Archief “pastoraal woord”

Hier vindt u een overzicht van de eerder op de startpagina gepubliceerde “pastoraal woord” teksten.


Pastoraal woord: Het mysterie van de heilige Drie-eenheid

Het vieren van God in zijn Drievuldigheid vinden velen niet eenvoudig. Wij vieren God in zijn volheid, overlopend van liefde. Hoe komen we God op het spoor? “God, waar zijt Gij te vinden” zingen we in een kerklied. Langs de verhalen van mensen leren wij God kennen. Mensen die God hebben meegemaakt, die God in hun leven hebben ervaren.

De Bijbel is zo een groot verhalenboek. Een boek dat eeuwen omspant. Het eerste deel bevat de verhalen van het volk van Israël en van zijn grote religieuze figuren. In heel verschillende omstandigheden hebben ze God ervaren, in perioden van welvaart en vrede; in tijden van vernedering en ellende; wanneer ze grootse dingen hadden gerealiseerd, maar ook wanneer ze gemeen en ondermaats waren geweest. Door al deze verhalen, hoe primitief ze soms ook zijn, loopt als een rode draad deze ervaring: God is ‘Jahweh’, wat betekent: ‘Ik ben er voor jou, Ik zal er voor jou zijn. Op Mij kun je rekenen. Ik laat jou nooit in de steek’. ‘De Heer is een barmhartige en medelevende, medelijdende God, groot in liefde en trouw’ die zijn volk als zijn bezit, als zijn eigen familie beschouwt. Zo is geleidelijk het beeld gegroeid van God, die als een goede Vader is. De almachtige Vader. Jezus zelf gebruikt ook bij voorkeur het woord Abba, ‘lieve Vader’ als Hij over God spreekt.

Het tweede deel van de Bijbel, het nieuwe testament, bevat een verzameling van verhalen over Jezus, de man uit Nazareth. Zijn vrienden hebben Hem leren kennen als een mens die heel zijn leven had afgestemd op God, die Hij zijn Vader noemde. Door zijn grenzeloze zorg, liefde en barmhartigheid jegens de mensen is Hij de weerspiegeling van God. In deze mens, als in geen ander, is God ons zichtbaar en tastbaar nabij. Johannes noemt Hem in zijn evangelie dan ook de eniggeboren Zoon, die God gezonden heeft opdat de wereld door hem zou worden gered.
Maar de Bijbel eindigt niet bij de dood van Jezus. Er staan verhalen in van Jezus’ volgelingen die in zijn voetsporen treden. Zij spreken en handelen vanuit de inspiratie, de gedrevenheid, de Geest die Jezus bezielde. De Geest van God. Jezus had trouwens zijn leerlingen deze Geest beloofd. Die Geest is voelbaar en tastbaar in hun woorden en daden aanwezig. Die Geest is ook nu nog in onze wereld werkzaam. In mensen die vrede stichten en verzoening brengen, die zich in liefde toewijden aan hun medemens.

Vanuit de Bijbel wordt ons een rijke schat aan Godservaringen meegegeven die door de kerk aan elke nieuwe generatie wordt doorgegeven. God komt hier ter sprake als: de hemelse Vader, Jezus, de Christus, de Zoon van God en als de heilige Geest.
Telkens weer wordt die God ervaren als een menslievende en barmhartige God. Johannes vat dit mysterie in één zin samen: God is liefde.
Diaken Paul Kuhlmann

Pastoraal woord: paaswens, paasmens

We hebben Pasen gevierd. Het grote feest van ons christelijk geloof: Jezus is verrezen. Hij leeft. God heeft Hem doen opstaan uit de dood. De zware steen is weggerold. Levend is Hij mensen nabij. Hij leeft in ieder van ons; komt aan het licht in ieder mens van goede wil. Hij leeft in de schepping die bloeit, die in de lente uit haar winterslaap ontwaakt. Hij leeft in het teder gebaar van gastvrijheid voor vluchteling en vreemdeling; waar mensen samen zijn en maaltijd delen, vriendschap, liefde, zorg en saamhorigheid.
Hij leeft in de mens die uit liefde durft te leven. Die God ruimte biedt om zichtbaar aanwezig te zijn in deze wereld. Jezus is verrezen en verrijst telkens opnieuw. Hij verrijst daar waar mensen moed verzamelen om het onrecht aan te klagen.
BoomhandTekens van zijn verrijzenis zijn daar te vinden waar de natuur zich herstelt, na verwoesting door mensenhanden of natuurkrachten. Een mooi teken hiervan kreeg ik onlangs te zien aan de hand van deze afbeelding. Het gaat om de hoogste boom in de bossen van het Engelse Wales. Deze boom werd door blikseminslag getroffen. Een kunstenaar ging creatief aan de slag en maakte van de getroffen boom een kunstwerk. De boom was niet meer herkenbaar in haar oorspronkelijke vorm. In plaats van haar af te zagen maakte deze kunstenaar haar tot symbool van een ultieme poging om naar de hemel te reiken. Ik vind dit een bemoedigend symbool, met een knipoog naar psalm 121:1-2 “Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.”
De symbolische kracht die uitgaat van dit kunstwerk is ook een teken van veerkracht en verrijzenis. En als een sterke, opgestoken arm die naar de hemel wijst, wil ze tegelijkertijd de ontbossing een halt toeroepen. Opdat de natuur de kans krijgt zich te herstellen, daar waar door mensenhanden bomen worden geveld. Het zet je aan het denken. Over je relatie met de schepping. Mag deze ook delen in de kracht van de verrijzenis? En hoe kan ik hieraan mijn steentje bijdragen? Wat kan ik doen om ‘verrijzenis’ mogelijk te maken als een nieuw begin van leven? Wat of wie geef ik een nieuwe kans? Wat maakt het mogelijk om opnieuw geboren te worden? Waar laat ik het opnieuw ‘Pasen’ worden? Dit lijkt mij voor christenen belangrijke vragen. Ze omvatten een heel mensenleven.

Pasen eindigt niet met de feestelijke viering van de verrijzenis, het paasoctaaf of de paastijd. Pasen gaat het hele jaar door, iedere zondag wanneer mensen samengeroepen worden om Hem te vieren en te gedenken. Telkens wanneer mensen in zijn Naam en door zijn Geest gegrepen Hem wakend, biddend en strijdend aan het licht brengen; zijn onvermoede aanwezigheid een hoopvol teken laten zijn, te midden van wanhoop en ongeloof; te midden van een ‘lege graf’ nieuwe krachten aanboren, om mens voor een mens te zijn. Dan gebeurt Pasen.

Mag dat een droom zijn? Een paaswens? Ja, voor ieder van ons, te mogen zijn: een paasmens.

Dat wij volstromen met levensadem en schreeuwen eindelijk geboren.
Dat wij volstromen met levensadem en lachen eindelijk geboren.
Dat wij volstromen met levensadem en weten eindelijk geboren.

(GvL 416)

Duncan Wielzen, pastoraal werker

Pastoraal woord: Nieuw leven

Narcissen in bloeiOp dit moment zien we overal krokussen, narcissen, struikgewassen, en een enkel soort kleine boom in bloei staan. De uitbundigheid van die verse bloemen, weerspiegeld in het zonlicht, is echt een prachtig gezicht. We fleuren er van op, krijgen er energie van, komen tot leven.

Het zien van bloemen en struikgewassen die in de winter en vroeg in het voorjaar groeien en bloeien, nodigt ons uit om te midden van de hardheid van een donkere, wrede, barre winter te beseffen dat er hoop op nieuw leven is. En het is al begonnen!

De onvoorstelbare oorlog in Oekraïne is als een winter. Russische soldaten zijn Oekraïne binnen gevallen. Eerder was er veel roep om geen oorlog in Oekraïne, maar het is toch gebeurd. Paus Franciscus nodigt ons uit om te blijven bidden en God te vragen om de oorlogen te beëindigen, niet alleen in Oekraïne, maar ook in Jemen, Syrië en Ethiopië. Want we geloven nog steeds dat God aan de kant van vredestichters staat en niet aan de kant van degenen die wapengeweld gebruiken.

De oorlog veroorzaakt altijd onvoorstelbaar veel pijn, puinhoop en ellende. Zoveel mensen hebben hun land achtergelaten en zijn gevlucht. Samen met hen hopen we op een nieuw leven. We zien ze als kale bomen tussen de krokussen, narcissen en struikgewassen die wachten op de goede tijd om weer te bloeien en te groeien. We hopen en bidden dat er een wapenstilstand, verzoening en vrede komt, dat de oorlog zal eindigen, dat het vertrouwen, het samenwerken en herbouwen zal groeien en bloeien.
Verrezen JezusOp 2 maart begon de veertigdagentijd, de tijd van boete en verzoening, van persoonlijke en gezamenlijke vernieuwing, ter voorbereiding op Pasen. In deze tijd worden wij ook uitgenodigd door de paus om de deuren van onze harten, huizen en kerken te openen voor anderen die aandacht nodig hebben. We bidden voor alle vluchtelingen die als gevolg van oorlog en n atuurrampen ontheemd zijn. Iedereen word gevraagd om op zijn of haar manier hulp aan hen te bieden, zodat zij als medemensen waardig kunnen leven, een nieuw leven. Dan kunnen wij de nieuwe lente ingaan als de vrucht van Pasen, waar er geen vriend of vijand, geen voor- of tegenstander, geen landgenoot of vreemdeling is, maar enkel een medemens, een nieuwe mens, door het zegevieren van Jezus die verrezen is.

Namens het pastoraal team wens ik u Zalig Pasen!
Pater Klemens Hayon SVD

Pastoraal woord: Storm

Op het moment van schrijven raast storm Eunice over ons land. Er zijn berichten over schade op verschillende plaatsen in Nederland en helaas zijn er zelfs doden te betreuren. De woestheid en willekeur van zoveel natuurgeweld is angstaanjagend. Als mensen voelen we ons machteloos tegen zoveel vernietigende natuurkracht. Het enige dat we kunnen doen is binnen blijven en hopen dat het meevalt. Pas als de storm is gaan liggen kunnen we weer naar buiten gaan om de schade op te nemen.
Storm op het strand met de pier op de achtergrond. Ook de coronapandemie was als een storm die door de wereld raasde. De maatregelen dienden ertoe om dekking te zoeken voor de storm en zo veilig mogelijk te blijven. Nu lijkt het erop dat de storm langzaam toch gaat liggen. Maar wat treffen we aan als we de schade opnemen? Veel mensen hebben dierbaren verloren of zijn ziek geworden en veel van onze vroegere zekerheden zijn verdwenen. Ook het kerkelijk leven heeft het zwaar te verduren gekregen en dat is zichtbaar in de onwennigheid om weer groepsactiviteiten op te zetten en in de bezoekersaantallen bij vieringen en andere activiteiten. Net zoals er na een storm herbouwd moet worden, moeten we ook in de kerk aan de slag om onze gemeenschappen op te bouwen en misschien ook om elkaar weer opnieuw te vinden.
In maart begint de vastentijd en dat biedt kansen om samen ons geloof te beleven. Of het nu is bij een van de vieringen, of rond de vastenmaaltijden, vastenwandelingen, het samen bidden van de kruisweg of door informele ontmoeting na de vieringen: de veertigdagentijd is een goede gelegenheid om samen te komen om als gemeenschap te bouwen aan onze relatie met God en onze relatie met elkaar. Het is een tijd om ons geloof te verdiepen en ons concreet in te zetten voor anderen, met name door onze deelname aan de vastenactie.

Hopelijk ontlenen wij inspiratie aan deze bijzondere tijd om na de storm van de afgelopen jaren verder te bouwen aan een vitale parochie in Den Haag Zuid. Samen mogen wij op weg gaan naar dat grote feest van Pasen dat ons laat zien dat we met Gods hulp iedere tegenslag kunnen overwinnen. Ik wens ons allen een goede en inspirerende vastentijd toe.
Pastor Tom Kouijzer

Pastoraal woord: Een ander licht op Valentijnsdag

Valentijn Voor dit pastoraal woord had ik de behoefte om over iets leuks en ‘luchtigs’ te schrijven, om even de zinnen op iets anders te zetten dan de parochiële activiteiten die uitgevoerd moeten worden en de coronamaatregelen die de ene keer verzwaard en de andere keer versoepeld worden. Ik zocht ook wel naar een onderwerp dat met deze februarimaand te maken heeft, en in gedachten door de maand wandelend, kwam ik op Valentijnsdag uit. Wat moeten we met zo’n commercieel uit Amerika overgewaaid feestje, zult u zeggen. Wat hebben we daar als kerk mee van doen?

Misschien is het eerst goed om te weten dat ‘Valentijnsdag’ niet is ‘overgewaaid’, maar dat deze dag in 1949 heel bewust in Nederland is geïntroduceerd. Eind jaren veertig stagneerde namelijk de binnenlandse vraag naar bloemen. Een bestuurslid van de Vereniging De Nederlandse Bloemisterij die net uit de Verenigde Staten was teruggekeerd drong er toen op aan om ook in Nederland Valentijnsdag in te voeren. Rond die dag werden er namelijk jaarlijks al grote hoeveelheden bloemen naar Amerika geëxporteerd. Om bekendheid te geven aan deze nieuwe feestdag, reikte de vereniging jaarlijks een bloemenmand uit aan mensen die zich belangeloos verdienstelijk hadden gemaakt voor hun omgeving. Via de kranten werd men opgeroepen om kandidaten voor een dergelijke ‘bloemenhulde’ aan te dragen. Lokaal ging men dit voorbeeld overnemen. Naast het oorspronkelijke commerciële motief voor het invoeren van Valentijnsdag kreeg de dag door deze uitwerking dus ook een ideëel karakter. Wat dat betreft zou Valentijnsdag in die tijd voor de parochie ook een goede dag zijn geweest om onze diaconale activiteit voor het voetlicht te brengen en de diaconale vrijwilligers met een bloemetje in het zonnetje te zetten. Maar wat Valentijnsdag nog meer met de kerk in verband brengt, is de naam Valentijn, ofwel heilige Valentinus. Tot aan de hervorming van de RK-heiligenkalender in 1969 werd op 14 februari de gedachtenis van deze heilige gevierd. Nu hij niet meer op de heiligenkalender is opgenomen, zal de link tussen Valentijnsdag en een heilige niet zo snel meer worden gelegd. Nu is het niet zo dat er inhoudelijk een direct verband bestaat tussen de heilige Valentinus en dat waar Valentijnsdag voor staat: voor liefde, verliefdheid en, tegenwoordig in mindere mate, voor liefdadigheid. Hoe zit dat dan in elkaar?

Volgens een legende zou Valentinus in de 2e helft van de 3e eeuw priester zijn geweest in Rome ten tijde van keizer Claudius II. Hij was een wijs en deugdzaam man en stond in hoog aanzien. De keizer probeerde hem van zijn geloof in Christus af te brengen en bood hem een positie in zijn vriendenkring aan, maar hij moest zich dan wel tot de Romeinse goden ‘bekeren’. Dat weigerde Valentinus en op de vraag wat hij dan dacht over de aloude goden, antwoordde hij: “Dat zijn alleen maar boze geesten.” Hoewel de keizer hiervan onder de indruk was en hij Valentinus nog wat beter wilde leren kennen, liet hij zich toch door zijn raadslieden overtuigen dat Valentinus terechtgesteld moest worden. Daarop werd hij naar rechter Asterius geleid. Deze daagde hem uit: “Ik zou wel eens willen zien of jouw God mijn blinde dochter kan genezen. Kan Hij dat, dan zal ik voortaan in Hem geloven.” Na een gebed van Valentinus kon het dochtertje terstond zien. Asterius, zijn vrouw en heel hun huishouden lieten zich vervolgens dopen door Valentinus. De keizer was zo kwaad dat hij ze allemaal gevangen zette. Valentinus werd vervolgens gefolterd en onthoofd. Op de plek van zijn terechtstelling werd al snel een Valentinuskerk gebouwd. De datum 14 februari werd als zijn gedenkdag beschouwd. Zo werd deze dag voor de kerk Valentijnsdag.

En nu nog de link met de liefde: De Noord-Europese en vooral de Angelsaksische heidense volkeren waren al vóór de verspreiding van het christendom gewend om een vruchtbaarheidsfeest te vieren. Dat deden ze op 14 februari omdat ze geloofden dat de vogeltjes dan voor het eerst met elkaar paarden. Daaruit ontstond het gebruik om jongens en meisjes op de vooravond van die dag lootjes te laten trekken. Het winnende meisje en de winnende jongen waren voor een jaar met elkaar verbonden. Toen het christendom zich over deze streken verspreidde, bleef dat oude gebruik in stand en werd het verbonden met de naam van de heilige die op deze dag werd gevierd: Valentinus. Vanaf dat moment noemde men de winnaars van het loterijspelletje ‘Valentijn en Valentine’. Ook degenen die elkaar op deze dag voor het eerst ontmoetten en verliefd werden, werden zo genoemd.

Toen ik dit alles over Valentijnsdag te weten kreeg, veranderde mijn waardering voor deze dag. Het heeft wel iets om, tegen de achtergrond van dit eeuwenoude volksgebruik, je geliefde of iemand die je waardeert om wat hij of zij doet, een bloemetje te geven, een kaartje te sturen of gewoon aardig tegen te doen. Dat laatste kunnen we tegenwoordig trouwens ook een paar dagen later, op 17 februari, de internationale Doe-Vriendelijk Dag. Maar wij, christenen, geroepen tot naastenliefde, maken er vast elke dag een doe-vriendelijk- of Valentijnsdag van?

Diaken Jos van Adrichem

Pastoraal woord: Maria als model

Op 8 december viert de kerk het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Wat betekent dat precies? We horen hoe de engel op bezoek kwam bij Maria in Nazareth. En die engel, vraagt nogal wat van en aan Maria, namelijk of zij bereid is moeder te worden van Gods Zoon. En wat zien we: Maria vraagt niet enkele dagen bedenktijd – wat normaal zou zijn wanneer men een zo op het eerste gezicht onmogelijke opdracht krijgt. Maar ze zegt heel nederig: “Zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar Uw woord !” Zonder goed te begrijpen hoe zij als mens, moeder van Gods Zoon kon worden, gaf zij toe. Zo stemde zij in met Gods vraag. Wat een prachtig voorbeeld is dit van een volledige overgave aan God. Blindelings God vertrouwen, wetende dat het wel goed zal zijn, in de overtuiging dat God altijd kracht geeft en inspiratie voor de roeping die Hij ons opdraagt. Misschien zijn wij daarom wel zo geraakt door de figuur van Maria dat wij het allemaal als normaal zijn gaan beschouwen. Elke dag opnieuw moeten wij er verwonderd over zijn, want geen enkele andere vrouw heeft zoiets ooit meegemaakt. En hoe meer wij er verwonderd over zijn, hoe meer wij Maria kunnen bewonderen.
Ik noem graag nog enkele deugden van Maria: haar bereidheid om met Gods plan mee te werken; haar dienstbaarheid aan iedereen en vooral aan haar nicht Elisabeth toen ze zwanger was en toen ze haar kindje ter wereld had gebracht; haar eenvoud en nederigheid: ze achtte zichzelf niet hoger dan de andere vrouwen; haar groot geloof en sterk vertrouwen dat alles wel goed zou komen. Hoe ongewoon haar roeping ook was, wist zij dat God in alles zou voorzien wat zij nodig had, als zij inging op wat Hij haar vroeg.

De heilige Schrift zegt niet zoveel over Maria. Zij staat wat op de achtergrond. Eenvoudig als ze is, want juist dat heeft ze het liefst. Maar telkens als er iets belangrijks gebeurt in Jezus’ leven, dan wordt zij vermeld. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de bruiloft in Kana, als de wijn op is zegt ze tegen de bedienden: “Doe maar wat Hij u zeggen zal”. Wat een groot geloof.

Maria was gehoorzaam. Zij stond met oor en oog open voor de wensen van God, maar ook voor de noden van haar medemensen. Zij heeft Jezus grootgebracht, opgevoed, leren spreken, zijn eerste gebedje geleerd. Alles deed zij in Nazareth voor Jezus wat een moeder bij de geboorte en bij de opvoeding van een kind doet. Voor veel mensen is Maria als een moeder voor haar kind. Zij verdient voor velen een ereplaats. Ook zijn wij uitgenodigd om Maria als voorbeeld voor ons leven te stellen. Haar levenswijze kunnen we overdenken, telkens als wij tot haar bidden. Door een Weesgegroet te bidden, ‘s-morgens en ‘s-avonds, kunnen wij onze dag aan haar moederlijke zorg toevertrouwen.

Maria is de ster naar wie wij opkijken. Haar voorspraak kunnen wij vragen als wij tot Jezus bidden. Wie kan voor ons een betere voorspreekster bij Jezus zijn dan zijn moeder? Laten wij leven in de stijl van Maria. Zij is reeds meer dan 2000 jaar het model dat in de mode blijft, het model van wat een fijn christenmens is. Mogen wij als fijne christenmensen in deze tijd weer uitkijken naar de komst van haar Zoon, en straks weer met overtuiging zijn geboortefeest vieren. Ik wens u allen alvast een gezegend kerstfeest toe, en vrede en alle goeds voor het nieuwe jaar!

Namens het pastoraal team, Paul Kuhlmann, diaken

Pastoraal woord: Zorgen voor ons gemeenschappelijk huis

Geconfronteerd met de hebzucht en de arrogantie van de mens tegen onze moeder aarde, herhaalt paus Franciscus in zijn encycliek ‘Laudato si, de zorg voor ons gemeenschappelijk huis’ de oproep van H. Johannes Paulus II, om een ‘ecologische bekering’ uit te voeren. In dit pastoraal woord vraag ik uw aandacht voor deze oproep van de paus en de concrete acties in uw leven, zowel thuis als op het werk of in de kerk in het komende nieuwe kerkelijk jaar.
Laudato SiAls de huidige bewoners van onze aarde, als de huidige bewoners van ons gemeenschappelijk huis, worden wij uitgenodigd door de paus om ons te bezinnen, om te keren, en onze mentaliteit van doen en denken te veranderen. Nieuwe patronen van denken en handelen moeten herhaald worden. Het nieuwe patroon heeft betrekking op ‘een manier van zorgen voor de schoonheid van de natuur en op het verantwoordelijkheidsgevoel om ons gemeenschappelijke huis te behouden’ in plaats van de rijkdommen van de aarde te exploiteren en haar schoonheid te elimineren.
De paus benadrukt dat er te midden van de razernij van de verkrachting tegen moeder aarde nog hoop is. Er zijn nog veel mensen op deze planeet die een goede ziel en geest hebben om voor moeder aarde, ons gemeenschappelijke huis, te zorgen. Overal ontkiemt en bloeit het bewustzijn onder mensen die goedhartig zijn om aandacht te besteden aan het milieu, de natuur te beschermen, water te behouden, bomen te laten groeien en luchtvervuiling te overwinnen. De herkenning van deze positieve werkelijkheid onder de mensen is een intrinsiek onderdeel van deze encycliek. Paus Franciscus erkent dit feit en benadrukt: “Wij mensen hebben het vermogen om positieve acties voor moeder aarde teweeg te brengen, hoewel het onmiskenbaar is, dat wij ook willekeurig tegenover moeder aarde handelen. Laten we ervoor kiezen om positieve vermogens in onszelf te ontwikkelen. Dit is het moment voor ons om ‘opnieuw te beginnen’ en te handelen in de geest van ‘ecologische bekering’.”
De boodschap van deze encycliek komt neer op de essentie van het menselijk leven. De gebeurtenissen van menselijke ontmoetingen worden in harmonie gebracht met de zorg voor moeder aarde. Paus Franciscus richt deze leer in de eerste plaats tot ons. Hij herinnert ons eraan: “Wees je bewust van je verantwoordelijkheid tegenover Gods schepping en je verplichting voor het universum en de Schepper. De uitvoering van deze verantwoordelijkheden en verplichtingen is een integraal en essentieel onderdeel van het geloofsleven”.
Paus Franciscus heeft zijn zinnen gezet op alle medemensen die deze planeet aarde bewonen. Hij geeft toe dat er bewegingen zijn om de aarde te beschermen die worden aangestuurd door andere christelijke kerken en ook door mensen van andere religies. Hij erkent ook de instellingen, humanitaire stichtingen die prioriteit geven aan het redden van moeder aarde. Paus Franciscus erkent deze bemoedigende realiteit en nodigt ons allemaal uit om de actie tot dialoog tussen mensen te vergroten met een focus op ‘Laudato si, zorgen voor ons gemeenschappelijk huis’.
Namens het pastoraal team, pater Klemens Hayon SVD

Pastoraal woord: Uit het hart van Sint Franciscus

Dankzij de toegenomen vaccinatiegraad – mede het gevolg van de coronamaatregelen – is de geplande bedevaart naar Assisi (22-30 september) realiteit geworden. Assisi is onlosmakelijk verbonden met de heiligen Franciscus en Clara. In deze stad, in de regio Umbrië, bevindt zich de Basiliek van de Heilige Franciscus van Assisi, de moederkerk van de Franciscanen. Deze werd in de 13e eeuw gebouwd op het graf van deze heilige, die vooral bekend staat om zijn grote eenvoud.
Bij het schrijven van dit pastoraal woord zitten wij midden in de vredesweek. Te midden van grote tegenstellingen in onze samenleving en in de wereld, bidden miljoenen mensen dagelijks om de vrede. Op veel plekken nemen mensen initiatieven om die vrede te bevorderen. Al deze initiatieven bevestigen dat vrede niet vanzelfsprekend is. Het vraagt om volhardend inzet, geloof en vertrouwen. Werken aan vrede gebeurt niet alleen met onze handen. Vrede vraagt ook om de inzet van het hart.

Plein AssisiSint Franciscus is voor velen een inspiratiebron om zich te engageren voor de vrede. Een beroemd gebed dat aan deze heilige wordt toegeschreven is een leidraad naar vrede. Het is een hartenkreet om die vrede voelbaar te maken, overal waar er onvrede heerst. Dit gebed appelleert bij ieder mens van goede wil om zelf werktuig of instrument van vrede te zijn. Het gebed is vooral een hartenkwestie. Het vraagt om het hart te openen voor een ander; om het hart te laten spreken. De verschillende verzen zijn uit het hart gegrepen van Sint Franciscus.
In dit gebed bidden wij om liefde te brengen waar haat is, vergeving waar onrecht geschiedt, en eendracht waar verdeeldheid heerst. Daarvoor is een hart nodig dat van liefde brandt, en door compassie wordt geroerd. Dit gebed nodigt ieder van ons persoonlijk uit zich open te stellen voor de helende, troostende kracht van Gods genade. Het is een mooi gebed dat ieder van ons in het eigen persoonlijke gebedsleven mag integreren. Sint Franciscus leert ons dat God ieder van ons als Zijn instrument kan en wil gebruiken. “Maak mij een werktuig van Uw vrede” vertolkt mooi het samenspel tussen God en de mens. God heeft mij nodig voor de vrede, evenzeer heb ik God nodig voor de vrede. De een kan niet zonder de ander. Het lukt mij niet, en zal mij ook nooit lukken om in mijn eentje de tango te dansen.

Met Sint Franciscus bidden wij ook om geloof te vestigen waar twijfel is, hoop te wekken waar wanhoop regeert, licht te brengen in de duisternis en vreugde te scheppen bij droefheid. We hoeven niet noodzakelijk optimist te zijn om dit allemaal voor mekaar te krijgen. Maar we mogen wel erop vertrouwen dat wanneer wij de bijstand van Gods Geest aanroepen, wij kracht zullen ontvangen om het te kunnen uithouden op die lange weg naar vrede. Om kleine stappen van licht, hoop, vreugde en geloof te bewerkstelligen.
Vertrouwen is onmisbaar op de weg naar vrede. Zonder vertrouwen, geen vrede. Dankzij vertrouwen kunnen wij ruimte scheppen om de a(A)nder te horen, aan te voelen en ons hart op de juiste frequentie af te stemmen. Een frequentie die wordt gezonden vanuit de behoefte of nood van een ander levend wezen. Want dat afstemmen van ons hart is nodig om geraakt te worden en in beweging te komen. Om te troosten, te begrijpen, te beminnen.
Het gebed van Sint Franciscus is een parel voor allen die verlangen naar vrede. In zijn woorden bidden wij om vrede:

Heer, maak mij een werktuig van Uw Vrede.
Laat mij, waar haat is, liefde brengen.
Waar onrecht is, tot vergeving stemmen.
Waar verdeeldheid is, eendracht stichten.
Waar dwaling is, waarheid doen gelden.
Waar twijfel is, geloof vestigen.
Waar wanhoop is, hoop wekken.
Waar duisternis is, licht ontsteken.
Waar droefheid is, vreugde brengen.
Laat me er meer op uit zijn om te troosten,
dan om getroost te worden;
te begrijpen, dan om begrepen te worden;
te beminnen, dan om bemind te worden.
Want als men geeft ontvangt men,
als men vergeeft, krijgt men vergiffenis.
en door te sterven, wordt men eeuwig geboren.
Amen.

Namens het pastoraal team, Duncan Wielzen, pastoraal werker

Pastoraal woord: Nieuw begin

Voor veel mensen staat de maand september in het teken van opnieuw beginnen. De zomervakantie is weer voorbij en velen van ons gaan weer aan het werk of naar school. Voor sommigen is deze ervaring van een nieuw begin maken in september nog sterker, bijvoorbeeld voor kinderen die van de basisschool naar de middelbare school gaan of voor jongeren die beginnen aan hun eerste jaar aan MBO, HBO of universiteit. Iets nieuws beginnen biedt mogelijkheden om mensen te leren kennen, talenten te ontwikkelen en te groeien als mens. In zekere zin dwingt het ons om onszelf opnieuw uit te vinden in verhouding tot een nieuwe omgeving. Dit is verrijkend maar vaak ook spannend. Velen van ons zullen zich het gevoel herinneren van de ‘eerste schooldag’. Het onbekende schrikt vaak af. Misschien is het daarom dat we als mensen soms geneigd zijn om alles zoveel mogelijk bij het oude te willen laten.
Zelf bevind ik mij momenteel ook in de positie dat ik een nieuw begin mag maken als priester in uw midden en als lid van het pastoraal team. Op het moment van schrijven heb ik net mijn eerste schreden gezet in de verschillende kerken van onze parochie en al een aantal parochianen en vrijwilligers mogen ontmoeten. In de komende periode hoop ik nog veel meer van u te mogen ontmoeten en ik zie zeer uit naar een prettige en vruchtbare samenwerking.
Wat het liturgisch jaar betreft, bevinden we ons midden in de tijd door het jaar. In de liturgie volgen we Jezus in zijn omgang met mensen, zijn genezingswonderen en zijn onderricht in woord en daad. Als we de evangelielezingen van september lezen dan wordt duidelijk dat de noodzaak om steeds opnieuw te beginnen ook gold voor de eerste leerlingen van Christus. De apostelen moesten leren om hun vastgeroeste ideeën los te laten en zich open te stellen voor het evangelie.

Met vallen en opstaan ontdekten ze wat het betekent om Jezus echt na te volgen. Of het nu gaat om de apostel Petrus die Christus ervan wilde weerhouden om zijn zending te volbrengen (Marcus 8,27-35) of de apostel Johannes die anderen ervan wilde weerhouden om duivels uit te drijven in Jezus’ naam (Marcus 9,38-41), de apostelen liepen vaak tegen hun eigen grenzen aan. Toch is het duidelijk dat Jezus van zijn vrienden verlangde dat ze zouden groeien en een nieuwe visie zouden ontwikkelen. De Heer daagde zijn leerlingen uit om zichzelf opnieuw uit te vinden door iedere keer weer een nieuw begin te maken. Steeds weer opnieuw beginnen hoort bij het leven als volgeling van Jezus. Paulus drukt dit krachtig uit in zijn brief aan de christenen van Rome: “Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zult u in staat zijn om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zéér goed is en volmaakt” (Romeinen 12,2). Deze uitdaging is nu nog even actueel als toen. Daarom beginnen we onze liturgische vieringen altijd met een gebed om Gods ontferming. We belijden dan onze tekortkomingen. Niet omdat we alle nadruk willen leggen op wat er fout gaat, maar wel omdat we ons realiseren dat het leven met God altijd een beetje opnieuw beginnen is. Als leerlingen van Jezus bevinden we ons op een weg van navolging van Hem die onze Heer is. Dit is een weg van vallen en opstaan waarbij we ons steeds opnieuw mogen laten inspireren door Gods woord en nieuwe kracht ontvangen door het gebed en de sacramenten. Als we ons hiervoor openstellen, ontdekken we nieuwe mogelijkheden in onszelf en onze geloofsgemeenschappen. Dan ondervinden we hoeveel moois God ons wil geven en tot hoeveel goeds wijzelf in staat zijn als we gezamenlijk optrekken als leerlingen van de Heer.
Aan het begin van dit nieuwe school-, college- en werkjaar wens ik ons allen toe dat wij moedig verder mogen gaan op deze weg van navolging van Jezus. Een weg die van ons vraagt dat wij ons – net als de apostelen – openstellen voor de aanwezigheid van God in de omstandigheden van ons dagelijks leven. Juist ook wanneer dit betekent dat we nieuwe wegen moeten vinden om trouw te blijven aan de Heer in een veranderende maatschappij en een veranderende kerk. Met de hulp van Gods genade is dit zeker mogelijk en de moeite waard, daar ben ik vast van overtuigd!

Namens het pastoraal team, pastor Tom Kouijzer

Pastoraal woord: Golven

‘Als ik de golven aan het strand en de duinen, het zand zie, denk ik aan de vakantie’ was de eerste regel van een lied dat, gezongen door Ria Valk, in de zomer van 1965 in de Top-40 stond. Ik kan me dat lied nog goed herinneren, ik denk door een singeltje ervan dat één van mijn oudste zussen in die tijd had. Mij brengt een bezoek aan zee, net als Ria Valk, in een vakantiestemming. Een zomer zonder dat ik een keer het strand heb bezocht, komt eigenlijk niet voor. Ik ga nooit verder de zee in dan waar ik kan staan, want ik ben geen echte zwemmer. Hoge en wilde golven om lekker in te duiken of tegen je aan te laten komen, daar geniet ik echter wel van.
De afgelopen vijftien maanden hebben we met andersoortige golven te maken gehad: coronagolven die ons behoorlijk in de ban hielden. Hopelijk hebben we nu de laatste golf gehad en kunnen we geleidelijk weer van alles doen zonder allerlei restricties waar we ons aan moeten houden. In publieke ruimten hoeven de mondkapjes al niet meer op en de verwachting is dat we aan het eind van de zomer ook de anderhalve meter afstand los kunnen laten. Doordat steeds meer mensen gevaccineerd zijn, moet dat vast gaan lukken. Het is te hopen dat we dan ook in de kerk niet meer op afstanden hoeven te letten en we geen maximum aantal kerkbezoekers meer hoeven te hanteren. Het zou fijn zijn als alle kerkbanken dan weer volledig gevuld mogen worden, als de kerk weer helemaal vol mag zitten. Dat is trouwens wel een hele optimistische gedachte. De laatste jaren, zeg maar gerust decennia, zien we de kerken steeds leger raken. En het is de verwachting dat de coronacrisis dat proces alleen maar heeft versneld. Zeker weten doen we het niet. Ik heb goede hoop dat de kerkgang zich toch weer een beetje zal herstellen. Als er niet meer hoeft te worden aangemeld, als we weer samen kunnen zingen, als we ons niet meer aan verschillende regels hoeven te houden en als we na afloop van de viering weer gezellig samen koffie kunnen drinken, zullen misschien toch weer meer mensen ’s-zondags naar de kerk komen. En wie weet, heeft de coronapandemie toch bij sommige mensen de ogen geopend dat we niet alles in het leven zelf in de hand hebben. Misschien dat zij op zoek naar God zijn gegaan en zich bij de kerk willen aansluiten. Of misschien dat zij teruggrijpen naar de geloofstraditie waarmee ze in hun jeugd vertrouwd waren en nu de kerk weer opzoeken.
Zou wellicht de coronacrisis tot een opwaartse golf in de kerk leiden? Wie zal het zeggen? Misschien moeten wij onze opvatting over kerk-zijn ook wat verruimen. Vaak meten we de omvang en activiteit van de kerk slechts aan het aantal kerkbezoekers op zondag. Maar is de kerk niet meer? Horen vrijwilligers die zich bijvoorbeeld voor diaconale projecten inzetten maar ’s-zondag niet (vaak) in de kerkbanken zitten, niet net zo goed tot de kerk? En is een kerk met een krimpende geloofsgemeenschap die veel tijd en energie steekt in ondersteuning aan gezinnen en scholen bij de geloofsopvoeding van kinderen, zonder dat dit direct leidt tot groei van het aantal kerkgangers, minder kerk dan een goed gevulde kerk op zondag?
Door de eeuwen heen heeft de kerk trouwens steeds een golfbeweging laten zien. Perioden van bloei en verval wisselden elkaar af. Met dit gegeven mogen we er op vertrouwen dat na de huidige tijden van krimp ook weer een periode van groei aan zal breken. Soms kunnen we moedeloos worden als al onze inspanningen om mensen bij de kerk te betrekken steeds zonder effect blijven. Het troost en ontspant me dan als ik me bedenk dat wij mensen slechts hoeven te zaaien en dat God zelf er zorg voor draagt dat het geloof in mensen ontkiemt en groeit. Wij mogen dus vertrouwen op de heilige Geest die in medemensen zijn werk doet en die zal zorgen voor een nieuwe opwaartse golf van gelovigen.
Als we de evangelielezingen op de zondagen in juli en augustus achtereen-volgend lezen, zien we dat Jezus zelf te maken had met een golfbeweging in aantal leerlingen. Eerst, in de omgeving van Nazaret, heeft Jezus weinig leerlingen. De mensen daar kunnen niet in Hem geloven omdat zij Hem kennen als de timmerman, de zoon van Maria. Welke wijze dingen zou deze hun over God kunnen vertellen? De groep volgelingen breidt zich vervolgens uit, doordat de leerlingen twee aan twee worden uitgezonden om Jezus’ boodschap te verkondigen. Vele mensen willen Jezus zien en spreken. Hij en zijn apostelen hebben er meer dan een dagtaak aan en zoeken noodgedwongen af en toe de rust op. Het evangelie van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging (zondag 25 juli) is wat dat betreft de climax: vele mensen bijeen die na zijn Woord gehoord te hebben, ook nog eens te eten krijgen. Maar daarna gaat het bergafwaarts. De mensen keren zich steeds meer af van Jezus, omdat zijn preken hen niet aanstaan.
Jezus noemt zichzelf het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Niet het manna dat de voorvaderen in de woestijn te eten kregen, maar Hij, Jezus, is het levend Brood uit de hemel. Velen nemen aanstoot aan deze woorden. Er haken zoveel leerlingen af dat Jezus op het laatst aan zijn apostelen vraagt of ook zij soms weg willen gaan. Jezus laat zich door dit afhaken niet ontmoedigen, zelfs niet als de afhakers zich tegen Hem keren. Vol vertrouwen op God de Vader gaat Hij door met zijn opdracht. Laten wij daarom, naar zijn voorbeeld, niet ontmoedigd raken door lege kerkbanken, maar doorgaan met de opdracht van de kerk: de Blijde Boodschap verkondigen, met woorden en vooral met daden. En we laten het dan maar aan God over hoe hoog de golf wordt.

Jos van Adrichem, diaken