons ook denken aan het volk van God dat veertig jaren lang door de woestijn op weg is naar het beloofde land. Op die weg begeleiden engelen hen. En dat volk van God onderweg dat zijn wij. De tijd is vervuld en het rijk Gods is nabij, met andere woorden: het is zover, het staat te gebeuren. Jezus wordt veertig dagen de verlatenheid van de woestijn ingestuurd.
Is Jezus bestand tegen de verleidingen van macht, prestatie en aanzien? Hij wordt getest om te achterhalen of hij wel de verleidingen van de duivel, van invloed en van macht, kan weerstaan? Jezus wordt op de proef gesteld om te zien of hij zijn roeping waardig is. Zijn roeping is het om van alle mensen zonder onderscheid te houden, om mensen te verzamelen, bijeen te brengen en in vrede met elkaar te leven.
Niet alleen Jezus wordt getest. Beproefd worden is voor velen van ons een realiteit. Door de liefde van God, voor onszelf en de medemens, zijn we in staat mee te werken aan het uitvoeren van het verbond van God met ons. Dan zal er vrede zijn, hier en overal. Wij leven nu in onzekere tijden. Onze bewegingsvrijheid staat onder druk, we moeten voorzichtig zijn met contacten, ons gedrag aanpassen om uit de pandemie te komen die de wereld in haar greep houdt. We kijken uit naar bevrijding van het virus en ons wordt verteld door de overheid dat we het zelf in de hand hebben.
‘Alleen samen komen we er uit.’ Uitkijken naar verandering is niet voldoende, er moet wat voor gedaan worden, door iedereen. We weten hoe het was, en ook al wordt het anders, het is altijd beter dan het nu is.
Het lijkt voor de hand liggend hier een parallel te zien met het koninkrijk van God. We koersen af op een nieuw normaal. In het evangelie worden we opgeroepen in zee te gaan met een nieuwe situatie, door God de Schepper zelf ondersteund, in de kiem al aanwezig in de persoon van zijn geliefde Zoon. Deze situatie is aangebroken. Wil je er deel aan hebben, geloof dan en bekeer je. Omdraaien dus! Opnieuw krijgen we veertig dagen de gelegenheid om ons daarop te bezinnen.
We staan aan het begin van de veertigdagentijd: tijd om ons opnieuw toe te vertrouwen aan de woestijn, opnieuw onderzoeken welke ‘wilde dieren’ in onszelf en rondom ons onze aandacht vragen. God vraagt ons om ons gedrag aan te passen, namelijk gerechtigheid te beoefenen, recht staan naar Hem, naar onze medemens en naar onszelf. De weg van Jezus blijven zoeken in woord en daad; het is niet eenvoudig, maar toch is dat de weg waarin wij mogen geloven.
De komende veertigdagentijd kan ons helpen, om meer helder te krijgen wat wij zelf kunnen doen, op de plek waar wij ons bevinden, om daar het koninkrijk van God te doen groeien door liefde. Mogen Gods Geest en Jezus zijn Zoon ons daartoe blijven inspireren. Bij alles wat er gebeurt en bij alles wat ons overkomt, mogen we weten dat ons leven bij God in goede handen is en dat Hij niet zal toelaten dat ook maar één haar op ons hoofd gekrenkt zal worden.

Paul Kuhlmann, diaken

Pastoraal woord: Advent

In de eerste helft van de afgelopen novembermaand zag ik in onze wijk de eerste bomen met verlichting verschijnen. Ik snap best dat mensen in deze sombere en onzekere tijd behoefte hebben aan een beetje licht in de duisternis, maar een geheel opgetuigde kerstboom die ik in sommige huiskamers ook al zag staan, welk gevoel moet dat geven? Ik merkte bij mezelf dat het me een gevoel van stress gaf, zo van ‘o jee, het is al bijna Kerstmis, en er moet nog zoveel gebeuren. Kunnen we niet eerst even rustig Sinterklaas vieren?’ De Goed-heiligman was toen nog niet eens in het land.
Ik begon me af te vragen: wat betekent het feest van Kerstmis nog, het feest van het Licht dat schijnt in de duisternis, als we voor dat grote feest al volop licht in deze mate ontsteken? Hebben wij christenen daar niet een speciale voorbereidingstijd voor die we Advent noemen, van het Latijnse woord Adventus, dat ‘komst’ betekent? In dat woord klinkt voor mij een beweging door, een dichterbij komen en niet een abrupt ‘van het ene op het andere moment’. Onze adventskrans maakt dat ook duidelijk: we beginnen de eerste zondag met één brandende kaars en zo elke zondag een kaars erbij. Het wordt langzaamaan lichter. En als het goed is, betreft dat lichter worden niet alleen het licht van de kaarsen op de adventskrans, maar ook het licht dat in ons zelf brandt, het licht dat steeds meer in ons brandt naarmate wij dichter bij de komst van de Heer komen, naarmate wij verder zijn in onze voorbereiding op Zijn komst. De evangelielezingen die we op de zondagen van deze Adventstijd lezen geven ook die groei van de voorbereiding aan. De eerste zondag worden we opgeroepen om waakzaam te zijn, om voorbereid te zijn als Hij komt. We worden alert gemaakt. Op de tweede zondag worden we opgeroepen om in actie te komen: “Bereid je voor, bereid de weg van de Heer”, riep Johannes de Doper. De mensen bekeerden zich, lieten zich dopen. Ook wij worden opgeroepen om iets te doen: ons in de Adventstijd meer dan anders richten op God en onze medemens. De derde zondag wijst Johannes ons het Licht aan. Het komt in zicht: “Ik ben zelf het Licht niet, maar ik getuig jullie van het Licht.” En tenslotte de vierde zondag wordt dat komende Licht nog concreter als de engel Gabriël tegen Maria zegt dat ze zwanger zal worden en een zoon zal baren die ze Jezus moet noemen. Het naderende Licht krijgt een naam. En dan met Kerstmis wordt het geboren. “Het ware Licht dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld” horen we in de evangelielezing op Kerstochtend. We zijn erop voorbereid, zagen het aankomen, we kunnen het aan, de komst van dit Licht. We hebben erin mee mogen groeien, worden uitgenodigd om kinderen van het Licht te zijn. Zonder die voorbereiding zou ons dat niet lukken, stonden we met onze ogen te knipperen voor het plotselinge licht in het duister. Nu kunnen we er in mee gaan, dat Licht uitdragen in de wereld, opdat het het duister zal overwinnen.
Het deed me goed dat onze buren een slinger met Sint en Pieten hadden opgehangen. Alles op zijn tijd en nog even wachten met dat volle licht van de opgetuigde kerstboom. Het licht van de adventskrans komt eerst! Ik wens u, mede namens het pastoraal team, een gezegende Adventstijd en een Zalig Kerstmis.
Ook alvast een goede jaarwisseling gewenst. Maak er, ondanks de onmogelijkheden door de coronacrisis, een zo goed mogelijke tijd van en vertrouw vooral op dat Licht, dat ware Licht dat in de wereld kwam.

Namens het pastoraal team, Jos van Adrichem, diaken